De Tea Party kan Ben Bernanke nog flink gaan dwarszitten

De Tea Party staat op het punt zich in het Amerikaanse begrotingsbeleid te mengen. De anti-establishmentbeweging heeft de Republikeinen aan een grote winst geholpen bij de Congresverkiezingen van eergisteren. Maar de nieuwkomers moeten hun passie nu zien om te zetten in beleid. Het kan een ruwe start worden, waarbij zelfs de dreiging van een sluiting van essentiële overheidsdiensten niet kan worden uitgesloten. Toch kan de afkeer van de Tea Party van overheidsbestedingen ook voor wat gezond realisme zorgen.

Eén van de grootste Tea Party-overwinningen deed zich voor in Kentucky, waar oogarts Rand Paul, de zoon van de libertaire presidentskandidaat uit 2008 Ron Paul, een Senaatszetel won. Paul zou met een paar collega’s kunnen proberen een eind te maken aan de gewoonlijk automatische verhoging van de limiet op de uitgifte van staatsobligaties. In dat geval kunnen de Verenigde Staten niet langer steeds meer geld lenen om hun rekeningen te betalen.

Zo’n stunt zou slechts het begin kunnen zijn. Voorzitter Ben Bernanke van de Federal Reserve, de Amerikaanse centrale bank, kan het wel eens zwaar krijgen nu vertegenwoordigers van het nieuwe slag Republikeinen weten door te dringen tot de commissies waaraan hij met enige regelmaat verslag moet uitbrengen. Zij zullen het niet alleen oneens zijn met zijn monetaire beleid, maar kunnen ook de noodzaak van dat beleid aan de orde stellen.

Daarnaast zou de nieuwe Republikeinse meerderheid in het Huis van Afgevaardigden terughoudend kunnen zijn in het sluiten van begrotingsovereenkomsten met president Obama. Belastingverhogingen zijn onacceptabel voor de Tea Party-aanhang. Dat voorspelt weinig goeds voor de aanvaarding door het Congres van de voorstellen van de door Obama ingestelde begrotingscommissie, die over een maand verslag uitbrengt. Ook kan er kostbare tijd worden verspild aan pogingen de hervorming van de gezondheidszorg terug te draaien, die als het lukt kunnen rekenen op een presidentieel veto van Obama.

Maar de Tea Party kan voor méér zorgen dan louter de ontwrichting die door haar critici wordt voorspeld. Veel van de Tea Party-kandidaten, inclusief Marco Rubio, die een Senaatszetel won in Florida, zijn heel openhartig geweest in hun uitspraken dat de sociale zekerheidsprogramma’s in de VS niet in staat zullen zijn in alle beloofde uitkeringen te voorzien. Dat is in het geval van Rubio bijzonder moedig, omdat zijn staat bekendstaat om het hoge aantal gepensioneerden. De Tea Party-vertegenwoordigers zullen zich hard verzetten tegen ‘persoonlijke’ projecten van Congresleden die overheidsgeld kosten. En ze kunnen hun steun verlenen aan de afschaffing van belastingvoordelen die neerkomen op een alternatieve vorm van overheidsuitgaven.

Uiteindelijk zou Washington de Tea Party méér kunnen veranderen dan andersom. Maar al doende kunnen ze wél zorgen voor wat zinvolle reflectie.

James Pethokoukis