De meeste Roma zijn al lang weer terug

In Frankrijk zijn afgelopen zomer onder grote belangstelling Roma het land uitgezet. Velen zijn in stilte teruggekeerd.

De Franse Roma zijn, na de ophef van afgelopen zomer over massale uitzettingen, grotendeels uit de krantenkolommen verdwenen. Maar op straat in mijn buurt in Parijs, en ook elders, zie je nog overal Roma.

Zo fietste ik laatst door het Vincennes-bos, om even aan de drukte in het dichtbebouwde 19de arrondissement van Parijs te ontsnappen. Vlak naast het Château de Vincennes, een indrukwekkend, ommuurd complex met een middeleeuwse donjon, zag ik opeens aan de rand van het bos ongeveer vijftien hutjes, gemaakt van stukken plastic, touwen, matrassen en planken. Twee jonge vrouwen kwamen aangelopen met gesprokkeld hout. Een vuur brandde. Ongewassen kinderen speelden buiten. Het was een kleine nederzetting van Roma.

In juli, augustus en september ontmantelde de regering onder grote mediabelangstelling bijna 300 illegale Romakampen. De bewoners werden vrijwel allemaal uitgezet. Eigenlijk was dat geen nieuws. De uitzettingen vinden al enkele jaren plaats, alleen gebeurde dat tot dan toe zonder veel media-aandacht.

Vorig jaar werden 10.000 Roemeense en Bulgaarse staatsburgers – vrijwel allemaal Roma – uitgezet. Voor 2010 stond de teller in oktober op 9.631, vertelt Clotilde Larrose, woordvoerder van minister van Immigratie Eric Besson.

De meeste Roma maken gebruik van een vrijwillige vertrekregeling; ze krijgen elk 300 euro mee. Hun vliegticket, een enkele reis Parijs-Boekarest, wordt betaald. Maar na het incasseren van de 300 euro keren veel Roma gewoon weer terug naar Frankrijk.

Ook een paar bewoners van de krotten in Vincennes kregen zo’n vertrekbonus. „Sarkozy goed, 300 euro”, roept een goedlachse oude vrouw met nog maar een paar tanden. De bewoners van het krottenwijkje spreken gebrekkig Frans. Ik probeer met steekwoorden het gesprek op gang te houden.

„Éen keer vliegtuig Parijs-Roemenië, één keer bus Roemenië-Parijs”, zegt Vilian Aros (33). „In Roemenië is er geen geld, geen werk”, zegt hij. In Frankrijk heeft hij ook geen baan, maar „Frankrijk is een goed land. In Roemenië zijn de mensen slecht tegen ons.”

De Roma in Vincennes verdienen geld met bedelen – af en toe vertrekt er een vrouw met een kinderwagen richting metro – en ze graaien in prullenbakken. „Frankrijk veel prullenbakken,” zegt de oude vrouw.

Larrose zegt dat de regering „niet veel kan doen” aan het feit dat veel uitgezette Roma terugkeren naar Frankrijk. „Er is vrij verkeer van personen in de EU.” Cijfers over het aantal Roma dat na uitzetting terugkomt, zijn niet beschikbaar, zegt Larrose. Met behulp van biometrische data probeert de Franse overheid wel te voorkomen dat één persoon meerdere keren aanspraak maakt op de vertrekbonus.

Gheorghe Sandu (44) toont zijn busticket. Hij is pas net in Frankrijk gearriveerd. Op het ticket staat: Ploiesti-Parijs, 22-10-2010, 70 euro. Aanzienlijk minder dan de 300 euro vertrekpremie.

Sandu drinkt bier uit een halve literblik. „Kijk, daar woon ik”, zegt hij. Hij wijst op het pad naar zijn hutje. Naast het pad liggen uitwerpselen. In het hutje liggen een oude matras en dekens.

Nicola Iodice, hulpverlener van Emmaüs, een organisatie voor daklozen, komt het kamp inspecteren, onder politiebegeleiding. „Vorige keer begonnen ze te vechten”, zegt hij.

„De Roma reizen sowieso soms naar familie in Roemenië”, zegt Iodice. „Als ze dan 300 euro meekrijgen, geven ze dat aan familieleden.” De hutjes staan er een paar weken, vertelt hij. „De meeste bewoners zijn afkomstig uit een kraakpand in het naburige Montreuil dat is ontruimd.” In het begin woonden er 15 mensen, nu 45.

Emmaüs probeert de gezinnen met kinderen in hotels onder te brengen. „De toestand hier is heel slecht. Maar het probleem is dat ze bij elkaar willen wonen”, zegt Iodice. „We hebben al eens families in zo’n Formule 1-hotel gezet, maar dat ging niet. Ze kwamen gewoon weer terug in het kamp.”