De lange adem van de nationale luchthaven

Jan Poot had een droom: een luchtvaartstad nabij Schiphol. Maar van de realisering kwam niets terecht. Al twintig jaar ligt hij in de clinch met de luchthaven en de overheid. „Ze vinden steeds iets nieuws om ons dwars te zitten.”

De 'gouden driehoek' in Badhoevedorp-zuid is inzet van een langslepend conflict tussen luchthaven Schiphol en projectontwikkelaar Chipshol. Foto NRC Handelsblad, Rien Zilvold schiphol begin zwanenburg baan foto rien zilvold

Peter Poot parkeert zijn zwarte BMW op de modderige inrit van een grote lap kleigrond, waar de resten van de aardappeloogst nog liggen. Hij wijst om zich heen. Een paar honderd meter verderop zakt een vliegtuig over de hoofden van een plukje vliegtuigspotters. „Dit is de beste locatie van Nederland. Vóór ons Amsterdam. Rechts de verkeerstoren van Schiphol. En achter ons de Zwanenburgbaan.” Het stuk grond ligt ingeklemd tussen de snelwegen A4, A5 en de A9.

Samen met zijn vader Jan Poot is hij eigenaar van een groot deel van deze grond. Met hun bedrijf Chipshol hebben ze plannen om het gebied te ontwikkelen. Kantoren, winkels, appartementen en om er een heuse luchtvaartstad van te maken musea, hotels en recreatieve voorzieningen en een ziekenhuis. Ruim opgezet, veel groen, met een monorail waar cabines overheen zoeven om de mensen door deze luchtvaartstad te vervoeren. Een people mover, noemt Chipshol dat.

Deze plannen hebben ze al jaren. Al twintig jaar. Prachtig uitgewerkt in gekleurde brochures. Maar er is nog nooit een schop in de grond gegaan om een begin te maken met de aanleg van de luchtvaartstad.

Dat komt doordat de rest van dit perceel in handen is van Schiphol. Om iets van deze lap grond te maken moeten Chipshol en Schiphol samenwerken. En dat is het probleem. Samenwerken kunnen ze niet. Daarvoor is er te veel gebeurd. „De sfeer is er niet naar”, zegt Peter Poot.

Nee, echte projectontwikkelaars zijn vader Jan (86) en zoon Peter (55) Poot allang niet meer. Eigenlijk doen ze al vijftien jaar niets anders dan juridische procedures voeren. Is de ene afgelopen, dan begint de volgende. Een soort claimbedrijf, dat zijn ze.

Kort geding, hoger beroep, cassatie, bodemprocedure; er is bijna geen enkele juridische weg die ze niet bewandeld hebben. Ze wonnen veel procedures. Het leverde hun miljoenen aan schadevergoedingen op.

Ze verloren er ook veel. Vandaag is er weer een nieuwe zet. Jan en Peter Poot mogen voor de rechtbank in Utrecht oud-rechter Hans Westenberg verhoren. Ze vermoeden dat hij zich bij de behandeling van hun zaken, ruim veertien jaar geleden, schuldig heeft gemaakt aan belangenverstrengeling.

Peter Poot ziet een patroon in het slepende conflict: zijn Chipshol wordt door iedereen tegengewerkt. Al jaren. Omdat ‘men’ niet wilde dat vader en zoon Poot de grond rond Schiphol gingen ontwikkelen. Daar is Poot stellig van overtuigd. De gemeente Haarlemmermeer, de provincie Noord-Holland, de luchthaven Schiphol – allemaal werkten ze volgens vader en zoon Poot samen om hun plannen te traineren en te frustreren. Want Schiphol wilde liever alles zelf ontwikkelen.

Op zijn kantoor aan de rand van Schiphol kan Peter Poot precies laten zien waar het om gaat. In zijn werkkamer heeft hij een luchtfoto van de regio Amsterdam die een hele wand beslaat. Poot – spijkerbroek, blauw colbertje en bruine suede gespschoenen – gaat er voor staan en wijst. „Kijk, dit is het. De gouden driehoek.”

Het idee van zijn vader Jan Poot was twintig jaar geleden dat de steden van de toekomst rond luchthavens zouden ontstaan. Hij werd nogal eens uitgelachen om dit idee. „Wie gaat er nou met zijn kantoor in een weiland zitten, zeiden ze tegen ons.”

Vader en zoon Poot zagen de Amerikaanse luchthaven Atlanta als voorbeeld. „Ook een kleine stad. Maar met inmiddels wel het drukste vliegveld ter wereld met jaarlijks het grootste aantal passagiers. Daar is wel een echte luchtvaartstad ontstaan. Met veel werkgelegenheid.”

Een blik op de kaart van Schiphol laat zien waarom deze ‘gouden driehoek’ inzet is van een eindeloze strijd. De luchthaven zit klem tussen Aalsmeer, Amstelveen, Badhoevedorp en Hoofddorp. De gouden driehoek ligt tussen Amsterdam en het centrum van Schiphol en wordt omsloten door drie snelwegen. Een droom voor iedere projectontwikkelaar.

Door deze strategische ligging is deze grond goud waard. Schiphol zou het terrein graag toevoegen aan het grote areaal bedrijventerrein en kantorenparken dat de luchthaven al heeft ontwikkeld. Chipshol ziet dit als dé plek om er eindelijk een heuse luchtvaartstad neer te zetten. Tegen de luchthaven aan, maar zonder hinder van de aanvlieg- en landingsroutes van de luchthaven.

Cruciaal voor de inrichting van het gebied is de snelweg A9. Die loopt nu door het centrum van Badhoevedorp en moet naar het zuiden worden verlegd. Daarna vormt deze snelweg een nieuwe natuurlijk afbakening van de luchthaven.

Om die reden wil Schiphol de snelweg zo dicht mogelijk langs Badhoevedorp laten lopen. Chipshol, daarentegen, wil de weg zo ver mogelijk van Badhoevedorp afleggen. Dan wordt het gebied tussen de A9 en Badhoevedorp groter, het gebied waar de luchtvaartstad van Poot moet komen.

Zo is het tracé inzet van de strijd tussen de twee partijen. Maar volgens vader en zoon Poot is het een ongelijke strijd. Want hun tegenstanders zouden een hoge, onvoorstelbare bondgenoot hebben gekregen die hun belangen wilde dienen: de rechterlijke macht. Met een beslissing van één rechter is het allemaal begonnen, zeggen Poot senior en junior.

Jan Poot richtte in 1986 Chipshol op. Hij zag de grond rond luchthaven Schiphol als een locatie waar een ontwikkelaar zoals hij in de toekomst mooie dingen kon gaan doen. En dus kocht Poot grond op. Lap na lap, zodat hij uiteindelijk 600 hectare in bezit had, 1.200 voetbalvelden.

Toen kreeg hij in 1996 ruzie met zijn zakenpartner Harry van Andel. Hun geschil belandde bij de rechtbank in Haarlem. Gevolg van het vonnis: Poot raakte een groot gedeelte van de grond kwijt (zie Poot vs. Westenberg). Uiteindelijk hielden vader en zoon Poot – weer een handvol juridische procedures verder – 150 hectare grond over.

En ook in het ontwikkelen van die 150 hectare werden ze vervolgens voortdurend tegengewerkt door hun machtige vijanden, zeggen vader en zoon Poot. Schiphol is in hun ogen allang niet meer slechts een luchthaven. Sterker nog, als luchthaven doet Schiphol het helemaal niet goed. In 2005 stond Schiphol nog in de top tien van grootste luchthavens. Vorig jaar was de luchthaven gezakt naar plaats veertien.

Nee, Schiphol is in de ogen van vader en zoon Poot gewoon een onroerendgoedbedrijf geworden, met een grote portefeuille grond. Een concurrent van Chipshol dus. „En ze vinden steeds nieuwe methodes om onze plannen te verhinderen”, zegt Peter Poot.

Neem het Groenenberg-terrein, dat ook van Chipshol is. Eerst was er een bouwverbod omdat bebouwing vliegverkeer zou hinderen. Nadat dat, na weer jaren procederen (zie inzet), was opgeheven, werd de grond door de Staat gereserveerd voor de aanleg van een nieuwe startbaan voor Schiphol. Peter Poot: „Dan kunnen we daar wel gebouwen neerzetten, maar huurders houden niet van onzekerheid. En straks moeten we de gebouwen weer weghalen.”

Blijft de vraag over waarom vader en zoon Poot niet opgeven, tegen tegenstanders van wie ze vermoeden eigenlijk niet te kunnen winnen. Waarom koppig vasthouden aan plannen die al meer dan vijftien jaar niet van de grond komen? Waarom verkopen ze hun grond niet?

Nooit, zegt Peter Poot. „Dan heb je het geld op de bank. En dan?” En het is ook een principekwestie. We zijn tegengewerkt, zegt hij, op een schandalige, onvoorstelbare manier.

Uiteindelijk zullen ze gelijk krijgen. Denkt hij. En uiteindelijk, hoopt hij, zullen hun plannen toch uitgevoerd worden. Maar een ding weet Peter Poot vrijwel zeker. „Mijn vader zal de oplevering niet meer meemaken.”