Burgeroorlog, maar dan zonder geweld

Extremisten zijn er in geslaagd de toon te zetten bij de verkiezingen in de VS.

Als het geruzie voortzet zal het Westen voorlopig geen leidende natie meer hebben.

Illustratie Milo

Op de dag van de verkiezingen had The New York Times een kalmerend hoofdartikel. Het zijn roerige tijden. Maar, kiezers, gebruik je hersens, schreef de krant dinsdag. „De Amerikaanse troepen keren terug uit Irak. Voor het eerst worden onze soldaten in Afghanistan volledig gesteund door het Witte Huis en het Pentagon. De Verenigde Staten herwinnen het respect van hun bondgenoten, overal ter wereld.” Of de eerste twee zinnen van dit citaat de werkelijkheid weergeven, zal nog moeten blijken. Nu vast te stellen dat het respect wordt herwonnen, lijkt me rijkelijk optimistisch.

Wie de afgelopen maanden de verkiezingscampagne heeft gevolgd, zal tot de conclusie zijn gekomen dat die zich heeft ontwikkeld tot een chaos van de democratie. De media die onverholen een partijbelang vertegenwoordigen, de televisie en de kranten van Rupert Murdochs News Corp voorop, zijn organen van de politieke haat. De organisatie die de meeste internationale publiciteit heeft veroorzaakt, is ongetwijfeld de Tea Party van de extreemrechtse Republikeinen. Hun propaganda wil doen geloven dat president Obama geheime sympathieën voor het moslimfundamentalisme koestert en dat hij van Amerika een socialistische staat naar Europees model wil maken. En nog meer van dergelijke nonsens. Iedere democratie heeft altijd een paar clubjes van uit de bocht gevlogen extremisten. Dat is het risico van de vrijheid. In de aanloop naar deze verkiezingen zijn ze erin geslaagd de toon te zetten. Voor de bondgenoten is het hierna de vraag in hoeverre ze er de komende twee jaar in zullen slagen het beleid van de regering te dwarsbomen of een nieuwe richting te geven.

De Amerikanen hebben veel om over te klagen – dat op zichzelf is geen punt van ruzie. De economie is met 2 procent gegroeid, maar dat is niet voldoende om zich aan de recessie te ontworstelen. De werkloosheid blijft hangen rond de 8 procent, wat zeker voor de grootste economie ter wereld een onduldbare situatie is. Het begrotingstekort beweegt zich nog altijd rondom een record.

Maar dat is niet de schuld van deze regering. Onder George W. Bush is daarvoor de grondslag gelegd, met zijn belastingverlaging voor de rijken en twee uitzichtloze oorlogen.

Door zijn radicale hervorming van de gezondheidszorg heeft Obama een organisatie geschapen die in ieder beschaafd land gebruikelijk is. Maar dat wil er bij de rechtse Republikeinse filosofen niet in. Ze denken dat de burger daardoor nog meer van zijn persoonlijke vrijheid wordt beroofd. De maatregelen die deze regering wil nemen ter beteugeling van de klimaatverandering, worden in Republikeinse kringen als bewijzen van bijgeloof beschouwd.

Een van de diepste oorzaken van de algemene onvrede is de overtuiging in de middenklasse en van de arbeiders dat ze sinds jaren in toenemende mate in de knel zitten. In hun zojuist verschenen boek Winner-Take-All Politics, How Washington Made the Rich Richer – and Turned Its Back to the Middle Class geven de politicologen Jacob Hacker en Paul Pierson daarvoor een verklaring. In meerdere of mindere mate heeft Washington de rijken en zeer rijken met zijn belastingpolitiek excessief bevoordeeld, wat ten koste van de lagere klassen is gegaan. Zelfs in 2008 en 2009, toen de recessie een dieptepunt had bereikt, zagen zij hun inkomen vervijfvoudigd. De belangrijkste investeerders en directeuren van de 38 grootste ondernemingen verdienden bij elkaar een record van 140 miljard dollar. Goldman Sachs betaalde zijn directieleden een bonus van 600.000 dollar per persoon.

Zulke cijfers wekken de indruk dat Amerika, het land van de fundamentele democratie, op weg is een klassenmaatschappij te worden. De Republikeinen willen opnieuw belastingverlagingen. Dat klinkt goed voor de lagere klassen, maar nadere bestudering leert dat daarvan opnieuw de hoogste inkomens het meest zullen profiteren. Intussen willen ze de collectieve voorzieningen zoveel mogelijk beperken, omdat alles wat collectief is, in strijd met de individuele vrijheid zou zijn. In werkelijkheid zou dit de volgende bevestiging van een klassenmaatschappij in wording betekenen.

Er is nog een verklaring voor het grote onbehagen. De natie is niet meer de hypermacht van twintig jaar geleden. Na de overwinning in de Koude Oorlog hebben de Amerikanen in de jaren van Bill Clinton met die illusie geleefd. Op 11 september 2001 is daaraan een eind gekomen en het trauma leeft onverminderd voort. De oorlogen in Afghanistan en Irak zijn niet verloren maar ook niet gewonnen en de kiezer heeft er genoeg van. Hij heeft ook genoeg van de recessie, de werkeloosheid, de politiek in Washington, van alles wat hem in deze situatie heeft gebracht. De politiek voelt het, de kandidaten vechten voor hun toekomst, harder en onbeschaamder dan ooit. In deze campagne is door beide partijen samen tegen de vier miljard aan propaganda uitgegeven. Een record.

En nu de Republikeinen bij de congresverkiezingen de grootste overwinning sinds de Tweede Wereldoorlog hebben gehaald, worden die beschouwd als een referendum over Barack Obama. Maar daarmee wordt de president niet afgeschaft. Een tot op het bot verdeeld Congres moet nog twee jaar met hem regeren.

In feite is de afgelopen maanden in Amerika een geweldloze burgeroorlog uitgebroken. Als de diepe verdeeldheid van de verkiezingsstrijd zich in Washington voortzet – en er is op het ogenblik geen reden om aan te nemen dat binnenkort een grote verzoendag aanbreekt – zal het Westen de komende twee jaar geen leidende natie meer hebben, maar het onberekenbare overblijfsel van een supermacht, totaal meegesleept door zijn eigen vruchteloze ruzies.

Dat is het perspectief waarop we ons moeten voorbereiden.

H.J.A. Hofland is columnist van NRC Handelsblad.