Bij de Chinees koop je wapens uit het boekje

Wordt in Nederland vaker geschoten dan vroeger? Zijn er meer wapens? De politie houdt het niet goed bij. Tweede van drie artikelen over illegale wapens in Nederland.

Een uur of zes denkt hij nodig te hebben om een pistool aan te schaffen, zegt Sergio (23) in een café in de binnenstad van Den Haag. Zelf zit hij na twee jaar cel voor drugshandel niet meer in de misdaad, zegt hij, maar laatst riep een vriend zijn hulp in omdat hij problemen had met een Rotterdamse bende. „Kun je iets regelen voor een mooi prijsje? Als het maar een niet gebruikte 9 millimeter is.”

Een kennis bracht de Argentijns-Nederlandse Sergio, die niet met zijn echte naam in de krant wil, in contact met Chinezen in een Haags gokhuis. „Die hebben zelfs boekjes, dan kun je kiezen. Handgranaten, AK’s, wat je wil. Ze hadden een pistool voor 1.300 euro in de aanbieding. Uitgeboorde gas- en alarmwapens zijn goedkoper. Die worden eerder door jongetjes op de hoek van de straat aangeboden.” Maar ze kunnen gevaarlijk zijn. „Laatst is er een van een vriend van me ontploft. Dat kostte de gebruiker een vinger.”

Een wapen bemachtigen is in Nederland niet moeilijk, zeggen ook politiefunctionarissen. Vooral tot vuurwapen omgebouwde alarmpistolen zijn goedkoop en ruim voorhanden. De politie, zegt politieman Yme Joustra, voorzitter van het door politie en Justitie opgerichte Landelijk Platform Vuurwapens, heeft nauwelijks harde gegevens over het aantal vuurwapenincidenten in Nederland. Er bestaat een Vuurwapendatasysteem, maar dat vullen de meeste politiekorpsen zo gebrekkig in dat je er geen beleid op kunt baseren. „Slechts 6 van de 26 politiekorpsen hebben een deugdelijk registratiesysteem”, zegt Joustra.

Hoe groot het gebrek aan kennis is, blijkt uit een opgave van het Korps Landelijke Politiediensten. Daarin staat dat het aantal in beslag genomen vuurwapens is afgenomen van 3.695 in 2005 tot 2.200 in 2009. Het aantal schietincidenten liep terug van 316 in 2005 tot 121 in 2009. En het aantal incidenten met vuurwapens van 2.062 in 2005 tot 1.104 in 2009. Maar het Korps geeft zelf toe dat dit „niet de zuivere stand van zaken” is.

Die cijfers kloppen niet, zegt ook oud-politieman en vuurwapenexpert Thijs van Zanten in Assen, adviseur van het Platform Vuurwapens. „De registratie is waardeloos. Het meest betrouwbare landelijke cijfer is dat in 2009 11.000 vuurwapens door de Dienst Logistiek van de politie zijn vernietigd. En zelfs dat is maar het topje van de ijsberg.”

Waarom kloppen de cijfers niet? „Twintig jaar geleden zijn alle vuurwapenexperts bij de politie verdwenen omdat de politiek andere prioriteiten had: meer blauw op straat”, zegt Van Zanten. „Belangrijke expertise ging verloren.”

Drie jaar geleden besloten de drie noordelijke politieregio’s, verontrust door de schietpartijen, de krachten te bundelen in de Noordelijke Recherche Eenheid en een gezamenlijk vuurwapenteam in te stellen. Alle illegale wapens die in de drie noordelijke provincies in beslag genomen worden, belanden sindsdien op het bureau van vuurwapenexperts Arie Benne en Jaap Bouman in Groningen, waar ze worden onderzocht, beschreven en geregistreerd in een ballistisch identificatiesysteem van het Nederlands Forensisch Instituut. Met die gegevens gaat de politie naar Interpol, dat de wapens moet traceren.

Wat blijkt? Betere recherche leidt tot meer in beslag genomen wapens. Het aantal steeg in de drie noordelijke politieregio’s van 147 in 2007 tot 310 in 2009. In een aantal korpsen, zeggen Benne en Bouman, willen agenten pistolen nog weleens laten rondslingeren omdat ze niet weten wat ze ermee aan moeten.

Elk illegaal wapen wordt ergens legaal geproduceerd. Merktekens van de fabriek, van de Proefbank (de staatsinstelling waar de meeste Europese wapens worden getest), afdrukken van slaghoedjes, weggevijlde serienummers – het zijn sporen die de rechercheur kunnen leiden naar de illegale handel. „Pak je die niet aan, dan is de strijd verloren”, zegt Van Zanten. Begin jaren 90 maakte hij een vuistdik handboek om agenten te helpen vuurwapens te identificeren. Maar hij signaleert bij veel korpsen desinteresse, „terwijl het vuurwapengebruik aanmerkelijk is toegenomen”. Hij denkt dat het wapenbezit „explosief groeit”.

Toen Van Zanten als vuurwapenexpert begon in de jaren 70, zag hij veel wapens ‘van eigen makelij’, „prutswerk uit de Tweede Wereldoorlog”. Maar de illegale wapenhandel is geprofessionaliseerd. In heel Europa zijn omgebouwde gas- of alarmpistolen een groot probleem geworden. Bij een drugsonderzoek in Rotterdam werd in 2005 een partij van 35 omgebouwde Italiaanse BBM-pistolen aangetroffen. Alle sporen wezen naar Portugal.

De Portugese wapenwet is in 2006 aangescherpt, gas- en alarmwapens zijn er nu verboden. Maar in Spanje bieden ombouwers zich op internet aan en in Kosovo bestaan tientallen werkplaatsjes waar Turkse gaspistolen in vuurwapens worden getransformeerd, meldt Balkan Insight, een periodiek dat onderzoek doet in Zuidoost-Europa.

De Rotterdamse politie neemt jaarlijks tussen de 250 en 350 wapens in beslag. 75 à 100 daarvan zijn omgebouwd. Niels Klein, vakspecialist wapens en munitie van de politie Rotterdam Rijnmond, beaamt dat het Vuurwapendatasysteem gebrekkig functioneert. Dat ligt aan de inzet van de afzonderlijke politiekorpsen, die niet overal even groot is.

„In Rotterdam is er genoeg expertise en gedrevenheid”, zegt Klein. „99,9 procent van de in beslag genomen wapens wordt hier goed ingevoerd in het systeem.” Klein ziet in Rotterdam geen stijging van het aantal schietpartijen of in beslag genomen wapens.

Het ‘lezen’ van een wapen kan de politie helpen bij het oprollen van een illegale wapenlijn. In Meppel werden bij een politieactie drie pistolen in beslag genomen, vertelt Van Zanten. Een van die geweren bleek legaal in Frankrijk ingevoerd en goedgekeurd door de Franse Proefbank. Via Interpol en de Franse politie was het te traceren naar een handelaar. „Het spoor leidde vervolgens naar een marinekorporaal uit Meppel, die nog meer illegale dingen in huis had.” Zes weken later had de politie 24 verdachten en 32 vuurwapens te pakken. „Je rechercheert terug naar het laatste moment dat het wapen legaal was. Zo pak je de handel aan en dat doet de politie in Nederland veel te weinig”, aldus Van Zanten. Vuurwapens worden door de politie nog te veel als ‘bijvangst’ beschouwd.

De Haagse Sergio kreeg op zijn dertiende voor het eerst een pistool in handen. Een junk bood hem voor 50 euro een Glock 22 aan. Gebruikt heeft hij hem niet, zegt Sergio. Maar op de middelbare school in Amsterdam had destijds „elke beetje populaire jongen een wapen op zak”. Een half jaar geleden nog werd hij in een disco bedreigd met een pistool, zegt Sergio. Twee jochies van tien jaar probeerden hem ook al eens zijn mobiel afhandig te maken onder bedreiging van een pistool. Ze dropen af.

Een Antilliaanse vriend schoot twee mannen dood omdat ze zijn ketting van zijn nek probeerden te trekken. „Dan ben je toch wel een beetje gestoord”, zegt Sergio. „Je mag niet discrimineren, maar ik denk dat vier op de tien ongeschoolde allochtone jongeren die niet willen werken een wapen in huis hebben.”

Deel 1 van deze serie verscheen op 30 oktober in NRC Weekblad