Bewaker wordt gevangene in spannende 'Cell 211' Vieze motels, bier en een dieet van hamburgers

Scene uit de film Cell 211

Cell 211

Regie: Daniel Monzón. Met: Luis Tosar, Alberto Ammann, Antonio Resines. In: 9 bioscopen.***

Eigenlijk hoeft cipier Juan pas morgen te beginnen, maar om indruk te maken op zijn superieuren meldt hij zich een dag eerder. Twee collega’s leiden hem rond door het streng bewaakte complex. Als een van de gevangenisdeuren achter hen hard in het slot valt, schrikt Juan. „Ach, daar wen je wel aan”, grapt de ervaren collega. Juan went er sneller aan dan hem lief is.

Door een speling van het lot komt hij tijdens een chaotische gevangenenopstand terecht in celblok 211. Razendsnel beseft hij wat hem te doen staat. Hij ontdoet zich van naamplaatje, riem, veters en colbertje en veinst een nieuwe gevangene te zijn. Vervolgens gaat hij een gevecht aan met de zware crimineel Mala-madre (Luis Tosar) om een hoge plaats in de pikorde. Malamadre is de leider van de opstand, een gevaarlijke gast met kale kop, woeste blik en grommende stem. Hij eist betere omstandigheden in de Zamora-gevangenis, in de regio Castilië en León.

De Spaanse film Cell 211 won acht Goya’s, de Spaanse filmprijs, waaronder beste film, beste regie en beste hoofdrol (Luis Tosar). Niet slecht voor een spannende genrefilm over leugens en loyaliteit en het verborgen beest in elk mens. Maar Cell 211 is meer dat, het is zelfs een behoorlijk politieke film over het erbarmelijke gevangenissysteem van Spanje, de huichelachtigheid van machthebbers en de gevoelige status van (Baskische) ETA-leden in het strafsysteem: tussen VIP en voetveeg in.