Amerikanen krijgen geen greep op Kandahar

De NAVO-missie ISAF maakt enige vorderingen in de militaire strijd om de stad Kandahar, maar heeft geen duidelijke strategie voor het opbouwen van een goed lokaal bestuur.

De man in de kruiwagen werd op 10 oktober met een raket gedood in Zhari. Hij zou een bermbomlegger van de Talibaan zijn. De Amerikaanse soldaat was op patrouille om bermbommen onschadelijk te maken. Foto AP In this photo taken on Sunday, Oct. 10, 2010, a US Army soldier from Scout Platoon 502 Infantry Regiment, 101st Airborne Division, looks at the body of a suspected Taliban IED placer who was killed in a coalition missile strike in Zhari district, Kandahar province, Sunday, Oct. 10, 2010. The Scouts' mission was to support roadside bomb clearance efforts in the militant stronghold, the latest days-long phase of Operation Dragon Strike. (AP Photo/Rodrigo Abd)

Over Dragon Strike, de operatie rond Kandahar die ruim een maand geleden begon en de belangrijkste van de Afghaanse oorlog moet zijn, wordt opmerkelijk weinig bekendgemaakt. De commandant van de buitenlandse troepen, Petraeus, zei onlangs dat de militaire strijd „sneller verloopt dan verwacht was”, daarbij negerend dat de operatie herhaaldelijk is uitgesteld. Maar over de component die daarop moet volgen – het in het zadel helpen van een betrouwbaar Afghaans bestuur – is tot nu toe gezwegen.

Kandahar, de grootste stad van het oorlogsgebied in het zuiden van Afghanistan, heeft een hoge symbolische waarde omdat de Talibaanbeweging daar begonnen is. De afgelopen jaren was de macht er grofweg verdeeld tussen de Talibaan en Ahmed Wali Karzai, halfbroer van de president en voorzitter van de provinciale raad. Gouverneur Wesa kwam er nauwelijks aan te pas, de Canadese militairen van de NAVO-missie ISAF hebben door onderbemanning de situatie nooit kunnen verbeteren.

De Amerikaanse president Obama stuurde deze zomer 30.000 extra militairen naar het zuiden met het veiligstellen van Kandahar als belangrijkste doel. Haast is nu geboden: ISAF moet resultaten laten zien voor de NAVO-top in Lissabon later deze maand, en voor Obama’s evaluatie van zijn Afghanistanstrategie in december. En, op de iets langere termijn: generaal Petraeus denkt de opstandelingen zover in het nauw te kunnen drijven dat zij bereid zijn tot een akkoord met de regering-Karzai, waardoor de VS in de zomer kunnen beginnen met terugtrekking van de militairen, zoals Obama vorig jaar aankondigde.

Militaire resultaten zijn er inmiddels, al blijft het de vraag hoe goed die behouden kunnen worden. De districten Arghandab, Panjwayi en Zhari ten noorden en westen van de stad waren volledig in handen van de Talibaan, maar zijn nu grotendeels ingenomen. „Ik denk dat de meeste [opstandelingen] zijn vertrokken voordat de operatie begon”, zei Ahmed Wali Karzai onlangs tegen internationale persbureaus. Talibaanstrijders die achterbleven zijn gedood bij zware bombardementen of door operaties van special forces. Journalisten die met de Amerikaanse militairen meereizen, merken dat er nauwelijks nog gevochten wordt.

„In juni zal pas duidelijk worden of de vooruitgang van de afgelopen maanden een echt succes betekent”, zei de Britse generaal-majoor Nick Carter vorige week tegen Reuters, waardoor hij de verwachtingen alweer verder afzwakte. In juni begint jaarlijks het nieuwe vechtseizoen. Over de opbouw van het bestuur – de kern van Petraeus’ counterinsurgency-beleid – zei hij niets.

Christa Meindersma, adjunctdirecteur van het Den Haag Centrum voor Strategische Studies, keerde onlangs terug van een reis naar Afghanistan waarbij ze Kandahar aandeed en met Petraeus sprak. „Als je hem vraagt naar de resultaten in Afghanistan geeft hij je aantallen gedode en gevangengenomen Talibaanstrijders”, zegt ze in haar kantoor. „Ik vond dat veelzeggend, omdat het gaat om wat er na de militaire operatie komt, en die resultaten zijn onduidelijk. ISAF kent maar één recept voor lokale bestuursopbouw: vertegenwoordigers van de centrale overheid erheen sturen en die proberen te ondersteunen.”

ISAF paste dat recept dit voorjaar (toen nog onder leiding van generaal McChrystal) toe in Marjah, in de aangrenzende provincie Helmand. De „overheid-in-een-doosje” die McChrystal daar na een offensief liet installeren, bleek een gouverneur te hebben met een strafblad in Duitsland. Veel Talibanstrijders hadden hun wapens slechts tijdelijk neergelegd. Ze zullen het district niet meer onder controle krijgen, maar houden ISAF volop bezig.

„ISAF heeft nu begrepen dat je niet zomaar een overheid-in-een-doosje kunt uitrollen”, zegt Meindersma, „maar ze hebben geen alternatief. Tegelijkertijd zeggen veel Afghanen dat het opleggen van het centrale gezag aan de dorpen niet kan werken, omdat de bevolking klem zit tussen de partijen. De mensen steunen de Talibaan niet, maar denken wel dat ze ermee moeten leren leven. Het grootste probleem is de corruptie van de bestuurders. De eerste behoefte van de bevolking is een goede rechtspraak. De conflicten in hun leven gaan meestal over water en land, en leiden tot spiralen van geweld. Door het ontbreken van een functionerend rechtssysteem komen ze uit bij de Talibaan.”

De nachtelijke aanvallen van de NAVO-troepen leiden tot wraakacties van de Talibaan tegen lokale stamleiders, terwijl die juist nodig zijn voor de opbouw van het bestuur. In Kandahar is het overgrote deel van de ambtenarenposten niet ingevuld, meldde The Washington Post gisteren. „De overheid is nu zo lusteloos dat wij het werk moeten doen”, aldus een anonieme Amerikaanse functionaris. Maar zo eenvoudig ligt het niet: het bekleden van een overheidsfunctie in Kandahar is levensgevaarlijk. Tientallen lokale bestuurders en stamleiders zijn de afgelopen maanden omgekomen bij gerichte aanslagen. Vandaag werd een ambtenaar voor onderwijs vanaf een motorfiets doodgeschoten terwijl hij met zijn dochter naar de bakker ging.

Sinds enkele weken steunen ISAF en de Amerikaanse regering de aftastende gesprekken tussen de Talibaan en de regering-Karzai. Dat doen ze in de wetenschap dat dit het enige jaar is waarin ze voldoende manschappen hebben voor een serieuze poging om Kandahar onder controle te krijgen. Aangezien het duidelijk is dat het Afghaanse leger en de politie voorlopig niet sterk genoeg zullen zijn om die controle over te nemen, zou een vredesakkoord een alternatief kunnen zijn.

Veel Afghanen geloven daar niet in, zegt Meindersma. „Zij denken dat er in een achterkamer wat geschoven wordt met privileges zodat er een deal kan worden gesloten. Daarna zal er verklaard worden dat het veel beter gaat met de veiligheid. Dan beginnen de troepen met terugtrekken, en met hen de media, en dan komt de achteruitgang. Sommigen vrezen al voor een burgeroorlog.”