Afghaans kanonnenvoer

De NAVO leidt de politie in Afghanistan op tot een surrogaatleger. Het wordt kanonnenvoer. Daaraan moet Nederland niet meedoen, stelt Philip Jol.

Illustratie Bas van der Schot

Binnenkort neemt de Nederlandse regering een besluit over het verzoek van de NAVO om politietrainers naar Afghanistan te sturen. De NAVO leidt sinds een jaar een nieuwe trainingsmissie voor de politie en voor het leger. Deze ‘NATO Training Mission - Afghanistan’, (NTM-A) kampt met een groot tekort aan trainers, in het bijzonder politietrainers. Dus hoe meer trainers Nederland stuurt, des de beter de NAVO dat zal vinden.

De NAVO traint de Afghanen in een sneltreinvaart en maakt nauwelijks onderscheid tussen het politieapparaat, dat in een burgerlijke omgeving opereert, en het leger dat het landsbelang dient te verdedigen. De vraag is of Nederland onder deze omstandigheden er verstandig aan doet een bijdrage te leveren.

De Afghaanse regering moet vanaf juli volgend jaar voor haar eigen veiligheid gaan zorgen. Dat wordt nu gedaan door ISAF. Het is de bedoeling dat deze verantwoordelijkheid geleidelijk, en uiterlijk eind 2014, wordt overgedragen aan het Afghaanse veiligheidsapparaat. Om deze doelstelling te halen is een behoorlijke groei nodig van politie en leger. Alleen al voor de politie staat een groei gepland van 109.000 agenten nu, naar 160.000 agenten over drie jaar.

Amerika, als NAVO-partner de drijvende kracht achter deze missie, wil het veiligheidsapparaat snel opbouwen met als doel Afghanistan zo spoedig mogelijk te kunnen verlaten.

Sinds de NAVO de verantwoordelijkheid van politietrainingen op zich heeft genomen, is de trainingsduur teruggebracht van acht naar zes weken. Maar dit snoeien heeft negatieve gevolgen. Agenten krijgen nu vooral trainingen in contraterreur. De civiele taken waar de politie voor staat, krijgen weinig aandacht. Een agent in spe krijgt een magere twintig uur onderwijs in mensenrechten en politietaken en meer dan honderd uur in gevechts- en overlevingstechnieken. Het curriculum besteedt aandacht aan het inwinnen van inlichtingen onder de bevolking, maar bijvoorbeeld niets aan huiselijk geweld (wat een ernstig probleem is in Afghanistan).

De NTM-A kampt met een tekort van honderden trainers. Om dit op te lossen zijn op sommige locaties Amerikaanse mariniers ingezet. Het is de vraag of deze mariniers in staat zijn om agenten geweldsbeheersing bij te brengen.

Moet Nederland in deze vorm dan maar aan het verzoek van de NAVO voldoen? Dat lijkt me niet. Nederland zou eerst veranderingen moeten afdwingen. Zo dient er eerst een duidelijk onderscheid te worden gemaakt tussen militaire trainingen en politietrainingen. In het Westen weten wij dat het leger een compleet ander doel dient dan de politie. Hoe is het zo ver gekomen dat dit lijkt losgelaten als het om Afghanistan gaat? Agenten dienen niet opgeleid te worden om als kanonnenvoer in de frontlinie van een contraterroristische aanval geplaatst te worden, zoals nu in Afghanistan gebeurt. Het gevolg van deze praktijk is een hoog dodental onder agenten: meer dan 1200 in 2009. Veel hoger dan de 250 doden in het Afghaanse leger.

Het hoge dodental, de korte opleiding en de militaire inzet hebben geleid tot een lage moraal onder de agenten. Het rekruteringsbeleid is slecht (iedereen lijkt welkom) en agenten die weg kunnen, nemen gelijk ontslag.

De Talibaan ziet dit graag: infiltratie en aanslagen zijn makkelijk te plegen. Afgelopen zomer zijn de eerste NTM-A-trainers al slachtoffer geworden, toen zij werden doodgeschoten door een aspirant-politieman.

Nederland moet pleiten voor vergaande samenwerking tussen de nu vaak solistisch optredende NTM-A en de bestaande Europese politiemissie, EUPOL. Deze heeft de expertise om een deugdelijk politieapparaat op te bouwen, maar de NMT-A maakt er weinig gebruik van. Ook dient de EUPOL meer financiële steun te krijgen van EU-landen. Ter vergelijking: het jaarlijks budget van EUPOL (58 miljoen euro) geeft NTM-A in minder dan een week uit.

Nederland kan er ook voor kiezen om zich afzijdig te houden van NTM-A en een verdere bijdrage te leveren aan de EUPOL-missie. EUPOL kampt ook met een tekort aan trainers en zal een verdere toename van ervaren Nederlandse politietrainers verwelkomen.

Met EUPOL kiest de Nederlandse regering voor een degelijke benadering waar de opbouw van een solide politieapparaat centraal staat. Het kost meer tijd maar zal op langere termijn meer waarde creëren en een betere bijdrage leveren aan Afghanistan – en daarmee ook aan onze eigen veiligheid. Een solide politieapparaat is tenslotte minder gevoelig voor externe invloeden en kan adequaat reageren op radicaliseringactiviteiten onder de bevolking.

Zou de Nederlandse regering er toch voor kiezen om trainers te leveren aan de NAVO, dan moet het zich afvragen wat zij werkelijk kunnen bijdrage aan een politieapparaat dat toch alleen maar wordt opgeleid tot een goedkoop surrogaatleger en kanonnenvoer. Er bestaan inmiddels talloze rapporten die de competenties en capaciteiten van het Afghaanse politieapparaat een zware onvoldoende geven.

Philip Jol is veiligheidsexpert en heeft een studie verricht naar het functioneren van het Afghaanse veiligheidsapparaat tijdens de recente parlementsverkiezingen.