Twee van de drie delicten blijven voor de politie geheel verborgen

zakkenrollerSlechts één op de drie delicten wordt gemeld aan de politie. Van één op de vier delicten wordt ook echt aangifte gedaan. Dit schrijft het webmagazine van het Centraal Bureau voor de Statistiek naar aanleiding van de vandaag verschenen onderzoeksbundel Criminaliteit en Rechtshandhaving 2009.

In dit jaarlijkse massieve overzicht van 540 pagina’s doen het CBS en het WODC, het wetenschappelijk bureau van Justitie een poging om de criminaliteit in harde cijfers te beschrijven. Jaarlijks worden er naar schatting 8,5 miljoen delicten gepleegd, waarvan één miljoen misdrijven. Ruim een kwart van de bevolking van 15 jaar en ouder werd daarvan slachtoffer. Ongeveer een kwart van die Nederlanders  voelde zich in 2009 ‘wel eens onveilig’. Volgens het rapport is de sinds 2002 dalende trend in het gevoel van onveiligheid vorig jaar tot staan gekomen. De daling van de geregistreerde criminaliteit sinds 2002 stagneert sinds 2007.

Sinds 2006 daalt de instroom van gedetineerden in het gevangeniswezen. In 2009 waren dat er ruim 40.000. In 2008 ruim 41000. Ook het aantal bestraffingen door het openbaar ministerie en de rechter daalt sinds 2007.

Volgens het CBS is de belangrijkste redenen voor slachtoffers om delicten niet te melden dat aangifte “toch niets helpt” (36 procent). Of omdat het gebeurde “niet belangrijk genoeg was”. De belangrijkste redenen om een voorval juist wel te melden waren dat de politie dit volgens hen “moest weten” (25 procent) en vanwege de verzekering (23 procent).

De drempel om naar de politie te gaan is het laagst bij vermogensdelicten zoals (poging tot) inbraak, diefstal van en uit de auto en zakkenrollerij. Die worden in meer dan twee op de drie gevallen gemeld. Bedreigingen en seksuele delicten worden erg weinig gemeld en ook weinig aangegeven. Bij seksuele delicten komt het in slechts 3 procent van de gevallen tot een aangifte. Bij bedreigingen 11 procent. Seksuele delicten en bedreigingen worden door slachtoffers naar eigen zeggen niet belangrijk genoeg gevonden. Mishandeling vindt men vaak ‘geen zaak voor de politie’.

De herkomst van de aangehouden verdachten is in 63 procent van de gevallen autochtoon. Sinds 2000 is dat percentage hetzelfde gebleven. Onder de allochtone groepen aangehouden verdachten is in absolute zin de groep van Marokkaanse en Surinaamse afkomst het grootst. Maar in verhouding tot de omvang van de bevolkingsgroep zijn Antillianen en Arubanen het meest oververtegenwoordigd. In 2007 bleek van elke duizend personen met een Antilliaanse of Arubaanse herkomst er 69 te zijn aangehouden als verdachte. De etnische oververtegenwoordiging verklaren de onderzoekers deels uit de bevolkingsopbouw. Deze groepen zijn relatief jonger - en criminaliteit hangt samen met leeftijd.

Van alle 1000 aangehouden mannen zijn er 110 van Antilliaanse of Arubaanse herkomst. 100 zijn van Marokkaanse herkomst. En 80 van Surinaamse herkomst. (Deze cijfers staan in het rapport op pagina 96 e.v.) Van alle aangehouden verdachten in 2007 deed 41 procent het voor het eerst, 47 procent was ‘meerpleger’ en 12 procent ‘veelpleger’. Het aantal meerplegers neemt sinds 2000 licht toe.

Reageren? Nuanceren en argumenteren verplicht. Volledige naamsvermelding.