Rollenspel levert fijnere dokters op

Selectie van aankomende geneeskundestudenten op empathisch vermogen levert artsen met beter gedrag op.

Professor Cohen wijst het lotingssysteem daarom af.

"Je hoort nooit klachten dat een arts zijn anatomie niet goed kent, maar wel dat hij zich aan het bed onbehoorlijk gedraagt", zegt Janke Cohen Nederland, Breda, 08-04-2008 Twee arts-assistenten en een IC verpleegkundige aan het bed van een patient met de RMSA bacterie. Bij deze patient gelden strenge kledingvoorschriften. Doctors assistants and nurse standing at the bed of a patient with a MRSA bacteria. Serie over het werk op de afdeling Intensive Care van het Amphia ziekenhuis in Breda. Foto: Joyce van Belkom/Hollandse Hoogte Joyce van Belkom;Hollandse Hoogte

Minder horkerige dokters aan het bed – de Rijksuniversiteit Groningen lijkt de methode te hebben gevonden om die wens in vervulling te doen gaan. Studenten geneeskunde die voor hun studie aan een selectieproces zijn onderworpen, beschikken na hun eerste jaar over betere communicatieve vaardigheden dan collega’s die zijn ingeloot of zijn toegelaten omdat op hun eindlijst gemiddeld een 8+ stond.

In de oratie die Janke Cohen gistermiddag in Groningen uitsprak bij de aanvaarding van de leerstoel Onderzoek van onderwijs in de medische wetenschappen, presenteerde ze resultaten van een studie naar de selectieprocedure voor studenten geneeskunde die in 2009 begon.

Wat blijkt: studenten die zijn toegelaten omdat ze een 8+ gemiddeld scoorden, halen de hoogste cijfers en studenten die het tijdens de selectie goed doen in rollenspelen, scoren het best in non-cognitieve vaardigheden. De toekomstige dokters die zijn ingeloot en niet hebben meegedaan aan de selectie, doen het op beide terreinen het slechtst.

„De uitkomst van ons onderzoek leidt eigenlijk tot de conclusie dat we de loting helemaal moeten afschaffen en al onze studenten moeten selecteren aan de poort”, zegt Cohen. „We hebben in Nederland een prima rendement voor de studie geneeskunde, maar als we de kwaliteit verder willen opkrikken, zouden we het zo kunnen doen.”

Moet iedereen meedoen aan die rollenspelen, ook de scholieren met hoge cijfers op hun eindlijst?

„Ja, daar ben ik voor. Je hoort nooit klachten dat een arts zijn anatomie niet goed kent, maar wel dat hij zich aan het bed onbehoorlijk gedraagt. Daar moeten we dus nog meer aan doen.”

Hoe worden scholieren op hun empathisch vermogen getest?

„We houden gesprekken en daarnaast zetten we ze tegenover een acteur of actrice die gedurende een minuut of vijf een scenario met ze doorspeelt.”

Kun u een voorbeeld geven?

„Een van de casussen betreft het afscheid nemen van een mevrouw op leeftijd bij wie de scholier tijdens vakanties thuiszorgwerk heeft gedaan. Het is de bedoeling dat je duidelijk maakt dat je écht niet meer terugkomt, omdat je in een andere stad gaat studeren. Maar je moet daarbij wel laten merken dat je begrijpt dat dit haar misschien zwaar kan vallen. Belangrijk: duidelijk blijven communiceren. Er mag geen verwarring ontstaan.”

Kan selectie aan de poort nog op andere manieren bijdragen aan verhoging van de kwaliteit van de studie geneeskunde?

„Ja, we kunnen proberen studenten tijdig een richting op te sturen die past bij hun interesses en persoonlijkheid. Als je ertegen opziet met oude mensen te werken, kan je een aantal specialisaties beter links laten liggen. Bij sommige opleidingen diergeneeskunde vinden nu al voorselecties op interesse plaats en daar bewijst het zijn nut.”

U geeft in uw oratie ook aan dat het rendement van de studie geneeskunde omhoog kan als er variabele normen worden gehanteerd bij tentamens. Wat bedoelt u daarmee?

„Bij het bepalen van de cijfernorm mag de opleiding best kijken naar hoe een tentamen gemiddeld is gemaakt. Je hoeft niet elk jaar bij elk tentamen de lat op dezelfde hoogte te leggen.”

Maar dat leidt er toch toe dat een ‘domme’ lichting studenten onterecht voldoendes krijgt toebedeeld?

„Dat idee bestaat inderdaad bij veel universiteiten. Maar er zijn al geneeskundeopleidingen waar de normering variabel is, en uit onderzoek blijkt dat hun studenten op de lange termijn niet op een lager kennisniveau zitten.

„Als een tentamen opeens veel slechter dan gemiddeld gemaakt wordt, ligt dat niet aan de studenten. Misschien waren de vragen gewoon een keer te moeilijk.

„Maar goed, dit soort zaken kan keer op keer empirisch worden aangetoond zonder dat universiteiten de feiten accepteren. Afwijken van de vaste norm wordt nog altijd gezien als sjoemelen met de kwaliteit. En dat ligt heel gevoelig in het onderwijs.”