Paranormaal medium is geen hulpverlener

SBS6 gaat te ver door kinderen ‘hulp’ te bieden van mensen die zelf in het paranormale geloven. Deze kinderen zijn daarvan de dupe, zeggen Hans Dooremalen en Herman de Regt.

Tekening Hajo

Vorige week zond SBS6 Paranormale Kinderen uit, het nieuwe programma van ‘medium’ Liesbeth van Dijk. Bekend als finaliste van de talentenshow Op Zoek naar het Zesde Zintuig (KRO) presenteert zij nu een programma waarin ze zegt op een integere manier getroebleerde kinderen met een ‘paranormale gave’ te begeleiden.

De eerste aflevering laat zien hoe Van Dijk met het verbranden van saliekruid de door de tienjarige Miranda beschreven ‘geestjes’ uit haar slaapkamer verdrijft. Van de dertienjarige Ruben krijgen we te horen dat zijn overleden oma ‘boodschappen aan hem doorgeeft’. Ruben zelf twijfelt of het praten van zijn dode grootmoeder wel echt is, maar de makers van het programma nemen deze twijfel resoluut weg: ja, het is allemaal echt.

Dit is natuurlijk je reinste onzin: we hebben goede redenen te geloven dat het paranormale niet bestaat. Een werkelijk integere begeleiding van getroebleerde ‘paranormale’ kinderen neemt het paranormale voor wat het is, namelijk waanvoorstellingen. Een dergelijke coaching van het kind vermindert het risico van blijvende, problematische waan. Dat is iets heel anders dan het riskante gebruik van kinderen voor commerciële doeleinden door SBS6.

Voor kinderen is het heel normaal om allerlei vreemde ervaringen en overtuigingen te hebben. Kinderen geloven in Sinterklaas, die op een paard over de daken rijdt en in één nacht tijd in heel Nederland cadeaus door smalle schoorstenen gooit. Kinderen zijn van nature ‘magische denkers’, een term uit de ontwikkelingspsychologie waarmee grofweg wordt gedoeld op onwetenschappelijk en naïef denken.

Onderzoekers Kelemen en DiYanni laten zien dat kinderen denken dat bergen bedoeld zijn om beklommen te kunnen worden of dat stenen puntig zijn opdat dieren zich eraan kunnen schuren: ze zien bedoelingen waar ze niet zijn. Pearson en anderen tonen aan dat 46,2 procent van de kinderen jonger dan twaalf metgezellen heeft die voor anderen onzichtbaar zijn.

Dit alles is niet abnormaal. Een kind van acht jaar hoeft niet naar de psycholoog als het in Sinterklaas gelooft. In een normale ontwikkeling worden rond het negende of tiende jaar dit soort overtuigingen vanzelf gecorrigeerd: het magische denken neemt af en imaginaire vriendjes verdwijnen, net als het geloof in Sinterklaas en de Kerstman.

Als vreemde overtuigingen van kinderen extreme vormen aannemen en niet verdwijnen op latere leeftijd, is het zaak hen door te verwijzen naar professionele hulp. Dat zijn psychologen en artsen – niet de ‘paranormale’ ervaringsdeskundigen die als volwassenen nog steeds dezelfde wanen hebben die ze als kind al hadden. Zoals het idee dat ze telepathisch begaafd zijn, stemmen van overledenen horen, geesten zien, imaginaire vriendjes hebben of ontvoerd waren door aliens. Zulke ‘deskundigen’ kunnen beter zelf hulp zoeken dan anderen hulp aanbieden.

SBS6 heeft duidelijk geen oog voor de mogelijke langetermijneffecten die het stimuleren van de waan bij deze kinderen kan hebben. Hier is nog niet veel wetenschappelijk onderzoek naar gedaan, maar uit het onderzoek dat beschikbaar is, volgt reeds een aantal belangrijke suggesties over de gezondheidsrisico’s die een verstandige ouder zijn kind niet wil laten lopen. Zo kan het op latere leeftijd hebben van paranormale overtuigingen (vanaf ongeveer het tiende levensjaar) een indicatie zijn van traumatische ervaringen in de vroege kindertijd. De tienjarige Miranda uit Paranormale Kinderen moest op zesjarige leeftijd de moord verwerken op haar vriendinnetje door de moeder van dat meisje. Had Miranda niet beter professioneel geholpen kunnen worden, dat wil zeggen, integer?

Onderzoek van Einstein en Menzies laat zien dat er sterke correlaties zijn tussen geloof in het paranormale en obsessieve-compulsieve stoornissen. Kinderen die hun magische overtuigingen en ervaringen behouden, tonen – zo suggereert onderzoek – symptomen van een zich langzaam ontwikkelende stoornis.

Bovendien blijkt dat mensen die in het bovennatuurlijke geloven vaak ook andere incorrecte overtuigingen over de werkelijkheid hebben, bijvoorbeeld dat alternatieve geneeswijzen beter werken dan de medische wetenschap. Dit kan onder omstandigheden levensgevaarlijk zijn.

Wanneer paranormale opvattingen een probleem vormen voor een kind, dan is de beste begeleiding er één door experts verzorgd – experts die goed geïnformeerd zijn. Die informatie komt uit de (psychologische) wetenschap en niet van ‘paranormale’ ervaringsdeskundigen als Van Dijk of het commerciële productieteam van SBS6.

Dr. Herman de Regt en dr. Hans Dooremalen zijn als wetenschapsfilosofen verbonden aan de Universiteit van Tilburg en de auteurs van Wat een onzin! Wetenschap en het paranormale.