Overheidspersoneel verdwijnt vanzelf

Bij de overheid verdwijnen misschien wel 100.000 banen door bezuinigingen. Tegelijkertijd dreigt een tekort aan ambtenaren door de vergrijzing.

Zijn telefoon staat roodgloeiend, zegt vakbondsbestuurder Harry van de Veerdonk van AbvaKabo FNV. Sinds de belastingdienst bekendmaakte mogelijk 5.000 banen te willen schrappen, hangen de ambtenaren ongerust aan zijn lippen. Moeten er echt zoveel banen verdwijnen? Hoe dan? Zullen er gedwongen ontslagen vallen? „De onrust is verschrikkelijk groot”, zegt Van de Veerdonk.

Niet alleen bij de belastingdienst is er onrust onder het personeel. Ook bij provincies, gemeentes en ministeries hangen mogelijke ontslagen als een donkere wolk boven de hoofden van de ambtenaren. De overheid, van oudsher een veilige en dus aantrekkelijke werkgever in onzekere tijden, moet banen schrappen. En veel ook. Het nieuwe kabinet wil 6,5 miljard per jaar besparen op de overheid. Dat kost, zo rekende het Centraal Planbureau (CPB) door, ongeveer 100.000 banen.

Maar of het daadwerkelijk zo ver zal komen, is nog maar de vraag. Een reductie van het aantal arbeidsplaatsen betekent namelijk niet automatisch dat er ook mensen worden ontslagen. Sterker nog: binnen nu en een aantal jaar gaan er zoveel mensen met pensioen bij de overheid dat er eerder een personeelstekórt wordt verwacht, dan een personeelsoverschot.

In de arbeidsmarktanalyse openbaar bestuur 2010 van het Ministerie van Binnenlandse Zaken zijn de twee tendensen goed zichtbaar. Aan de ene kant leiden de bezuinigingen die het huidige kabinet wil doorvoeren tot een overschot van ambtenaren. Aan de andere kant slaat de vergrijzing van het ambtenarenapparaat de komende jaren keihard toe.

Van de tien mensen die in 2010 bij de overheid werken, zijn er in 2020 maar liefst zeven weg, voorspelt het ministerie van Binnenlandse Zaken. Drie van de tien gaan met pensioen, vier zoeken hun heil bij een andere werkgever.

Voor de vakbonden is die hoge uitstroom een van de belangrijkste redenen om nu geen ambtenaren te ontslaan. „Ze verdwijnen vanzelf wel”, zegt AbvaKabo-bestuurder Jan Willem Dieten die de rijksoverheid in zijn portefeuille heeft. „Het zou ongelooflijk dom zijn om er nu duizenden mensen uit te gooien, die je over vier jaar weer hard nodig hebt.”

Zo simpel ligt het niet, nuanceert Anthony Stigter, beleidsmedewerker arbeidsmarkt bij Binnenlandse Zaken. „De uitstroom zal de komende jaren inderdaad groot zijn. Maar in de praktijk zal blijken dat je daarmee niet direct de boventalligheid van andere ambtenaren oplost. Het vertrek van de een, betekent niet dat de ander automatisch kan blijven.” Stigter wil maar zeggen: niet iedereen die je wilt houden, blijft. En tegelijkertijd zullen de mensen die je weg wilt hebben niet uit zichzelf vertrekken.

Bij de rijksoverheid, waar de ministeries en de belastingdienst onder vallen, zouden in totaal 10.000 banen op het spel staan als gevolg van de kabinetsplannen. Maar, stelt Dieten, die aantallen zijn niet realistisch. „Het CPB heeft het aantal euro’s dat bezuinigd moet worden vertaald naar formatieplaatsen. Maar niemand kan ons nog vertellen wát de overheid dan niet meer zou moeten doen. Wij zeggen: kijk daar eerst eens na, en ga dan zeggen hoeveel banen het kost.”

Op de korte termijn levert het ontslag van duizenden ambtenaren bovendien geen geld op. Een werkloze ambtenaar heeft recht op wachtgeld en WW: dat geld wordt betaald door diezelfde overheid als waar ze in dienst waren. „Gedwongen ontslag is hartstikke duur. Dat leidt dus in ieder geval niet tot een bezuiniging binnen deze kabinetsperiode”, concludeert Dieten. Hoe het kabinet dit probleem wil oplossen, is nog onduidelijk. Maar volgende week dinsdag zal in ieder geval voor de rijksoverheid helder moeten worden hoe en waar het kabinet wil snoeien. Op die dag gaan de vakbonden met de werkgevers in gesprek over een nieuwe cao voor de ongeveer 125.000 rijksambtenaren. De vakbonden zetten in op het voorkomen van gedwongen ontslagen én op een loonsverhoging van twee procent. Het eerste punt, voorkomen van gedwongen ontslagen, kan volgens Dieten „gemakkelijk” worden gerealiseerd door de aangekondigde bezuinigingen over een langere periode uit te smeren. „Dan doet de arbeidsmarkt zijn werk en verdwijnen de boventallige arbeidsplaatsen vanzelf.” Salarisverhoging zal lastiger worden. Het kabinet wil de lonen in de collectieve sector namelijk bevriezen. Is het dan niet heel naïef om er toch twee procent loon bij te vragen? Nee, vindt Dieten. De overheid moet, juist met het oog op de toekomstige personeelstekorten, wél zorgen dat ze een goede werkgever blijft. „Door nu én onrust te zaaien over mogelijke ontslagen én de salarissen te bevriezen én te beknibbelen op het ambtenarenrecht, prijst de overheid zichzelf uit de markt.”

Dat gevaar wordt ook aan werkgeverszijde gezien. „We moeten de komende jaren echt ons best blijven doen om de instroom van jonge, goed opgeleide mensen in stand te houden”, zegt Stigter van Binnenlandse Zaken. „We zien nu al dat er bij verschillende gemeentes en onderdelen van ministeries vacaturestops zijn. Dat is begrijpelijk, want je kunt er eenvoudig mee bezuinigen. Maar het is niet altijd de beste weg. We moeten jonge mensen blijven trekken.”

    • Patricia Veldhuis