Najaar: de gouden appels

Weinig vruchten zijn zo mooi en zo geurig als de kweepeer. Felgeel, bobbelig, soms wat periger soms wat appeliger van uiterlijk en met die geur die het hele huis doortrekt en je laat denken: najaar. Net als de geur van suikerbieten die in de fabriek tot suiker worden gemaakt – zo’n gronderige oktober/novemberlucht.

Maar de kwee. De gouden appels der Hesperiden. De Hesperiden bewaakten de kweeappels die oppergodin Hera bij haar huwelijk had gekregen. Toen Heracles de opdracht kreeg om voor koning Eurystheus appelen uit de tuin van de Hesperiden te halen, stond hij voor een probleem. Hij liet het, slim, Atlas doen, de vader van de Hesperiden, en nam zelf zolang even het hemelgewelf op zijn schouders.

Die wandeling van Atlas, van zijn gebruikelijke eeuwige standplaats naar de tuin van zijn dochters, was de mooiste in zijn bestaan, beweren sommigen. Denk je in, even die last kwijt en zomaar door de geurige wereld lopen. Geen wonder dat hij, als hij met de appels terugkomt, zich ineens bedenkt en weigert de last weer terug te nemen. Hij gaat heerlijk flierefluiten! Kweemoes maken!

Maar slimme Heracles zegt: „Atlas, ik begrijp je. Maar ik sta niet goed. Neem het gewelf even terug, dan krab ik me op mijn rug en neem een betere positie in.”

Geen kweemoes voor Atlas, want natuurlijk nam Heracles de appels en de benen. Nooit meer teruggezien.

Of koning Eurystheus moes heeft gemaakt van de gouden appels vertelt het verhaal niet. Het is veel werk, maar bevredigend, vooral dankzij die verrukkelijke geur. Als je de moes helemaal inkookt krijg je membrillo, ik schreef er gisteren al over, stijve, geurige kweepasta die goed combineert met oude kaas. Maar maak ook een gedeelte niet zo stijf, dan doen we daar ook nog wat mee, morgen.

Was de kweeperen eerst en wrijf hun donslaagje af – soms is dat bij kweeën uit de winkel al verdwenen. Neem een zwaar mes en snijd ze in vieren – kweeperen zijn erg hard. Zet ze onder water en kook ze tot ze gaar zijn, dat kan gemakkelijk een half uur of langer duren. Prik af en toe met een scherp mes, ze moeten zacht zijn.

Laat ze afkoelen. Eventueel, als het heel geurig kookwater is geworden, kan dat worden gebruikt om gelei van te maken met behulp van geleisuiker.

Haal de schillen van de peren en verwijder de klokhuizen. Stamp of maal ze tot moes en weeg die moes. Neem eenzelfde gewicht aan suiker en doe dat met de kweeën in een pan met een dikke bodem die niet makkelijk aanbrandt.

Nu gaan we de zaak inkoken. Blijf geregeld roeren. Aanvankelijk gaat dat makkelijk, maar naarmate de moes dikker wordt, gaat het roeren stroever.

En wat erger is, er ontstaan een soort vulkanische uitbarstingen in die moes. Af en toe doet-ie ‘blob!’ en dan vliegt er zo’n klodder gloeiende perenpasta de pan uit op je kleren, tegen je muren of tegen het plafond als je een erg enthousiaste brij hebt.

Bescherm dus alles in de omgeving van de pan zo goed mogelijk, inclusief jezelf. Lange mouwen aan – het beste zou zijn: overmouwen, maar wie heeft die. Een oude bloes over je kleren aan doen.

Enfin, na lang roeren en ploffen is de moes behoorlijk dik. Bekleed een of twee ovenschalen met vetvrij papier en giet de hete brij daarin. Laat hem afkoelen.

De membrillo is heel lang te bewaren, gewoon buiten de ijskast. Hij kan ook als kweesnoepjes worden gegeten: snijd er stukjes van en rol die door de suiker.