Klooster dode monniken wil toeristen

In Frankrijk trekt een film over de moord op zeven Franse monniken in Algerije in 1996 volle zalen. Hun klooster in Tibhirine hoopt vandaag op een stroom toeristen.

„Dit was Lucs kamer; hij sliep hier omdat hij zoveel hoestte en de anderen niet wilde storen. Hier sliep Jean-Pierre: hij heeft de terroristen gezien maar is weer gaan slapen. Ze hebben hem niet gevonden.”

De Franse Cisterciënzer-pater Jean-Marie Lasausse praat over de monniken van Tibhirine alsof het zijn beste vrienden waren. In werkelijkheid woonde Lasausse in Egypte toen zijn zeven collega’s op 27 maart 1996 ontvoerd werden door de Algerijnse Gewapende Islamitische Groep (GIA). Maar sinds hij in 2000 naar Algerije werd gestuurd, is het zijn taak om de herinnering aan zijn voorgangers in leven te houden.

„Ik heb ze nooit gekend, nee, maar gaandeweg zijn zij mijn bestaansreden geworden.”

Het klooster staat vandaag grotendeels leeg, deels omdat er geen kandidaten zijn gevonden om de plaats van de monniken in te nemen, deels omdat het Algerijnse regime weigert toestemming te geven voor permanente bewoning.

De gigantische moskee die pal tegenover het klooster in aanbouw is, is dan ook symbolisch. Christenen worden in de islamitische wereld hooguit getolereerd, zoals een synode van Midden-Oosterse bisschoppen vorige maand constateerde. Dat blijkt ook uit verschillende recente rechtszaken tegen christenen in Algerije en de uitwijzingen van buitenlandse christenen door Marokko.

Tweemaal per week reist Lasausse onder escorte van Algerijnse militairen van het aartsbisdom in Algiers naar Tibhirine, een dorpje op 1.200 meter hoogte in het Atlasgebergte.

Dat van die escorte is een beetje wrang: de monniken hadden destijds elke militaire bescherming resoluut afgewezen, ook nadat vlakbij twaalf Kroatische arbeiders de keel was afgesneden. Ze wilden geen partij kiezen in het Algerijnse conflict. Van de GIA-strijders konden ze moeilijker hun afstand bewaren: onder dwang gaven ze medische verzorging aan gewonde terroristen.

Twee maanden na hun ontvoering werden de afgehakte hoofden van de zeven monniken teruggevonden, in plastic zakken die waren opgehangen aan een boom op de weg naar het klooster. Vijf van de zeven behoorden tot het klooster; twee anderen waren toevallig op bezoek.

Omdat de terroristen dachten dat er maar zeven monniken waren, zijn er twee aan de dood ontsnapt: Jean-Pierre en Amédée. De laatste is inmiddels overleden; Jean-Pierre woont nu in een klooster in Marokko.

Jean-Marie Lasausse toont trots het zaaltje dat voorbestemd is om het bezoekerscentrum te worden voor een verhoopte stroom toeristen. Er is nog niet veel te zien: op een tafel liggen boeken over de monniken en ook sommige van hun eigen geschriften.

Lasausse hoopt daar straks een projectiezaaltje aan toe te voegen. Om de aan de moord gewijde Franse film Des hommes et des dieux te kunnen vertonen zodra deze op DVD uitkomt. De film trekt nu in Frankrijk volle zalen.

Zeven keer heeft Lasausse de film al gezien, en nog krijgt hij er niet genoeg van. „Natuurlijk zitten er schoonheidsfoutjes in. Zo sneeuwde het niet op de dag van de ontvoering.”

Maar verder is hij erg tevreden. Dat komt wellicht doordat maker Xavier Beauvois ervoor gekozen heeft geen politieke film te maken. De kijker komt niets te weten over de controverse rond Tibhirine: de aantijgingen dat het Algerijnse regime zelf, al dan niet direct, verantwoordelijk zou zijn voor de dood van de monniken, in een poging om zich te verzekeren van de steun van Frankrijk in de strijd tegen de moslimterroristen.

Des hommes et des dieux vertelt in plaats daarvan het verhaal van de monniken zelf, hun geloofsovertuiging, hun omgang met de plaatselijke bevolking, hun twijfel over de vraag of ze moeten blijven of niet.

De film eindigt met het testament van pater Christian dat hij in 1993 schreef voor het geval van zijn dood. Daarin richt hij een dankwoord aan zijn toekomstige moordenaar – „Jij, mijn vriend van de laatste minuut, die niet zal weten wat je doet” – en kijkt hij uit naar het moment waarop zij elkaar in het paradijs zullen terugzien – „als het God, ons beider vader, behaagt”.

Vanaf deze maand wil Lasausse, met de hulp van twee gepensioneerde Franse geestelijken, driemaal per week naar Tibhirine komen.

Het is belangrijk, zegt hij, dat de kerk aanwezig blijft in de islamitische wereld. „Niet om te bekeren maar om te tonen dat het mogelijk is voor verschillende religies om samen te leven. Daar was het de monniken van Tibhirine altijd om te doen.”