Iraakse asielzoekers toch niet uitgezet

De gedwongen uitzetting van ongeveer vijftien uitgeprocedeerde Iraakse asielzoekers ging vanochtend niet door. Dat is het gevolg van een uitspraak van de president van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens. Minister Gerd Leers (Immigratie en Asiel, CDA) liet gisteravond weten dat Nederland in ieder geval tot en met 24 november geen Iraakse asielzoekers zal uitzetten.

Tijdens het vragenuur, gistermiddag in de Tweede Kamer, zei Leers nog dat hij de uitzetting niet wilde opschorten. Daarbij refereerde hij aan het laatste ambtsbericht van het ministerie van Buitenlandse Zaken waarin staat dat de veiligheidssituatie in Irak weliswaar „problematisch” is, maar dat er geen sprake is van een verslechtering. „Ik zal zorgvuldig wegen of er een moment komt dat ik moet zeggen: nu kan het niet meer, want de situatie verslechtert. Maar tot op dit moment ben ik van oordeel dat deze retourvlucht gewoon door kan gaan.”

Het kwam Leers op kritiek te staan van de oppositiepartijen. Joël Voordewind (ChristenUnie) noemde het „onbegrijpelijk” dat de overheid een negatief reisadvies afgeeft voor Nederlanders die naar Irak willen gaan, „terwijl de regering een enkeltje Bagdad toekent aan asielzoekers”.

Voordewinds motie om de uitzetting die voor vandaag gepland stond op te schorten tot het Europees Hof zich erover had uitgesproken, werd door een nipte Kamermeerderheid verworpen: 73 Kamerleden stemden tegen, 70 leden stemden voor.

Voordewind reageerde opgetogen toen later bleek dat het Europese Hof voor de Rechten van de Mens de uitzetting tegenhoudt. Voordewind twitterde: „Eerste pedagogische tik op de vingers voor kabinet door Europa.”