Het museum is een stinkende vuilnisbelt

„Welkom in het mooiste dorp van Oost-Vlaanderen”, staat langs de weg als je Deurle binnenrijdt. Met het goorste museum ter wereld.

Volk trekt het, de expositie Too Too - Much Much van de Zwitserse kunstenaar Thomas Hirschhorn. Dagjesmensen rijden af en aan in de rustige villawijk onder Gent. Ze lopen over een glad gazon naar een tent waar rubber laarzen in alle maten klaar staan. Dan waden ze de vuilnisbelt op die Hirschhorn in het museum heeft gestort.

Veertien vuilniswagens waren het. De vestiaire van het museum hielp de blikjes, plastic flesjes en rottend karton per kruiwagen over de zalen te verspreiden. Het vuilnis werd vooraf gewassen, maar dat lukte niet erg. Vandaar die rottingsgeur. En de wolken fruitvliegjes, al zijn die nu even uitgedund door insectenspray. „We gebruiken luchtverfrissers, maar dat helpt niet”, zucht ze.

Museum Dhondt-Dhaenens, een modernistische witte bunker, wordt per expositie herschapen. „De vaste collectie is momenteel niet zichtbaar”, aldus de museumsite Museumdd.be. Hirschhorns vuilnis reikt namelijk tot halverwege het plafond. Hier en daar duiken naakte paspoppen op of een olifant van bierblikjes, elders staan trofeeënkasten met sportbokalen of kerstbomen. Er zijn ook zithoekjes, want tot je enkels door vuilnis waden is vermoeiend.

Hirschhorn ziet de expositie niet als kritiek op de hyperconsumptie. In de catalogus schrijft hij te willen tonen hoe zowel de mens als de kunstenaar altijd te veel produceert. In de „immense blikjesstroom” verdwijnen „voorwerpen in de massa waardoor deze nog amper herkenbaar zijn”. Maar de mens zou de mens niet zijn als hij die catastrofe niet zou bedwingen. Zo ontstaat schoonheid en pathetiek.

Een mooi statement, maar de stank is echt niet te harden, en als geursensatie was de expositie niet bedoeld. Inmiddels zijn droogkanonnen ingezet, maar vermoedelijk moet de vestiaire nog tot 5 december haar neus dichtknijpen.

Coen van Zwol