Gelderse woede over Nationaal Museum

Het Nationaal Historisch Museum hoeft van het kabinet niet in Arnhem te komen. De gemeente en de provincie Gelderland bestrijden dat besluit.

Interieur van de Zuiderkerk.

De gemeente Arnhem en de provincie Gelderland zijn boos op de directie van het Nationaal Historisch Museum (NHM) en op staatssecretaris Halbe Zijlstra (VVD, Cultuur). Aanleiding is het bericht dat het museum voor vijf jaar onderdak heeft gevonden in de Zuiderkerk in Amsterdam, én dat Zijlstra de eis heeft laten vallen dat het museum zich vestigt in Arnhem. Morgen houdt de Tweede Kamer een spoeddebat over de kwestie.

Gedeputeerde Hans Esmeijer noemt het „onverteerbaar” dat de NHM-directie „zonder overleg” is vertrokken. „De provincie en gemeente hebben veel geld en tijd geïnvesteerd in de komst van het museum en nu mogen we in een persbericht lezen dat het museum niet naar Arnhem komt.”

Ook laakt Esmeijer de rol van de staatssecretaris: „Vrijdag heeft hij mij verzekerd dat de vestigingsplaats van het museum niet ter discussie staat. Het museum zou ook niet elders in afgeslankte vorm opduiken. Wij hadden de competitie om de vestiging gewonnen, maar nu staat de beker in een Amsterdamse prijzenkast.”

Ook volgens burgemeester Pauline Krikke van Arnhem is de verhuizing van het museum „tegen alle afspraken in”. De gemeente heeft vanochtend in allerijl drie alternatieve locaties in de stad aangewezen als tijdelijk onderdak voor het NHM.

Volgens de woordvoerder van Zijlstra is tegen Esmeijer vrijdag duidelijk gezegd dat Arnhem alleen zeker de vestigingsplaats is als er rijkssubsidie voor de bouw naar het museum gaat. Alleen in het „hypothetische geval” dat Zijlstra in 2011 alsnog besluit tot toekenning van zo’n subsidie, moet het museum in Arnhem komen. De huidige subsidie, zes miljoen voor 2011, is voor projecten en daar is geen vestigingsvoorwaarde aan verbonden.

Vrijdag zei Erik Schilp, directeur van het Nationaal Historisch Museum al dat de staatssecretaris heeft bepaald dat hij geen gebouw wil betalen, en dat hij daardoor niets meer heeft te zeggen over de bouw en de locatie van het museum. Het NHM wil met privaat geld een definitieve locatie vinden of bouwen.

Het CDA, dat in het regeerakkoord heeft laten opnemen dat cultuur in alle regio’s evenredig moet zijn vertegenwoordigd, zal niet ingaan tegen het besluit van de staatssecretaris. Kamerlid Madeleine van Toorenburg, de CDA-woordvoerder cultuur: „Het is realiteit dat het museum nu zelf een plek kan kiezen.”

Volgens haar wordt de bevordering van het historisch besef, de reden voor oprichting van een Nationaal Historisch Museum „duidelijk in stand gehouden door de website van het museum en reizende exposities”. Maar het mag geen gewone website zijn, aldus Van Toorenburg. „Daar nemen wij geen genoegen mee.”

Een website is niet een prestigieus museum met nationale uitstraling. „Er is meer prestigieuze cultuur”, reageert Van Toorenburg. „Er zijn ook belangrijke musea en orkesten en we moeten 200 miljoen bezuinigen. Investeren in stenen is nu niet verantwoord.”

Volgens een woordvoerder van het museum was een tijdelijke locatie in de Randstad „al lang in beeld”. Het museum wil op diverse plaatsen in Nederland zichtbaar zijn: „Daar hoort een eigen kantoor en tentoonstellingsruimte in de Randstad bij.”

In een gesprek morgen willen burgemeester Krikke en gedeputeerde Esmeijer de staatssecretaris op andere gedachten brengen. Esmeijer: „Dit besluit geeft het beeld dat de regio niks is gegund. De verdeling van Rijksgeld over het land wordt almaar schever.”

Dat Gelderland wordt gecompenseerd voor het verlies van het NHM wil Van Toorenburg niet bevestigen. „Maar het is duidelijk dat er iets moois niet naar Arnhem komt. Dat is van belang bij het vaststellen van hoeveel cultuur er is in de regio.”