BP aan de beterende hand

Het zal nog lang duren voordat BP na de ramp in de Golf van Mexico weer helemaal de oude is. Het Britse olie- en gasconcern heeft gisteren zijn schatting van de kosten van de ramp met 7,7 miljard dollar (5,5 miljard euro) verhoogd naar 39,9 miljard dollar. Beleggers moeten maar hopen dat dit het definitieve kostenplaatje zal zijn. Maar de verhoging van de schatting kan een ontluikend herstel van BP niet maskeren.

De verhoging van de kosten van het lek bij de Macondo-bron was twee maal zo hoog als sommige analisten hadden verwacht. BP wijt de hogere kosten aan vertragingen tijdens de pogingen om het lek te dichten. Toch is de beurskoers van BP na het bekend worden van het slechte nieuws gestegen in plaats van gedaald. Dat is niet zo vreemd. De ramp in de Golf van Mexico had al zo’n 60 miljard dollar van de marktwaarde van BP weggevaagd, terwijl de mondiale markten weinig verandering hebben ondergaan in de periode na de ontploffing in april van het boorplatform van BP. Na belastingen daalt de financiële schade naar 27 miljard dollar. Dat bedrag is waarschijnlijk nog steeds de meest accurate schatting. Als BP alsnog schuldig wordt bevonden aan grove nalatigheid, kan de schadepost wel veel hoger uitvallen. Maar de kosten kunnen ook dalen als de partners van BP in de getroffen bron hun aandeel van 35 procent in de aansprakelijkheid voor hun rekening zouden nemen.

Exclusief de kosten van het lek en andere eenmalige lasten steeg de onderliggende kwartaalwinst van BP met 18 procent naar 5,5 miljard dollar, veel méér dan de verwachtingen in de markt. Een lager belastingtarief hielp daarbij, maar de marges op de raffinaderijen waren ook hoger. Toch ligt BP nog steeds achter op de concurrentie. De productie is dit kwartaal met 4 procent gedaald, tegen een stijging van 5 procent bij Shell. De productie zal nog verder afnemen nu BP bezittingen verkoopt om de kosten van het lek te kunnen financieren.

De balans lijkt intussen sterk genoeg. De nettoschulden liepen dit kwartaal op tot 26,4 miljard dollar, waardoor het vreemd vermogen op 23 procent bleef staan. Dat aandeel vreemd vermogen daalt tot 19 procent als de kasdeposito’s worden meegerekend die BP ontving voor belangenverkopen die aan het eind van het kwartaal nog niet waren afgerond, aldus schattingen van financieel adviesbureau Collins Stewart. BP erkent dat de kracht van de kasstroom volgend jaar een stijging van de kapitaaluitgaven zal rechtvaardigen. Afhankelijk van de vraag hoe de kwestie rond de eventuele nalatigheid zal worden opgelost, kan het dividend in 2011 opnieuw worden ingevoerd.

De nieuwe topman Bob Dudley moet nog heel veel doen om de reputatie van BP te herstellen en de veiligheidscultuur na de Macondo-crisis weer op te bouwen. Toch is het niet moeilijk om te zien hoe Dudley straks de vruchten zal plukken van een verbetering op deze terreinen.

Fiona Maharg-Bravo