Bommen treffen 15 wijken Bagdad

Twee dagen na een bloedige gijzeling in een kerk in Bagdad zijn gisteren zeker 78 doden gevallen bij een gecoördineerde serie bomexplosies en mortieraanvallen in vijftien verschillende, hoofdzakelijk shi’itische buurten van de Iraakse hoofdstad. Er werden honderden mensen gewond. De daders zijn in beide gevallen naar algemeen wordt aangenomen sunnitische extremisten van Al-Qaeda-in-Irak of verwante groepen.

De aanslagen van gisteren onderstreepten tegelijkertijd het vermogen van de daders een complexe, gecoördineerde operatie uit te voeren en het onvermogen van politie en leger van Irak – het Amerikaanse leger adviseert officieel alleen nog maar – om een einde te maken aan het geweld.

Weliswaar is het geweld aanzienlijk teruggelopen in vergelijking van de sunnitisch-shi’itische burgeroorlog van 2006 en 2007, maar extremisten slagen er nog steeds in met grote regelmaat toe te slaan met bloedige en complexe operaties. Indertijd vielen maandelijks tussen de 1.000 en 2.000 burgerdoden, nu nog altijd enkele honderden.

De reeks aanslagen begon gisteren aan het einde van de middag, kort na de zeer zwaar beveiligde begrafenis van de doden van zondag, en duurde vier uur. Er werden volgens een Iraakse zegsman veertien autobom-explosies, twee bommen langs wegen en acht mortieraanvallen geteld. Veel van de aanslagen waren volgens de zegslieden specifiek gericht op burgers die zich in restaurants en cafés hadden verzameld.

„Ze zeggen dat de situatie onder controle is. Waar is hun controle?” vroeg een 26-jarige inwoner van de shi’itische sloppenwijk Sadr City. Een ander vroeg zich af waarvoor de talrijke checkpoints in Bagdad eigenlijk dienen. Ook na de gijzeling in de kathedraal kwam scherpe kritiek op leger en politie. Het is nog niet duidelijk hoeveel van de 57 doden van zondag vielen bij de bevrijdingsoperatie door Iraakse agenten en militairen.

Volgens premier Nouri al-Maliki was het geweld van zondag en van gisteren uitdrukkelijk bedoeld om de vorming van een nieuwe regering te dwarsbomen. In werkelijkheid zit de coalitievorming al sinds de verkiezingen van begin maart vast op Maliki’s vasthouden aan het premierschap en het feit dat ook in eigen, shi’itische kring veel verzet tegen zijn aanblijven bestaat. Het Witte Huis liet weten dat „deze aanslagen Iraks vooruitgang niet zullen stoppen”. (Reuters, AP, AFP)