Alle macht aan FED

Wall Street, zo wil de traditie, is blij met een politieke patstelling in de Verenigde Staten. Dat was gisteren ook te zien. De beurskoersen gingen marginaal omhoog in het zicht van de Democratische nederlaag.

De gedachten gaan daarbij terug naar 1994, toen president Clinton bij de tussentijdse verkiezingen een Republikeinse meerderheid tegenover zich kreeg. Een patstelling volgde. En die zorgde in de maanden daarop voor een confrontatie tussen het Witte Huis en het Congres en ook een tijdelijke verlamming van de overheid: de inmiddels befaamde shut down. Clinton nam echter geleidelijk aan grote delen van de Republikeinse agenda over. De overheidsfinanciën raakten op orde en er volgden zes jaren van toenemende voorspoed.

Het gaat echter veel te ver ook nu zo’n gang van zaken te voorzien. In 1994 groeide Amerika voorspoedig uit de milde recessie van twee jaar eerder, die Clinton met zijn slogan ‘het is de economie, stomkop’, mede in het zadel hielp.

Daar is nu geen sprake van. De economische groei is, na een opleving eind vorig jaar, mondjesmaat. De werkloosheid bedraagt nog steeds bijna 10 procent. Door een begrotingstekort, dat volgend jaar nog steeds circa 8 procent van het bruto binnenlands product bedraagt, is de druk groot om te bezuinigen. Maar verscheidene deelstaten en grote steden verkeren al op de rand van bankroet. De consument bouwt intussen eerst zijn schulden af.

Een economische opleving zal afhangen van een herstel van de arbeidsmarkt en de woningmarkt. Daarop is voorlopig weinig zicht.

En of de Republikeinen in het Huis komende jaren in staat zijn om de overheidsfinanciën in het gareel te krijgen is ook de vraag.

Een politieke patstelling kan nuttig zijn als de economie toch al op koers ligt en het er even niet zo toe doet hoe actief Washington is met zijn plannen en wetten. Dat is anno 2010 niet het geval. Een verlamming betekent nu juist dat niet verwacht mag worden dat de economie wordt gesteund bij een nieuwe terugval. President Obama is gisteren, terecht of ten onrechte, juist afgerekend op zijn vorige economische steunpakket. Hij wordt zelfs verantwoordelijk gehouden voor de grootschalige steun aan de financiële sector, ook al vond dat laatste plaats in de nadagen van zijn Republikeinse voorganger George W. Bush.

Dit betekent dat het actieve management van de economie voor het grootste deel zal toevallen aan de centrale bank: de Federal Reserve. Vanmiddag wordt bekend of deze instelling zal beginnen met het toedienen van een paardenmiddel: een programma van naar verluidt minstens 500 miljard dollar waarbij vooral staatsleningen zullen worden gekocht met nieuw aangemaakte dollars.

De meningen over de effectiviteit en de risico’s van deze onderneming zijn zeer verdeeld. Maar dat deze toch extreme monetaire variant van economische politiek voorlopig de enige vorm van beleidsvrijheid in Washington representeert, is op zich al alarmerend.