Wie kan een paard met zachte ogen slaan?

‘Het laatste wat sterft is de hoop’, luidde het motto in de roman De joodse messias.

In zijn nieuwe roman Huid en Haar werkt Grunberg dat motto briljant uit.

Schrijver Arnon GRUNBERG (1971) op de rug gezien. foto VINCENT MENTZEL/NRCH==F/C== Eupen,Belgie, 26 september 2008 ©Vincent Mentzel 2008

Zoals de meeste van Arnon Grunbergs boeken wordt ook zijn nieuwe roman Huid en Haar beheerst door het denken over de Holocaust. De verrassing bij Grunberg is nu eenmaal zelden zijn onderwerp, het is altijd – en ook nu weer – de vorm waarin hij dit giet. Huid en Haar is De joodse messias voor vinex-lezers verklaard. In die roman uit 2004 wierp een neonazi in het Oostenrijk van Jörg Haider zich op als de redder van het wereldjodendom. Waar de metafoor in dat boek zo absurdistisch was dat niemand zich er zelf in kon herkennen, daar gaat Huid en Haar over ‘ons’. Over gewone, tolerante Nederlanders en Amerikanen in de tijd rond Obama’s verkiezing. Huid en Haar is de uitwerking van het motto dat Grunberg zijn De joodse messias meegaf: ‘Het laatste wat sterft is de hoop’.

Dit motto komt uit This Way for the Gas, Ladies and Gentlemen, van de Poolse schrijver en Auschwitz-overlevende Tadeusz Borowski, die in 1951 op zijn 28ste zelfmoord pleegde door zijn hoofd in een gasoven te stoppen. Econoom en Holocaust-onderzoeker Roland Oberstein heeft Borowski genoemd in een voetnoot bij één bijdrage aan de bundel Economic Origins of Dictatorship and Genocide. Aan een studente die de voorkeur geeft aan fictie boven verhandelingen over economie en genocide, leest hij een passage van Borowski voor: ‘Nog nooit in de geschiedenis van de mensheid is hoop sterker geweest dan de mens, maar nog nooit heeft de hoop zoveel kwaad aangericht als in deze oorlog, in dit kamp. Wij hebben niet geleerd de hoop op te geven en daarom sterven wij in het gas.’

Oberstein is een oprechte individualist. Als wetenschapper beschouwt hij het als zijn taak om hoop te bestrijden en omdat hij leeft voor de wetenschap bestrijdt hij de hoop ook buiten zijn werk, in zijn privéleven en relaties. Dat hij een (ex-)vrouw en een kind heeft, een vriendin, een minnares en een studente die hem verleidt en vervolgens verantwoordelijk stelt voor haar publiekelijk aangekondigde zelfmoordpoging, dat alles is zijn schuld niet. Hij heeft nooit iemand hoop willen geven: als ze hem voor hun karretje willen spannen, verleiden, kwetsen of zelfs kapotmaken, komt hij alleen uit beleefdheid tegemoet aan hun wensen.

Maar wie is hij eigenlijk, wil een nieuwe minnares weten. Dan antwoordt Oberstein dat hij econoom is, meer kan hij eigenlijk niet vertellen over zichzelf. ‘Als ik mensen hoor spreken over „mijn volk” word ik misselijk. Allemaal variaties op hetzelfde: sektarisch humanisme. Eigenlijk houd ik ook niet van de woorden „mijn familie”. Ik sta een radicaal individualisme voor.’

In Huid en Haar, dat zoals een gortdroog handboek economie bestaat uit delen met titels als ‘Diversificatie’, ‘Consumptie’, ‘De markt’, ‘De prijs van het vlees’ en ‘Het vangnet’, blijkt echter dat het radicale individualisme, zonder emotionele banden en verantwoordelijkheden, onwerkbaar en dus onleefbaar is. Maar hoe moeten mensen dan overeind blijven in een samenleving waarin stam-, clan- en familiebanden geen vangnetten meer zijn, maar als dwangbuizen worden ervaren?

Gelukkig voor Oberstein heeft hij een aardige ex, de tandarts Sylvie, die hun zoontje grootbrengt. Het enige wat ze van hem vraagt als hij naar Amerika vertrekt voor een baan aan een universiteit in Fairfax, is dat hij meebetaalt aan de opvoeding. Maar als het echt nodig is, draven zij en het kind op om gezinnetje te spelen en als vangnet te fungeren.

In Amerika maakt Oberstein kennis met de ranzige consequenties van het gezinsideaal en bijbehorende family values. Lea, een collega-Holocaust-deskundige en moeder van twee kinderen, is getrouwd met de kalende, impotente burgemeester van Brooklyn met Sarah Palin-sympathieën. Niet alleen verkracht hij zijn eigen vrouw als hij bij uitzondering een keer op dreef is, hij gebruikt zijn functie om zich een illegaal in New York verblijvende postbode als seksslaaf toe te eigenen. Hij chanteert deze jonge vader uit Guatemala met hoop, hoop op een green card.

De enige manier om Oberstein te kwetsen, is hem af te houden van zijn werk, zijn onderzoek naar de economische bubbel. En daar is precies iedereen continu op uit: zijn ex Sylvie, zijn Amsterdamse minnares Violet, Lea en zijn studenten, allemaal willen ze zijn aandacht. Violet probeert hem af te leiden met plastische verhalen over haar overspel. Zij wil koste wat kost door Oberstein gestraft worden. Ook al heeft ze in zijn ogen niets misdaan, hij moet zijn kostbare tijd besteden aan het geselen van zijn vriendin met een door haar ter beschikking gesteld zweepje.

‘Straf zonder misdaad’, een soort omgekeerde Dostojevski – zo zou je de thematiek van Huid en Haar ook kunnen bestempelen. Toch is het niet ‘Schuld en Boete’ waarmee Grunberg mij ademnood en klamme handen bezorgde. Een Leidse studente vergelijkt Oberstein met een boer uit De Gebroeders Karamazov, die zijn paard met een knoet op zijn zachte, vochtige ogen slaat. De studente, het paardenmeisje Gwenny, leeft voor haar paard zoals Oberstein voor zijn werk leeft. Nadat ze op haar initiatief met haar docent Oberstein gevreeën heeft in een paardenstal, vraagt ze hem: ‘Kunt u zich voorstellen dat u een paard op zijn zachte vochtige ogen slaat?’ Oberstein kan het zich niet voorstellen, maar dan nemen de ontwikkelingen zulke wendingen dat je als lezer alleen nog maar wacht op het fatale moment waarop Oberstein die daad gaat plegen. Alle andere gebeurtenissen, de ondergang van het onderwijs, geïllustreerd aan de hand van de corruptie aan de Universiteit van Leiden, de ondergang van Nederland, geïllustreerd aan de hand van het leven in een vinexwijk te Naaldwijk en het lot van Lea’s demente Joodse grootvader die naar Europa terugkeerde om te sterven maar ‘gered’ wordt door Obersteins krankzinnige moeder, vallen in het niet bij de vraag of die vochtige paardenogen gespaard zullen blijven. Gebeurt dat niet, dan heeft Oberstein zichzelf vernietigd, dan is er geen redding meer en moeten we alle hoop laten varen.

Maar het laatste wat sterft is de hoop, en dus laat Grunberg ons tot op het laatste moment in spanning over Obersteins lot. En zelfs als de lezer het weet, zegeviert het bedrog. Deze even geestige als somber stemmende, meesterlijke roman laat zich op vele manieren lezen. Huid en haar is Grunberg op de toppen van zijn kunnen.

www.arnongrunberg.com

Arnon Grunberg: Huid en Haar. Nijgh & Van Ditmar, 525 blz. € 27,50 / € 19,95

    • Elsbeth Etty