Wat is een politiek proces?

Wat is een politiek proces? Ik denk dan onwillekeurig aan showprocessen in dictaturen en politiestaten. Maar zo eenvoudig is het natuurlijk niet. Ybo Buruma, een bekend strafrechtgeleerde, schrijft in het Nederlands Juristenblad dat een politiek proces in een rechtsstaat toch een eerlijk proces kan en moet zijn. Dit naar aanleiding van de zaak-Wilders.

Buruma onderscheidt twee soorten politieke processen. De eerste categorie gaat over „een gedraging met een politiek oogmerk” van de verdachte. De tweede soort betreft „processen waarin een heersend regime de tegenstander wil criminaliseren”. In het eerste geval staat de gedraging van de verdachte voorop, in het tweede de wil om hem te veroordelen. Volgens Buruma miskende de rechtbank – met succes door de verdediging gewraakt – het politieke karakter van het proces-Wilders. Zo herleefde de schijn (of „de schijn van de mogelijkheid”) dat de rechterlijke macht uit zou zijn „op veroordeling van iemand met andere opvattingen”.

Ik vraag me af of die schijn (of de mogelijkheid van de schijn) niet inherent is aan alle uitingsdelicten. Tenzij men van de rechter vraagt expliciet uit te spreken het volmondig met de verdachte eens te zijn.

Intussen werd een „echt politieke verdediging gevoerd”, zegt Buruma, dat wil zeggen: „het juridische is ondergeschikt aan het politieke”. De paradox is dus dat de verdediging er van meet af aan zélf een politiek proces van maakte, juist door schande te spreken van het feit dat er een politiek proces wordt gevoerd.

Op zichzelf zegt dit niets, omdat in zekere zin elk strafproces een politiek karakter heeft. Dat begint al met de strafbaarstelling door de wetgever. Daaraan gaat een politieke discussie vooraf. Ook het al dan niet instellen van strafvervolging is een politiek besluit. Het Openbaar Ministerie stelt (rechts)politieke prioriteiten. Meer aandacht voor kruimeldiefstallen, voor computerfraude, voor straatgeweld, voor discriminatie? Allemaal politieke keuzes. Voor discriminatiezaken hebben de procureurs-generaal in een ‘Aanwijzing’ uit 2007 een voorrangsregel opgesteld: „Een aangifte leidt altijd tot een strafrechtelijk gevolg.” Een politieke aanwijzing, lijkt me.

Dus zo bezien is de zaak-Wilders uiteraard een politiek proces. Aan de politieke oogmerken van de verdachte valt immers niet te twijfelen. Maar voor de berechting maakt dat, als het goed is, niet uit.

Twee politieke moorden schokten de Nederlandse samenleving diep. Waren de strafzaken wegens moord tegen Volkert van der G. en Mohammed B. ‘politieke processen’ en zo ja, zijn deze daders dan ook te beschouwen als politieke gevangenen? Ik denk dat iedereen met enig rechtsbesef gruwt van die gedachte.

Wij kennen weliswaar echte politieke delicten, maar dan moet je toch vooral denken aan misdrijven tegen de veiligheid van de staat of hulpverlening aan de vijand in oorlogstijd. Dienstweigeraars werden niet als politieke delinquenten beschouwd, ook al hadden zij vaak wel een politiek oogmerk. Gewetensbezwaarden noch mensen die bijvoorbeeld weigerden tijdens de koloniale oorlogen tegen Indonesië te vechten kregen een ‘politiek proces’. Evenmin als de Molukse jongeren die zich schuldig hadden gemaakt aan de gijzelingsacties ten behoeve van de RMS, de Molukse onafhankelijkheid: vergeefs beriepen zij zich op hun politieke idealen. Voor de strafbaarheid werden deze terecht volkomen irrelevant geacht.

Bij processen wegens politiek geïnspireerde acties – tegen de provo’s en Maagdenhuisbezetters van weleer, overtreders van stakings- of demonstratieverboden – hebben justitie en de rechterlijke macht altijd principieel staande gehouden dat politieke motieven geen rol speelden bij de berechting. In zaken waarbij verdachten zich beriepen op burgerlijke ongehoorzaamheid als rechtvaardigingsgrond, kom je nog het dichtst in de buurt van een politiek proces. Het is dan de strafbaarstelling van de gedraging zelf die door de daders wordt aangevochten (denk aan de juridische gevechten over het recht op abortus en euthanasie).

Misschien ligt hier een verband met het proces-Wilders: de verdachte is van mening dat het verbod op discriminatie en het aanzetten tot haat tegen bevolkingsgroepen evenmin in het Wetboek van Strafrecht thuishoort als het gelijkheidsbeginsel volgens hem in de Grondwet thuishoort. De verdediging heeft zich echter niet op burgerlijke ongehoorzaamheid als rechtvaardigingsgrond beroepen. Dat zou ook vreemd zijn: een parlementslid kan de strafbaarstelling via een wetsvoorstel ongedaan proberen te maken.

Blijft dus het feit dat Wilders politicus is. Volgens jurisprudentie van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (de zaak-Féret, de leider van het extreem-rechtse Front National in België, waarover ik hier ruim een jaar geleden schreef) moeten politici zich meer dan andere mensen inhouden. Omdat zij macht nastreven, zouden zij zich eerder schuldig maken aan belediging of racisme bij het spreken over moslims, immigranten en vluchtelingen.

Dat vond ik, en vind ik nog steeds, een gevaarlijke redenering. De wet moet voor iedereen gelijk zin. Politici hebben een uitzonderingspositie – immuniteit – maar alleen voor wat zij in het parlement zeggen. Daarbuiten hebben zij niet meer, maar zeker ook niet minder uitingsvrijheid. Anders krijg je... inderdaad, politieke processen.

Voor mij houdt dit begrip een ongure betekenis. Politieke processen zijn niet verbonden met de rechtsstaat, maar met de onrechtsstaat. Een staat waarin de overheid niet zélf ondergeschikt is aan het recht (met inbegrip van het discriminatieverbod). Een staat waar de lynchwet en het recht van de sterkste heersen. Wie dat voorstaat, moet zeggen: deze rechtsorde is de onze niet. Dat is precies wat Wilders nu al doet. Hij dreigt namelijk dat zijn anderhalf miljoen kiezers „de bijl aan de wortel van de rechtspraak” zullen leggen als hij het ‘politieke proces’ niet wint.

Het omverwerpen van de rechtsorde – zou dat mogen volgens het gedoogakkoord?