Vrolijke visitekaartjes van de literatuur

Stripverhalen naar literaire meesterwerken gelden al lang niet meer uitsluitend als opstapje naar het echte boek.

Maar het is wel mooi meegenomen als ze dat voor elkaar krijgen.

De vier Heemskinderen (schrijver onbekend, 13de eeuw), getekend door Joost Swarte

Dat boeken worden verfilmd, daar zijn we na bijna honderd jaar wel aan gewend: een boekverfilming wordt als eervol gezien, en helpt ook vaak de oplagecijfers van een boek, hetzij een thriller of literair werk, op te stuwen.

Met de ‘verstripping’ van boeken, met name literatuur, is het wat moeilijker gesteld. De Amerikaanse stripversies van klassieke literaire meesterwerken, Illustrated Classics, ontstaan in de jaren veertig, werden in Nederland met gemengde gevoelens ontvangen. Ik geloof dat Godfried Bomans, die voor de Illustrated Classics een verstripte versie van Charles Dickens’ Christmas Carol vertaalde, er nog een apologie voor schreef. Een stripversie van een literair werk is niet erg, schreef hij, omdat die de jonge lezer wellicht naar het echte geschreven werk leidt.

De laatste tijd lijkt de culturele kou wat uit de lucht als het gaat om de relatie tussen de ‘hoogstaande’ literatuur en de ‘populaire’ of zelfs ‘vulgaire’ stripkunst.

Tekstgetrouwe verstrippingen van werken van Elsschot, Reve en Wolkers door striptekenaar Dick Matena de afgelopen jaren hebben daaraan bijgedragen. Ook de instroom van vooral buitenlandse, meer literaire stripverhalen of bewerkingen van boeken, de zogenoemde graphic novels voor een volwassen publiek, hebben de reputatie van de strip goed gedaan in beschaafde kringen. Hoewel het nieuwsbericht uit 2008 dat Donald Duck het meest gelezen blad was onder Nederlandse studenten (hbo en wo), nog wel tot enige hoon leidde: maar die kwam voornamelijk van mensen die het niveau van het ‘vrolijk weekblad’ niet kennen.

Het voorlopig hoogtepunt in de ‘officiële’ erkenning van de vaderlandse stripkunst werd vorig jaar bereikt. Toen, in mei 2009, maakte minister van Cultuur Ronald Plasterk geld vrij voor de stimulering van de Nederlandse stripkunst. En het Fonds voor Beeldende Kunsten, Vormgeving en Bouwkunst stelde voor twee jaar een ‘intendant strips’ aan: stripjournalist- en tentoonstellingsmaker Gert Jan Pos. „Strips maken deel uit van het cultureel erfgoed”, was een van zijn soundbites.

Hij is de initiatiefnemer van een dik, kleurrijk boek dat zaterdag 6 november op de Kunststripbeurs in Utrecht wordt gepresenteerd, getiteld Mooi is dat! Daarin hebben 57 Nederlandse en Vlaamse striptekenaars een éénpaginastrip getekend van 57 Nederlandstalige literaire meesterwerken. De greep is breed: het gaat van de eerste literaire Nederlandse zin ‘Hebban olla vogala’ uit 1100 tot hedendaagse Nederlandse en Vlaamse romans, zoals Joe Speedboot en De helaasheid der dingen, en veel daar tussenin. „Het is”, in de woorden van Pos in zijn inleiding, „een samenvatting van de Nederlandse literatuur en een staalkaart van het Nederlandse en Vlaamse striptalent ineen”. Dat klinkt wat ronkender dan het boek is.

Het boek is meer een literaire stripcaleidoscoop, dat op iedere pagina weer een nieuw kleurig beeld voortovert. Het laat zien hoe hedendaagse striptekenaars binnen de beperking van een pagina een heel literair meesterwerk of gedicht in beeld ‘samenvatten’. Want dat is wat door deze vorm – een pagina tekening, een begeleidende pagina daarnaast met korte uitleg over het literaire werk – wordt afgedwongen. Soms leidt dat tot kleurige woordloze illustraties van het verstripte werk, zoals Erik Wielaert het middeleeuwse epos Walewein tekende, of Marcel Ruijters Hebban olla vogala – en dan had hij het met die ene zin nog makkelijk. Soms zijn er ook klassieke stripoplossingen gekozen, zoals Gerrit de Jager (bekend van De familie Doorzon) die Jan Wolkers’ Turks Fruit in een geestige, woordloze reeks zwartwitstripplaatjes samenvat, waarin de verhaallijn van de roman wordt gevolgd. Dan zijn er ook tekenaars die niet zozeer een strip of illustratie maken, maar een tussenvorm zoeken. Zoals de Vlaamse tekenaar Reinhart die van Camperts Het leven is vurrukkulluk een speelse, bijna bordspelachtige compositie maakte, met het 16-jarige feestbeest Panda als centraal element. Daaromheen slingeren zich citaten en getekende personages en scènes. Ook Jeroen de Leijers versie van Nescio’s Titaantjes of Serge Baekens samenballing van Multatuli’s Max Havelaar hebben zo’n creatieve, van de traditionele strip afwijkende vorm.

Waarmee niet is gezegd dat de traditionele stripvorm – strookje voor strookje met plaatjes en tekstballonnen – niet zou voldoen. In tegendeel. Er staan vele mooie kleurige, sfeervolle éénpagina-impressies van bekende en minder bekende boeken in Mooi is dat, zoals de stripversie van Couperus’ Eline Vere door Maarten Vande Wiele. Ook in bijna traditionele stripvorm van strook na strook is de verstripping van Erik de Graaf van Marsmans gedicht Herinnering aan Holland. Bijzonder daaraan is dat hij naast het gedicht zelf ook nog kans ziet de dood van de auteur, in 1940, erin te verbeelden. Ook een van de deelnemende nestors van de vaderlandse strip, Joost Swarte, vat het middeleeuwse verhaal van De Vier Heemskinderen prachtig in beeld en woord.

Je kunt er eindeloos over jeremiëren waarom sommige auteurs (wel Campert, Reve en Hermans, niet Mulisch of Haasse) of sommige gedichten (wel Boem Paukeslag en ’t Schrijverke, niet De idioot in het bad en Het Huwelijk) wel of niet zijn opgenomen in dit boek. Of waarom sommige vooraanstaande hedendaagse striptekenaars (Hanco Kolk van de strip Single, Peter de Wit van Sigmund en Jean-Marc van Tol, van Fokke & Sukke) niet meededen. Ze zijn wel gevraagd, maar hadden het te druk. (En misschien vinden ze dat hun strips op zichzelf al voldoende waarde hebben en niet dienstbaar hoeven zijn aan een ‘hogere’ kunst als de literatuur.)

Maar dat neemt allemaal niet weg dat dit boek een vrolijk makend, inspirerend geheel is, dat prima als visitekaartje van Vlaamse en Nederlandse striptekenaars kan dienen. Het heeft ook een wervende literaire waarde. Omdat het boek bijvoorbeeld sommige in Nederland wat weggezakte auteurs als Stijn Streuvels en Gerard Walschap in een nieuw daglicht stelt – en dat leidt de kijkende lezer, om met Bomans te spreken, wellicht weer tot het geschreven oorspronkelijke werk.

Dat dit project, met steun van zowel het Fonds voor Beeldende Kunsten als Vlaamse en Nederlandse letterenfondsen tot stand gekomen, ook als visitekaartje is bedoeld, blijkt uit het feit dat er van de tekeningen met begeleidende teksten een reizende expositie wordt gemaakt, die vanaf 13 november in de Openbare Bibliotheek in Amsterdam is te zien en daarna het land doorgaat. En misschien volgend jaar in Peking eindigt, waar Nederland in 2011 gastland is op de grote boekenbeurs van China.

Rest nog te vermelden dat ook het omslag een kunstwerkje op zich is: de titel Mooi is dat! is gevormd van letters die uit de in het boek ‘bewerkte’ literaire boeken zijn gesneden – een zwierige verwijzing naar de oude klacht dat een verstripping (of verfilming) het oorspronkelijke literaire werk geweld aan doet. En de oplettende lezertjes van NRC Handelsblad hadden waarschijnlijk al lang begrepen dat de titel van dit literaire stripboek, Mooi is dat, gestolen is van een van de bundelingen van Nederlands literairste strip, Ollie B. Bommel.

Van 13 november t/m 15 januari worden tekeningen uit het boek geëxposeerd in de Openbare Bibliotheek Amsterdam, Oosterdokskade 143, dagelijks van 10 tot 22 uur

‘Mooi is dat! Hoogtepunten van de Nederlandse literatuur verbeeld’, samenstelling Gert Jan Pos (uitgeverij De Vliegende Hollander) verschijnt 6 november op de Kunststripbeurs in de Janskerk in Utrecht. Lees meer op: kunststripbeurs. blogspot.com