Uitspraak 65: Mag een stel in de bijstand huisbezoek van de sociale dienst weigeren?

deurbelMag je de sociaal rechercheur de deur weigeren als je met je gescheiden man   dagelijks samen eet en nog een kind kreeg? Met commentaar van NJB-redacteur en hoogleraar bestuursrecht Tom Barkhuysen en van NJB-medewerker Guus Heerma van Voss, hoogleraar sociaal recht. Beiden in Leiden.
De Zaak.
Een moeder met drie kinderen en een bijstandsuitkering voor alleenstaanden weigert  de Sociale Dienst toegang tot  haar woning. Een rechercheur en haar ‘klantmanager’  wilden  controleren of haar ‘woonsituatie’ wel klopte met wat zij had  opgegeven. De gemeente neemt haar weigering hoog op en  trekt de uitkering in. Ze gaat in hoger beroep bij de bestuursrechter waar ze aanvoert dat een redelijke grond voor een huisbezoek ontbrak.

Waarom kwam de gemeente op huisbezoek?
De vrouw was  tot 2005 getrouwd en kreeg een uitkering voor gehuwden. Het  stel had twee kinderen. Na de scheiding kregen beiden een uitkering voor alleenstaanden. Twee jaar na de scheiding krijgt de  vrouw een derde kind en wel van dezelfde man. De man erkent  ook het kind. Het valt de klantmanager van het gescheiden stel  op dat als hij de vrouw thuis telefonisch spreekt de man daar  ook is. Althans de man komt ook vaak aan de telefoon om zijn  uitkeringszaken met de klantmanager te regelen. Hebben zij  hun huwelijk èn hun gezamenlijke huishouding soms voortgezet? Moet er dan een niet een (lagere) gehuwden uitkering worden toegekend?

Hoe antwoordt het stel op de kritische vragen?
Zij verklaren hun onderlinge contact vanuit de wens ‘goed met elkaar om  te gaan voor de kinderen’. De man zegde ook een afspraak met  het reïntegratiebureau af toen zijn ex in het ziekenhuis werd  opgenomen voor de bevalling. Ook kon hij in de drie weken na  de bevalling (met een keizersnede) niet aan zijn verplichtingen  jegens de Sociale Dienst voldoen omdat hij op hun drie kinderen moest passen. En toen de sociale rechercheur en de klantmanager onverwacht aan de deur kwamen, verklaarde hij ook dagelijks met zijn vrouw mee te eten.

Wat is de rechtsvraag?

Had de gemeente een voldoende redelijke grond om op huisbezoek te komen? Waren er voldoende  feiten en omstandigheden om redelijkerwijs te twijfelen aan de  opgave van het stel ‘alleenstaand’ te zijn? En dus geen gezamenlijke huishouding te voeren?

Wat zegt de hoogste rechter, de Centrale Raad van Beroep?
Voor het bestaan van een gezamenlijke huishouding ‘is slechtsrelevant of zij hun hoofdverblijf hebben in dezelfde woning’.  Wederzijdse zorg of het delen van kosten zijn ‘niet van belang’  voor een redelijke grond voor een huisbezoek. Het verhaal van  de klantmanager over het samenzijn van beide ex-partners in  de woning van de vrouw is te vaag. Niet duidelijk is wie er precies wie opbelde, wanneer en hoe vaak dat gebeurde.

Dat de man betrokkenheid toonde bij de bevalling kan alleen  als ‘incidentele feiten of omstandigheid’ worden geduid. Ook  dat is onvoldoende om meteen op huisbezoek te mogen gaan.  Wel had de gemeente nader onderzoek kunnen doen met ‘minder ingrijpende methoden’. De rechter zegt dat er wel aanleiding was om een hoorgesprek te voeren, voor observatie (vanaf  de straat) of het opvragen van energieverbruiksgegevens. De  vrouw weigerde het huisbezoek dus terecht.

De uitspraak (LJ  BN8775) is hier te vinden.

Reageren? Nuanceren en argumenteren verplicht.Volledige naamsvermelding.