Smokkelen met bonen

Waren dit nu de allerlaatste bloemen uit de tuin? Ik denk het elke keer als ik toch weer een boeketje van late rozen, dahlia’s, sedum en rozenbottels bijeen gesprokkeld heb. Het is nu al november, er moet rust komen, maar toch bloeit er van alles maar door.

Er is iets moois aan zo’n verwelkende najaarstuin – een rommel is het ook met overal dor blad en kastanjes in het gras en eens mooie planten die nu in bruine sprietsels veranderen. Een tuin geeft voortdurend de oubolligste metaforen in over het mensenleven. Brrr. Maar niet aan beginnen.

Beter is lekker aan de wintervoorraad te werken, binnen. Had een vracht kweeperen waarvan ik het overgrote deel heb gekookt en tot membrillo ga verwerken. Verder zijn er nog ladingen appelen die tot moes gekookt moeten en ingevroren. En een vriend zei dat het heel lekker was om kweeperengelei over een appeltaart te smeren, dus nu aarzel ik of ik dan toch ook maar kweegelei zal maken.

Potten gelei zijn mooi om te zien, maar ze blijven eeuwig staan. Ik kan eventueel wel dingen bedenken die je ermee zou kunnen doen: een schepje door een vinaigrette of door de braadjus van een wildgerecht, of in een taart dus, maar meestal vergeet ik de gelei gewoon. Stom.

Een nadeel van dingen maken die kunnen worden bewaard is dat je daarna vaak niet meer zoveel zin hebt in koken, want je stond al zo’n tijd in de keuken. Deze herfstsalade, die ik in een oud Frans kooktijdschrift terugvond, is dan een goede oplossing. Met een worstje, of met wat puree erbij (of in een wat grotere hoeveelheid met niets erbij) heb je zo een maaltijd op tafel en die is dan ook nog lekker.

Als je toch in de keuken staat is het een kleine moeite om de bonen ook zelf te koken – dat is wel echt lekkerder. Een nacht voorweken kan, maar wie dat te laat bedenkt haalt deze truc uit: de bonen afspoelen, in een pan doen en overgieten met kokend water. Het deksel op de pan leggen en ze zo een uur laten staan. Dan weer afgieten en met een ui, een laurierblad en een kruidnagel opzetten en twee uur zachtjes koken. Aan het eind van de kooktijd zout toevoegen en de ui en de kruiden verwijderen.

Salade d’automne (voor 4 personen)

  • 2 eieren
  • 2 el olijfolie
  • 1 ons ontbijtspek in blokjes
  • 2 sjalotten
  • 1 teen knoflook
  • 400g gekookte witte bonen of flageolets
  • 1 krop friseesla
  • 50 g zwarte olijven
  • evt. 1 ingelegde groene peper
  • 1 el balsamicoazijn of vincotto
  • peterselie

Giet de witte bonen af en bewaar twee eetlepels van het kookvocht als je ze zelf hebt gekookt, of van het vocht uit het blik of de pot. Verwarm de olie in een koekenpan met dikke bodem. Bak het spek op laag vuur uit – spek wordt eigenlijk altijd beter als je de tijd neemt en het op niet te hoog vuur bakt.

Kook de eieren 8 minuten in kokend water.

Hak de sjalot en de knoflook fijn en bak die even mee met het spek tot ze zacht zijn geworden. Doe de azijn of de vincotto ook in de pan en schraap met een houten lepel over de bodem. Giet het bonenkookvocht erbij en roer het geheel even door, zet dan het vuur af.

Pel de eieren en snijd ze in vieren. Hak de eventuele groene peper fijn. Snij de olijven doormidden.

Was en droog de sla en scheur hem in stukjes. Leg die in een schaal. Verspreid de witte bonen, met de peper en de olijven erover. Giet het spekjesmengsel eroverheen en leg de eieren op de schaal. Bestrooi met gehakte peterselie.