Rousseff moet in Brazilië de vroege Lula als voorbeeld nemen

De nieuwe president van Brazilië, Dilma Rousseff, heeft beloofd het beleid van voorganger Lula da Silva te zullen volgen. Maar het is onduidelijk of ze het heeft over de vroege Lula of over de late Lula. Voor beleggers zou het eerste beter zijn dan het laatste.

Toen Lula in 2002 werd gekozen, stonden de markten stijf van spanning, omdat ze bang waren dat hij de Braziliaanse overheidsuitgaven buitensporig zou laten stijgen, wat tot een staatsbankroet had kunnen leiden. Maar zijn eerste minister van Financiën, Antonio Palocci, stelde de markten gerust door een scherpe controle op de uitgaven in te stellen.

Het voornaamste initiatief van Lula uit zijn eerste termijn als president, dat ongeveer 0,5 procent van het bruto binnenlands product (bbp) kostte, was het zogenoemde Bolsa Familia-systeem van overdrachtsbetalingen aan arme gezinnen. Dit voorzag in de verstrekking van een maandelijks stipendium van 22 real (8,62 euro) voor ieder schoolgaand kind, tot drie kinderen, aan gezinnen die minder dan 140 real per maand verdienden. Volgens de VN heeft het programma geholpen de ongelijkheid omlaag te brengen.

Toen de economische positie en de kredietwaardigheid van Brazilië na zijn herverkiezing in 2006 verbeterden, liet Lula de strenge controle op de overheidsfinanciën varen, met als gevolg een grote stijging van de uitgaven, zowel rechtstreeks als via staatsbedrijven en de ontwikkelingsbank BNDES. Hoewel Rousseff heeft beloofd het overschot op de begroting boven de 3,3 procent van het bbp te houden, kan dat cijfer in 2010 uitsluitend worden bereikt via een overdracht van staatsoliemaatschappij Petrobras en door veel infrastructurele investeringen buiten de boeken te houden.

Sinds 2008 heeft Lula ook gerommeld met eigendomsrechten, door olieconcessies opnieuw te nationaliseren en extra royalty’s aan Petrobras te onttrekken voor de olievelden van Tupi. Beleggers schrijven de omvangrijke investeringen van Petrobras in de raffinagecapaciteit, die lage winstmarges maar veel werkgelegenheid opleveren, eveneens toe aan druk vanuit de regering. Ook de toename van de staalproductie bij staalconcern Vale lijkt te zijn gemotiveerd door overheidsbelangen.

Het vroege beleid van Lula heeft de economie gestabiliseerd en belangrijke winst gebracht in de strijd tegen de zorgwekkend hoge ongelijkheid in Brazilië. Dit beleid, en niet de uitdijende uitgaven van de laatste jaren, zou Rousseff tot voorbeeld moeten dienen.

Martin Hutchinson