Roerdomp Elly vliegt door tot aan de Senegalrivier

Een standvogel zou de roerdomp zijn. Om te weten waar in Nederland hij rondvliegt, werden er een paar gezenderd. Elly ging direct naar het zuiden.

Roerdompen trekken vrijwel nooit weg, zeggen vogelkenners, maar dat blijkt niet te kloppen. Want de eerste de beste roerdomp die ooit gezenderd werd, dook vorige week op in de Westelijke Sahara. „Ongelooflijk”, zegt beheerder Niels Hogeweg van Landschap Noord-Holland. „Volgens alle gangbare handboeken gelden roerdompen in Nederland als ‘standvogels’. Maar niets blijkt minder waar. Het zijn echte trekvogels! Alleen hadden we dat nooit gezien, want ze vliegen vooral ’s nachts.”

De roerdomp hoort tot de meest bijzondere broedvogels van het Ilperveld, het grootste natuurgebied van Landschap Noord-Holland. Kosten noch moeite worden gespaard om dit schuwe neefje van de blauwe reiger voor uitsterven te behoeden. Maar over zijn geheimzinnige bestaan in het rietland wisten natuurbeheerders nog maar weinig. Daarom kregen dit voorjaar in het Ilperveld vier roerdompen – drie mannetjes en een vrouwtje – een lichtgewicht zendertje mee. Het eerste mannetje vloog zich snel dood tegen hoogspanningdraden, de zender van het tweede mannetje werkt nog niet goed en nummer drie bleef rustig in het Ilperveld. Het gezenderde vrouwtje, Elly, trok snel weg uit het Ilperveld nadat haar nest door een vos was leeggeroofd. Half augustus kwamen ineens signalen van haar zender uit Noord-Frankrijk. Na 11 september bleef het stil. Hogeweg: „Begin oktober heb ik twee weken vakantie opgenomen om er achteraan te gaan. Ik had zo’n tomtommetje waarin je GPS-coördinaten kunt intoetsen. Zo volgde ik het spoor van de roerdomp, dwars door akkerbouwgebieden, met bijvoorbeeld een oude kleiput als pleisterplaats. Of ze streek neer langs een heel klein waterplasje middenin een dorp – zolang er maar muizen en kikkers waren. Hoe weet ze dat, vanuit de lucht? Die beesten zijn blijkbaar heel efficiënt. Zo heb ik alle pleisterplaatsen in Normandië opgezocht, alle stops vanwaar we zendersignalen hadden gekregen.”

Hogeweg arriveerde midden in het jachtseizoen. „Jagers trekken met hun honden dwars door natuurgebieden en jagen alles de lucht in. Ik stond daar ’s avonds naast mijn tentje en hoorde hoe er elf uur ’s nachts in het aardedonker aan alle kanten nog geschoten op alles wat beweegt, het was daar één groot schietterrein. Zo’n roerdomp op doortrek daalt daar iedere keer voor zo’n jachthut neer. Dus ik dacht; die is dood, dat kan niet anders.”

Maar vorige week maandag kreeg ecoloog Jan van der Winden van Bureau Waardenburg die het onderzoek uitvoert ineens een signaal van Elly uit de Westelijke Sahara op de grens met Mauritanië – middenin die enorme zandbak die zich over 2000 kilometer uitstrekt. Daarna kwam er elke drie tot zes uur een nieuw signaal. Inmiddels vertoeft de roerdomp langs de Senegalrivier. „Je kunt dat hele patroon van doortrekken en uitrusten in de schaduw prachtig volgen”, zegt de onderzoeker.

Zo’n lichtgewicht zender die op zonne-energie werkt, weegt, compleet met tuigje, maar 30 gram. Een mannetjesroerdomp weegt anderhalve kilo, een vrouwtje zo’n 900 gram. De zender kan twee tot drie jaar meegaan. Maar als de roerdomp ’s nachts vliegt en overdag in het hoge riet schuilt, raakt de zender uitgeput en zwijgt. „Maar daar in de Sahara is zon genoeg, dus toen kwam-ie weer op gang”, zegt Hogeweg tevreden. „Voor het eerst is nu bewezen dat de roerdomp ook in onze streken een trekvogel is. We dachten dat alleen populaties uit ijzige streken als Zweden en Polen wegtrokken. We weten nog zo weinig van deze beesten dat we echt nog wel even door moeten gaan met het onderzoek.” Terwijl het vrouwtje naar Midden-Afrika trok, week het gezenderde mannetje Nico uit naar Friesland – blijkbaar hebben ze heel verschillende levensstrategieën. Roerdompen hebben geen vaste partner. De mannetjes doen aan veelwijverij.

In 2009 had de roerdomp in het Ilperveld tien territoria, na de afgelopen strenge winter waren er afgelopen zomer toch nog acht over. Tot nog toe werd gedacht dat de Noord-Hollandse roerdompen vanuit het Ilperveld ’s winters naar de duinen trokken om daar in duinmeertjes te vissen. Hogeweg: „Uit het zenderonderzoek blijkt dat ze tussen twee stops soms honderden kilometers afleggen. Een grutto kan non-stop wel 2000 tot 3000 kilometer vliegen, maar uiteindelijk heeft Elly naar de Senegalrivier bij elkaar toch 4400 km afgelegd.” „De roerdomp schaart zich nu in het rijtje van kampioenen onder de trekvogels van groot formaat zoals ooievaar, wespendief, purperreiger en brandgans.” voegt Jan van der Winden toe.

Hogeweg is vooral verbaasd dat de roerdomp op trek Noord-Frankrijk heeft overleefd. „Ik heb daar in een jachtwinkel zelfs lokgrutto’s gekocht. Dat zijn plastic rosse grutto’s, die de Franse jagers in een weiland neerzetten om soortgenoten te lokken om op te schieten. Ik wist dat ze plastic lokeenden gebruiken, dit was nieuw voor mij. Mijn bek viel open.”

www.roerdomp.info