Prijsvechters weg, marges omhoog

De Nederlandse markt voor hypotheken is de laatste jaren minder concurrerend geworden. De marges die banken op hypotheken halen zijn hoger geworden.

De financiële crisis is over het hoogtepunt heen, maar nu blijkt pas hoe ingrijpend de gevolgen zijn geweest voor de hypothekensector. Voor de banken en voor de klant.

De marges voor banken in de hypothekensector zijn sinds midden 2009 geëxplodeerd, zo bleek gisteren uit een onderzoek van de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa). De financiële crisis lijkt de boosdoener achter vrijwel alle ontwikkelingen in de sector.

Hogere marges lijken goed nieuws voor banken. Maar het beeld van klanten die te veel betalen, is niet wat de banken willen. Zij proberen juist het vertrouwen te herstellen dat door de crisis zo werd geschonden.

In de drie jaar voor 2009 leden banken overigens verlies op de hypotheekverstrekking. Ook dit was een gevolg van de crisis, omdat het voor banken duurder werd om aan kapitaal te komen.

Dat de crisis invloed had op het afsluiten van hypotheken was op zich bekend. Banken zijn de afgelopen jaren voorzichtiger geworden met het verstrekken van hypotheken. Consumenten kregen minder makkelijk een hypotheek en ook leningen boven de 100 procent van de woningwaarde werden schaarser. Niet alleen uit angst bij banken die vreesden dat de klant niet aan de verplichtingen kon voldoen, maar ook omdat de druk van de toezichthouder om te hoge hypotheken uit te bannen toenam.

De hypotheekmarkt was aan het begin van het afgelopen decennium het toneel van een felle concurrentiestrijd. Er was een aantal buitenlandse partijen toegetreden tot de hypothekenmarkt. Zij beconcurreerden met scherpe tarieven de machtspositie van de grootbanken. Met succes. Begin 2007 bleek dat één op de tien nieuwe hypotheken bij een buitenlandse aanbieder werd afgesloten. Een jaar later woedde de crisis in alle hevigheid en waren aanbieders als de Amerikaanse partijen Gmac en ELQ uit de markt verdwenen, evenals de Nederlandse prijsvechter Sparck. Ook Fortis (opgegaan in ABN Amro) en DSB verdwenen.

Als gevolg van de kredietcrisis is de marktstructuur van de Nederlandse bankensector ingrijpend veranderd. Niet alleen omdat partijen verdwenen, ook omdat een aantal grootbanken staatssteun kregen. ING, ABN Amro (met Fortis) en Aegon kregen van de Europese Commissie voorwaarden opgelegd vanwege de ontvangen staatssteun. Zo moet ING hypotheekdochter Westland Utrecht afstoten. Dit zou overigens weer tot een toename van de concurrentie kunnen leiden. Het marktaandeel van Westland bedroeg 2,7 procent in 2009.

Voormalig eurocommissaris voor Mededinging Kroes heeft ABN Amro, Aegon en ING prijsbeperkingen opgelegd. Voor ABN Amro geldt dat zij geen prijsleider mag zijn en geen agressief prijsgedrag mag vertonen. Met betrekking tot ING heeft de Commissie als ook gesteld dat de bank op een aantal markten – waaronder de hypotheekmarkt – voor een periode van drie jaar geen gunstiger prijzen mag hanteren dan haar drie laagst geprijsde concurrenten. Tot slot is ook aan Aegon een verbod opgelegd om prijsleider te zijn op de hypotheekmarkt. Met deze maatregelen wilde Kroes voorkomen dat de gesteunde financiële instellingen een oneerlijk concurrentievoordeel behalen als gevolg van de staatssteun. In 2009 hadden deze drie financiële instellingen nog een marktaandeel van ongeveer 45 procent. Marktleider is Rabobank met circa 30 procent.

„De maatregelen van de Europese Commissie hebben geresulteerd in een beperking van de concurrentie”, zegt Harald Benink hoogleraar bankwezen en financiering. Volgens hem is dit ook terug te zien in de ontwikkeling van de hypotheekmarge (zie grafiek). Het verschil tussen de kosten die de bank maakt om aan geld te komen en de hypotheekrente die een klant moet betalen over zijn lening, is de marge. „Deze marge loopt op sinds medio 2009”, constateert Benink, „de periode nadat Kroes haar voorwaarden voor het gedogen van de staatssteun bekend had gemaakt”.

De NMa constateert in het onderzoek dat de marges relatief hoog zijn in vergelijking met het verleden, maar ook in vergelijking met het buitenland. In een eerste reactie zegt Boele Staal, voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Banken (NVB), dat de vergelijking met het buitenland niet opgaat. „Daar zitten de hypotheekmarkten heel anders in elkaar”, zegt hij. De NVB wil verder nog niet inhoudelijk reageren en het rapport van het NMa eerst bestuderen. Het definitieve rapport wordt in 2011 gepubliceerd.