Museaal fiasco

De eerste maatregel van staatssecretaris Zijlstra (Cultuur, VVD) is rigoureus: hij schrapt de 50 miljoen euro voor de behuizing van het Nationaal Historisch Museum (NHM). De staatssecretaris vindt het doel van het NHM „onverminderd van belang”. Om het historisch besef van de Nederlander de bevorderen, handhaaft hij daarom de projectsubsidie (4 miljoen euro), zij het dat hij nadrukkelijk „alle opties open” houdt. Het is duidelijk. De bijl hangt, die hoeft alleen nog te vallen.

Misschien is deze ingreep een daad van barmhartigheid. Na vijf jaar gesteggel wordt het NHM uit zijn lijden verlost. Sinds het werd aangezwengeld met een motie in de Tweede Kamer was het eigenlijk alleen maar een bron van zorg.

Succes heeft vele vaders, falen ook. Velen wilden dit museum, maar ieder wilde het op zijn eigen wijze. De initiatiefnemers in de Kamer leken te dromen van een ouderwets museum voor jongetjes, zoals zij zelf geweest dachten te zijn.

Minister Plasterk, een voorganger van Zijlstra, stelde twee directeuren aan. Inhoudelijk lagen ze niet voor de hand. Maar als avant-gardistische museuminrichters hadden ze hun sporen verdiend. Plasterk maakte van de vestigingsplaats een wedstrijd. Arnhem won. Het ontwerp voor het Arnhemse museumgebouw werd echter bruusk terzijde geschoven, de locatiekeuze wankelde heen en weer.

De NHM-directeuren zagen niets in de historische canon. Zij hielden het op ‘Vijf werelden’ als toegang tot de vaderlandse geschiedenis, met als sluitstuk ‘Het land van Als’ voor ‘alternatieve Nederlandse geschiedenissen’.

Historici wezen naar hun voorhoofd. Een Tweede Kamerlid werd al belangen verstrengelend benoemd tot voorzitter van de raad van toezicht. Tot slot zorgden de kosten van het aan te leggen parkeerterrein voor een conflict.

Als naijleffect werd er nog touw getrokken om de beste plek voor het pistool waarmee Pim Fortuyn vermoord werd: het NHM of het Rijksmuseum in Amsterdam. Het Rijks wilde het wapen exposeren in zijn rol van museum voor kunst én geschiedenis: het werd in de 19de eeuw gebouwd en ingericht als uitstalkast voor de vaderlandse historie. Met nadruk op de Gouden Eeuw. Maar directeur Pijbes actualiseert dat andere accent, zoals de vanitas-expositie rond de diamanten schedel van Damian Hirst.

De directie van het NHM wil doorgaan zonder gebouw, virtueel, als ‘activiteitenmuseum’. Met reizende exposities, ondersteuning van evenementen en de interactieve website jijmaaktgeschiedenis.nl waar bijvoorbeeld gestemd kan worden voor een Nationale Portrettengalerij.

De tastbare ervaring van het verleden wordt zo losgelaten: attracties en websites leggen het zwaartepunt niet bij de inhoud, maar bij de gebruiker en zijn emoties. Dat kan. Het Rijksmuseum vult het gat dan wel.

Overigens bestaan er voor de recente geschiedenis al twee beproefde virtuele musea. Ze heten OVT en Andere Tijden, en bedienen wekelijks tienduizenden bezoekers, via de radio en de televisie.