Huygensprijs voor oeuvre Zeer Korte Verhalen

A.L. Snijders. Foto NRC Handelsblad, Vincent Mentzel Peter MŸller (A.L.Snijders),auteur,dichter,schrijver. foto VINCENT MENTZEL/NRCH==F/C==Amsterdam, 25 januari 2007 ©Vincent Mentzel 2007

A.L. Snijders ontvangt de Constantijn Huygens-prijs 2010 voor zijn hele oeuvre. De Huygensprijs is na de PC Hooftprijs en de Prijs der Nederlandse Letteren de belangrijkste oeuvreprijs in het Nederlandse taalgebied.

De Jan Campert-Stichting, die de literaire prijzen van de Gemeente Den Haag toekent, bekroonde verder Hélène Gelèns (1967) voor haar bundel zet af en zweef , Koen Peeters (1959) voor zijn roman De bloemen en David van Reybrouck (1971) voor Congo. Aan de Constantijn Huygens-prijs is een bedrag van 10.000 euro verbonden. aan de andere 5.000.

A.L. Snijders (1937) is het pseudoniem van Peter Müller. Hij verwierf in 2006 bekendheid zijn boek Belangrijk is dat ik niet aan lezers denk, een bundeling zogenaamde zkv’s (Zeer Korte Verhalen). Na dat eerste boek verschenen de zkv-bundels Bordeaux met ijs en Vijf bijlen. Bij uitgeverij Thomas Rap verschenen van Snijders’ hand de brievenboeken Heimelijke vreugde 1 en 2. De incunabel, een novelle, verscheen in 1994.

Maar het zijn de zkv’s die Snijders op de literaire kaart hebben gezet. De zkv's, die vaak niet langer dan een enkele bladzijde zijn, bereikten in eerste instantie alleen kennissen en vrienden van Snijders via de email. Paul Abels van de kleine uitgeverij afdh benaderde de schrijver na lezing van een van de zkv’s, getiteld Thora, met de vraag of hij een bundeling van de verhaaltjes mocht uitgeven, wat resulteerde in Belangrijk is dat ik niet aan lezers denk.

De stukjes in de zkv-bundels worden gekenmerkt door een nauwkeurig en geheel eigen taalgebruik. Tommy Wieringa roemde de schrijver ooit door te stellen dat Snijders „de meester van het eenharig penseel” is.

Een verrukte Paul Abels aan de telefoon: „Ik en mijn compagnon zijn echt een uitgeverij begonnen om het werk van Snijders op de markt te krijgen. Halverwege de jaren negentig kwam ik voor het eerst in contact met hem, toen ik hem als journalist interviewde. Wat een bijzondere man en wat een bijzondere stukjes schrijft hij, dacht ik toen al. Snijders was toen nog columnist voor regionale dagbladen, waaronder de Drentse Courant en de Deventer Courant. Jaren later, in 2001, kwam ik weer met hem in contact. Over die columns van hem uit het verleden was hij niet zo meer te spreken, maar ‘nu had hij iets’, zo vertelde hij me, ‘waar hij een stuk beter over te spreken was’. Dat waren dus de zkv’s. Dat was zulk bijzonder werk, dat moest gewoon gepubliceerd worden. Toen zijn we een uitgeverij begonnen. Wacht, ik geef u het nummer van Snijders’ bakelieten toestel.”

Snijders vertelt door die bakelieten telefoon gisteren „twee keer gedanst te hebben”. „Eerst werd ik ’s middags uit het niets gebeld met de mededeling dat ik de prijs gewonnen had. Mijn vrouw was er niet, maar toen ze terug kwam zei ik dat ik iets belangrijks gewonnen had en hebben we een dansje gemaakt. Daarna wilde ze weten om welke prijs het precies ging, maar ik was zo in verwarring dat ik niet meer wist wat ik gewonnen had, omdat het comité behalve de Constantijn Huygens rond dezelfde tijd nog drie andere literaire prijzen toekent. Toen heb ik vier uur moeten wachten op de uitzending van Kunststof op de radio. Daarna heb ik weer een dansje gemaakt.”

Snijders’ ‘hele oeuvre’ wordt dus beloond, maar hij lijkt zich te beseffen dat het voornamelijk om de zkv’s gaat. „Mensen die de literatuur een stuk serieuzer nemen dan ik, zullen wel geërgerd zijn dat ik de prijs win met een zelfverzonnen genre. Maar goed, Gerrit Komrij schreef ooit dat als je als Nederlandse schrijver geen enkele prijs wint, je echt niets kunt. Daar hoor ik nu mooi niet meer bij.”

Op 15/11 verschijnt de nieuwe zkv-bundel ‘Een handige dromer’