Het korten op de pensioenen gaat echt beginnen

Drie van de veertien pensioenfondsen die deze zomer in de problemen kwamen, moeten de uitkering korten. Van de helft is dat nog onzeker.

Cornélie Berghoef (40), logopodiste in Haarlem, is zelfstandige zonder personeel, die haar pensioen niet goed geregeld heeft. "Toen ik 30 jaar was heb ik een kleine verzekering afgesloten. Over twintig jaar zou ik een kleine 100.000 euro moeten ontvangen. Toen kwam de kredietcrisis. In de laatste jaaropgave staat dat er bij een standaardrendement 23.326 euro overblijft en als het tegenzit nog maar 5.644 euro. Dat is de valkuil als je 30 bent, pensioen is ver van je bed. Ik denk dat ik maar eens een beetje ga sparen." Foto's Peter de Krom Logopediste Cornelie Berghoef uit Haarlem. Artikel pensioenen van 03-11-2010. Foto: Peter de Krom

Toen mijnheer Jobse bij Ballast Nedam weg ging, kon hij extra pensioen bijverzekeren. Dat deed hij. Sindsdien heeft deze verzekering een groei gerealiseerd van 28 procent. „Hoe kan het dat zo’n bedrijf dit wel lukt en het Pensioenfonds Ballast Nedam niet’’, wierp Jobse de bestuurders van het fonds in Nieuwegein tijdens de jongste deelnemersvergadering geïrriteerd voor de voeten.

Het pensioenfonds van Ballast Nedam – 7.000 deelnemers, zo’n 700 miljoen euro opgebouwd vermogen – is een van de veertien fondsen die dit jaar zwaar in de problemen kwamen. De dekkingsgraad van het fonds – de verhouding tussen bezittingen en verplichtingen – is onder invloed van de kredietcrisis en de lage rente eind september verder gedaald van 89 naar 86 procent. Dat betekent dat Ballast Nedam voor elke euro toegezegd pensioen 86 procent aan bezittingen heeft, ver onder de vereiste minimumgrens van 105 procent die de fondsen in kas moeten hebben.

Deze week liep de deadline af van de veertien fondsen die hun dekkingsgraad te ver zagen wegzakken. Toezichthouder De Nederlandsche Bank bekeek de afgelopen weken hun aangepaste herstelplannen en oordeelde of die voldoende waren om de problemen op te lossen. Zeven van de veertien noodlijdende fondsen hebben inmiddels bericht gekregen wat ze moeten doen om de dekking weer op orde te krijgen. De andere zeven zijn nog in onderhandeling over de precieze aanpak (zie inzet).

Drie van zeven fondsen die wel helderheid kregen – het fonds van het kantoorpersoneel van havensleepbedrijf Smit, het fonds SPOA van de Apothekers en het Bedrijfspensioenfonds voor medewerkers in het Notariaat – zullen er aan moeten geloven. Zij moeten korten op de pensioenen.

De klappen komen het hardst aan bij de 2.150 deelnemers van het Pensioenfonds Smit dat de pensioenrechten en -aanspraken van alle deelnemers over twee maanden met 13,2 procent moet verlagen. De dekkingsgraad was eind september naar een dieptepunt van 82,6 procent gedaald. Vooral de duizend gepensioneerden voelen de verlaging van de uitkering direct in de portemonnee. Alleen als de werkgever met extra geld over de brug komt, ziet het noodlijdende pensioenfonds Smit nog kans een deel van de verplichtingen onder te brengen bij een verzekeraar waardoor korten misschien kan worden voorkomen.

De overige vier fondsen hoeven niet naar het paardenmiddel van pensioenverlaging te grijpen. Vooral bij verreweg het grootste fonds PME voor de metaalindustrie zijn de 150.000 deelnemers opgelucht omdat in het jongste herstelplan wordt voldaan aan het minimaal vereiste eigen vermogen. De verplichtingen zijn met ruim 25 miljard in het derde kwartaal weliswaar nog hoger dan de opbrengst van beleggingen – krap 24 miljard euro – maar het gat wordt kleiner nu de dekkingsgraad naar 94 procent is gestegen.

Ook bij kleinere fondsen zoals die van rubberfabriek Helvoet hoeven pensioenen niet te worden gekort omdat sprake is van een opgaande lijn. Dat geldt ook voor het adviesbureau GITP en voor het pensioenfonds voor Reclame en Marketing.

De harde deadline en harde taal van de toezichthouder van afgelopen zomer lijkt daarmee voor een deel te verdampen. Toen dreigden pensioentoezichthouder Joanne Kellerman van DNB en toenmalig minister van Sociale Zaken Donner nog dat apothekers, notarissen, werknemers in de metaalsector, in de voedingsindustrie, in de zout- en bouwindustrie allemaal „in hun spaarpot’’ zouden worden getroffen. Dat valt dus vooralsnog erg mee.

Toch is ook de rest van de pensioenfondsen met een herstelplan, 300 van de 600 fondsen, nog niet uit de gevarenzone. De grootste fondsen zoals ABP voor ambtenaren en leraren, Zorg en Welzijn en BPF Bouw, samen goed voor 5,5 miljoen deelnemers – zien hun dekkingsgraad wel weer stijgen. Maar de stand van 31 december aanstaande geeft de doorslag.

„Je moet geen rekeningen doorschuiven naar de toekomst’’, zegt directeur Frans Prins van de koepel van Ondernemingspensioenfondsen. Korten op pensioenen is een laatste redmiddel, zegt hij. Het wordt pas ingezet als andere middelen zijn uitgeput zoals stijging van de pensioenpremie of het schrappen van de prijsstijgingen.

Sociale partners, die de pensioenfondsen besturen, zien niets in een dreigende premiestijging van 20 à 30 procent. De nieuwe minister van Sociale Zaken, de VVD’er Henk Kamp, maakte gisteren bekend dat de fondsen volgend jaar niet naar dit middel hoeven te grijpen om orde op zaken te stellen. Dat is schadelijk voor het economisch herstel. Als verdere stijging van de premies niet aan de orde is, komen verlagingen van pensioenen alsnog dichterbij.

Dat vindt Henk van der Kolk, voorzitter van FNV Bondgenoten, geen goed idee. Net nu sociale partners en overheid moeten praten over een nieuw pensioencontract, vindt hij het onwenselijk om te gaan korten volgens de oude spelregels. „Minister Kamp kan rust in de pensioenwereld verschaffen en voorkomen dat de tombola van onrust eind dit jaar opnieuw gaat ontstaan’’, zegt Van der Kolk. „Minister Kamp is nu aan zet.’’