Fed aan vooravond experiment in monetair beleid

Vandaag en morgen vergadert de centrale bank van de VS over een revolutionaire stap in het monetaire beleid. Maar blazen de VS niet een nieuwe zeepbel op?

Amerika is vandaag in de greep van de Congresverkiezingen, maar elders in Washington vindt een gebeurtenis plaats die er in relevantie nauwelijks voor onderdoet. Het bestuur van de centrale bank, de Federal Reserve, vergadert vandaag en morgen over een stap die zonder precedent is in de Amerikaanse economische geschiedenis: het structureel opkopen van leningen met ‘versgemunt geld’. En omdat het vooral staatsleningen zullen zijn, zal het beleid kunnen neerkomen op een fundamentele en langdurige financiering van het begrotingstekort door de centrale bank.

Hoe komen de centrale bankiers, onder leiding van Ben Bernanke, tot die noodsprong? Dat heeft te maken met de grenzen van wat zij met het rentebeleid kunnen. Toen de kredietcrisis om zich heen greep, verlaagde de Fed de rente in snelle stappen naar nagenoeg nul procent. Dat blijkt niet genoeg. Verschillende overwegingen spelen een rol bij de overtuiging dat de Fed méér moet doen. Allereerst is er het dubbele mandaat van de Fed: anders van bijvoorbeeld de Europese Centrale Bank is het niet alleen de taak van de Fed om de inflatie te beteugelen, maar ook te zorgen voor een zo groot mogelijke werkgelegenheid. Met een werkloosheid die hardnekkig rond de tien procent schommelt, zal de economie verder moeten worden aangejaagd. De 2 procent economische groei over het derde kwartaal – die vorige week bekend werd – is in de VS niet genoeg om de werkloosheid te laten dalen. Bij een begrotingstekort dat volgend jaar nog steeds meer dan 8 procent van het bruto binnenlands product zal bedragen, is er geen ruimte voor verdere economische stimulering. En als die er al was, zal de verwachte meerderheid van Republikeinen in het Huis van Afgevaardigden zich daar fel tegen verzetten.

Maar is inflatie dan geen probleem? Dat ziet met name Bernanke omgekeerd. De Grote Depressie van de jaren dertig is voor hem het beste vergelijkingsmateriaal voor de crisis van nu. Toen raakte Amerika verzeild in een spiraal van dalende prijzen, deflatie dus, en economische stagnatie. Het gaat de Fed er om een herhaling te vermijden en juist de inflatie en de inflatieverwachtingen op te schroeven. Als daar extreem monetair beleid voor nodig is, dan moet dat maar.

Tijdens de kredietcrisis kocht de Fed al grote hoeveelheden probleemleningen op om de financiële sector te steunen. Het balanstotaal van de centrale bank groeide daardoor van rond 800 miljard dollar naar zo’n 2.300 miljard dollar nu. Dit beleid staat vandaag en morgen ter discussie: als verdere renteverlagingen niet meer mogelijk zijn, dan zou de Fed een volgende ronde van dit beleid van quantitative easing (QE) moeten overwegen. En zo wordt er nu vergaderd over QE-2. De markt verwacht dat er in ieder geval voor 500 miljard dollar aan leningen wordt ingekocht door de Fed, in porties van 100 miljard per maand, en dat zullen vooral staatsleningen zijn. Het effect is dat er meer geld in het financiële systeem komt, en de koersen van staatsleningen door de aankopen worden opgedreven waardoor hun rente daalt. En omdat staatsleningen de maat aller dingen zijn op de kredietmarkt, kunnen andere marktrentes, zoals die op bedrijfsleningen, ook omlaag. Bovendien kan het aanmaken van extra dollars de koers van de Amerikaanse munt omlaag brengen.

Hoe groot QE-2 uiteindelijk wordt weet niemand. Schattingen lopen op tot 2.000 miljard dollar of meer. Maar werkt het, en wat zijn de consequenties? Dat weet ook niemand. Toen in 1997-1998 de Azië-crisis woedde, verlaagde de Fed de rente om de kelderende aandelenkoersen te stutten. Die renteverlaging droeg bij tot de adembenemende stijging van de aandelenkoersen, met name in de internetsector. Toen die zeepbel barstte, volgde een nieuwe renteverlaging. Daarop ging de kredietverlening en met name de woningmarkt door het dak. En toen die bel uiteenspatte, volgde een nieuwe serie van renteverlagingen, die nu dus wordt gevolgd door het ultieme wapen: het structureel opkopen van (staats-)leningen.

Geen wonder dat op de financiële markten wordt gevreesd dat het voorgenomen beleid een nieuwe zeepbel opblaast: die in Amerikaanse staatsleningen. De koersen zijn al fors gestegen, waardoor de rente op tienjarige Amerikaanse staatsobligaties nog maar 2,6 procent bedraagt. Het bestrijden van de gevolgen van de vorige zeepbel door het ditmaal bewust opblazen van de volgende is een ongekend experiment. En de hele wereld doet er, onwillekeurig, aan mee.