Eerder met pensioen, ook eerder dood

Onderzoek wijst uit dat vervroegde uittreders vaak eerder dood gaan, dus waarom langer doorwerken zo tegenhouden, vinden Kees Klinkhamer en Sweder van Wijnbergen.

Illustratie Ruben L. Oppenheimer

De Nederlandsche Bank kwam gisteren na overleg met minister Kamp met de zoveelste paniekmaatregel: werkgevers hoeven voorlopig geen kostendekkende premie te betalen voor nieuw toegekende pensioenrechten. Daarmee worden tijdelijke renteproblemen (terecht) vooruitgeschoven, maar wordt ook de aanpassing aan structurele demografische schokken uitgesteld.

Ook de arbeidsmarktproblematiek rond pensioenen wordt verwaarloosd. Daarmee worden mensen met lage inkomens minder geholpen dan gedacht. Velen denken dat eerder stoppen met werken je meer levensjaren van genieten zal geven – het beruchte Zwitserlevengevoel. Een stortvloed van onderzoeken laat weinig heel van deze droom: eerder met pensioen betekent eerder dood. Dit komt speciaal hard aan bij laaggeschoolden: die kunnen vanaf hun 65ste toch al op een aantal jaren minder leven rekenen dan hooggeschoolden. Hen eerder met pensioen laten gaan, vergroot dat ethisch moeilijk te accepteren verschil in levensduur aanzienlijk. Vakbonden die vroegpensioen eisen voor zware beroepen zouden deze harde feiten ter harte moeten nemen.

Een onderzoek bij Shell-werknemers uit 2005 laat al zien dat stoppen op je vijfenvijftigste kans geeft dat de dood eerder komt dan wanneer je pas op je 65ste met pensioen gaat. Natuurlijk gaat het hier om een complexe relatie waarbij veel vraagtekens zijn gesteld. Maar recent onderzoek heeft die vraagtekens weggenomen.

Het gebrek aan eenduidigheid van de onderzoeken schuilt in de vele factoren die de uitslag kunnen beïnvloeden. Gezondheid is de sleutel die het besluit tot stoppen met werken bepaalt. Maar hoe definieer je gezondheid? Voel je je gezond of wordt je gezondheid objectief bepaald? Komt de onderzoeker uit de medische hoek of is gezondheid door sociale instanties vastgesteld? Ook andere factoren beïnvloeden deze studies. Betreft het de ‘witteboordwerknemer’ of een ‘zwaar beroep’? Ook de gevolgen voor het inkomen bij pensionering , de sociale status, de geestelijke instelling van de betrokkene en de partner spelen een rol.

Maar onderzoekers hebben steeds meer het effect van die complicerende factoren uitgeschakeld. Zo toont een Grieks onderzoek uit 2007 bij 16.827 mannen en vrouwen werkzaam in verschillende beroepen aan dat gepensioneerden in vergelijking met hen die nog werkten 51 procent meer kans hadden eerder te overlijden. Vijf jaar later met pensioen geeft een 10 procent vermindering op sterftekans.

Natuurlijk speelt mogelijk ook het omgekeerde effect: het kan zijn dat mensen met een slechtere gezondheid (en dus lagere verwachte levensduur) juist daarom kiezen voor vroegpensioen. Maar twee recente onderzoeken corrigeren ook voor dit effect. In april 2010 verscheen een artikel vanuit de universiteit van Zürich. De auteurs onderzochten de effecten van vroege pensionering op de sterftekans bij 17.590 mannelijke en 3.283 vrouwelijke blue-collar workers. De onderzoekers hebben econometrisch gecorrigeerd voor allerlei determinanten als redenen om eerder met pensioen te gaan. De uitkomsten zijn kristalhelder: er is een negatief verband tussen de tijd doorgebracht met vervroegd pensioen en voortijdige dood (vóór 67 jaar). Een nog recenter grootschalig onderzoek op Oostenrijkse data corrigeert ook voor deze omgekeerde causaliteit en komt op een even schokkend resultaat uit: voor mannen op 50-jarige leeftijd gaat de nog te verwachten levensduur per jaar van vervroegd pensioen met maar liefst 7,5 maand omlaag. Het effect moet nu toch echt serieus genomen worden: vroegpensioen is een killer.

Alle onderzoeken laten zien dat hart- en vaatziekten de belangrijkste oorzaken zijn voor de vroegtijdige dood. Dit verwondert ons niet. Zowel in Nederland als daarbuiten leven mensen na hun pensionering minder gezond. Men wordt minder actief. Men neemt het er eens goed van. Zeven grote studies laten zien dat zes jaar na pensionering 5-16 procent van de gepensioneerden problemen met bewegen krijgt, 5-6 procent meer ziek is en 6-9 procent er mentaal op achteruit gaat. De achteruitgang in fysieke en mentale activiteit wordt niet gecompenseerd door wat te gaan fietsen of naar de sportschool te gaan. De gedragsverandering is groter bij mannen dan bij vrouwen. Daarom wordt het grootste nadelige effect van vervroegd pensioneren bij mannen gevonden.

Deze resultaten bevestigen dat eerder stoppen met werken minder gezond maakt, terwijl langer doorwerken de kans op een gezonde oude dag juist vergroot. Werken bevordert een goede fysieke en mentale gezondheid, helpt gezondheidsproblemen voorkomen en bevordert herstel van een ziekte. Doorwerken is gunstig voor je levensverwachting.

Beide onderzoeken werden uitgevoerd bij werknemers uit verschillende industrieën, dus ook uit de groep van de zogenoemde ‘zware beroepen’. Eerdere onderzoeken toonden sowieso al aan dat die een lagere levensverwachting hebben dan de hoger opgeleiden. Door hen eerder met werken te laten stoppen, wordt dat verschil alleen maar groter. Kortom: vroegpensioen voor zware beroepen is een kiss of death. Werknemers in ‘zware beroepen’ moet de kans worden gegeven langer door te werken. Als dat niet kan in het werk dat zij uitvoeren, zal alles moeten worden gedaan om dat werk tijdig aan te passen of te vervangen door werk waar wel langer kan worden doorgewerkt.

De uitdaging ligt zowel bij werknemers als werkgevers. Werkgevers, schep een werkomgeving waar ouderen productief in kunnen blijven, maar ouderen, blijf investeren in je inzetbaarheid. Werkgevers die klakkeloos ouderen laten afvloeien en vakbonden die ondoordacht aandringen op vroegpensioen, verzaken hun zorgplicht, de plicht om elke werknemer in staat te stellen gezond langer door te werken tot de bij de demografische ontwikkelingen passende AOW-leeftijd.

Sweder van Wijnbergen is hoogleraar economie. Kees Klinkhamer is emeritus hoogleraar geneeskunde (Universiteit Utrecht) en consulent gezondheidszorg.