Een zalm van drie kilo duikt op in zijrivier Maas

Het gaat beter met de zalm, dankzij vistrappen en zuiverder water. En allemaal zwemmen ze door de Nieuwe Waterweg. Op weg naar de Ardennen.

De visbiologen in Luik staan paf. In de Ourthe, een zijriviertje van de Maas in de Ardennen, troffen ze onlangs een zalm aan van 74 centimeter lang en bijna 3 kilo zwaar, klaar om te paaien. Het is de eerste zalmwaarneming in de Ourthe sinds 1930.

Zalm in de Ourthe! Gaat het echt zo goed met de zalm? Het lijkt er wel op. En vrijwel alle West-Europese zalm zwemt via de Nieuwe Waterweg naar binnen, misschien al wel duizenden per jaar, aldus André Breukelaar, zalmenman bij Rijkswaterstaat. Hij hoopt dat het er ooit dertigduizend zullen zijn.

In Rijn, Maas en Waal is in de afgelopen decennia veel verbeterd voor de zalm. Het water is veel minder vervuild. Duitsland, Frankrijk en de Benelux werken samen aan het weer toegankelijk maken van de paaigebieden. „Dat gebeurt onder meer in het actieplan Zalm2020”, zegt Karin Didderen van stichting RAVON (Reptielen-, Amfibieën-, en Vissen-Onderzoek Nederland). „Door bijvoorbeeld vispassages in sluizen. Dat zijn goten waarin het water trapsgewijs naar beneden stroomt.”

Maar dan ben je er nog niet, zegt Didderen. Want als in een riviertje geen zalm opgroeit, zal er ook nooit een zalm naar terugkomen om te paaien (zie kader). „Herintroductie is de enige oplossing. In Duitsland en België zet men ieder jaar tienduizenden piepjonge zalmpjes uit in de oude paaigebieden.” De oorspronkelijke zalmpjes waren afkomstig van een wilde populatie uit Scandinavië die genetisch lijkt op de oude Rijnzalm. En nu wordt al weer verder gekweekt met succesvolle ‘terugkeerders’ uit dit herintroductieprogramma. Didderen: “Die aanpak lijkt te werken. Sinds een aantal jaren zwemt er weer flink wat zalm de Nederlandse rivieren op.”

André Breukelaar van Rijkswaterstaat Waterdienst voorziet in Nederland vissen van een zender, om te volgen waar ze heengaan. „Dit jaar was een topjaar: we hebben al 220 zalmen en zeeforellen gezenderd”, vertelt hij. „Meestal zijn het er zo’n 40 tot 50 per jaar.” De meeste zalm trekt vanuit Nederland de Rijn op, naar paaigebieden tussen Keulen en Bonn maar ook verder naar de Elzas.

Een deel van de zalm trekt de Maas op. Bij Lixhe, net over de grens in België, is een vistrap gemaakt waar geregeld grote zalmachtigen doorheen zwemmen. Het verbaast Breukelaar dan ook niet dat er nu ook een zalm in de Ourthe is aangetroffen. Een grap van een visser? „Nee, dat lijkt me niet”, zegt hij. Maar opmerkelijk blijft het – en een heel goed teken. „Een klein deel van de zalmen is niet honkvast. Die strayers zorgen voor genetische uitwisseling tussen populaties. Blijkbaar koloniseren ze nu al nieuwe gebieden.” Breukelaar is hoopvol, maar er moet nog veel gebeuren. De herintroducties moeten nog wel een tijdje doorgaan. „En de waterkwaliteit blijft een punt van zorg, evenals de kwaliteit van de paaigronden. Die beddingen zijn vaak dichtgeslibd en erg vervuild.”

Karin Didderen van RAVON ziet nog een groot probleem. Want de vissen kunnen nu maar op één plek ongehinderd Maas en Rijn opzwemmen: via de Nieuwe Waterweg. „Een grote bottleneck zijn de sluizen in het Haringvliet. Al jarenlang zijn er plannen om ze op een kier te zetten. Maar het nieuwe kabinet heeft die nu opnieuw opgeschort.”