Een ode aan de kinderlijke onbevangenheid

Alex Boogers: De tijger en de kolibrie. Podium, 295 blz. € 17,50***

In 2008 kondigde Alex Boogers – onder meer trainer van de wereldkampioene thaiboksen Soumia, over wie hij in 2007 de documentaire roman Het sterkste meisje van de wereld publiceerde – aan dat hij ging stoppen met schrijven.

Toch is daar nu Boogers’ vijfde roman, De tijger en de kolibrie. Hij heeft het dus toch niet kunnen laten. En dat is, denk ik, een goede beslissing geweest, want de kans is aanwezig dat Boogers’ volhardendheid uiteindelijk beloond gaat worden. De tijger en de kolibrie heeft veel van de kwaliteiten van een bestseller in zich. Ongekunstelde karakters bevolken deze roman: hoofdpersoon Robert komt uit een arbeiderswijk vlak bij de Rotterdamse havens. Hij wordt heen en weer geslingerd tussen het huis-tuin- en-keukenleven dat hij met zijn gezin leidt en het avontuurlijke leven van zijn beste vriend, de profbokser Jerry. Robert en Jerry brengen veel tijd door in de aftandse wijksportzaal waar de twee goeiige buurttrainers probleemjongeren op het rechte pad proberen te houden. Maar Jerry wordt onherroepelijk aangetrokken door het criminele nachtleven van de grote stad en hij sleurt Robert mee.

Ondanks hun rauwe randjes zit er in alle karakters wel iets gevoeligs, op het sentimentele af. Die ongecompliceerde oprechtheid werkt eigenlijk wel verfrissend, te midden van al die Nederlandse literatuur waarin sceptische personages de toon zetten.

Boogers is een schrijver die niets van scepsis moet hebben. De onderliggende lading van De tijger en de kolibrie is eigenlijk één grote ode aan de kinderlijke onbevangenheid, hoe moeilijk het soms ook is om die in stand te houden. Dit hoofdthema heeft Boogers knap weten te dramatiseren in een verhaal dat van begin tot eind spannend is.

De roman begint met Roberts ontwaken in het ziekenhuis, waar hij met zware verwondingen is opgenomen. Iets is er dus misgegaan met zijn pogingen om zijn gezinsleven met het avontuur te verzoenen. Door voortdurend heen en weer in de tijd te springen, laat hij de lezer lang in het ongewisse, terwijl de emotionele lading toeneemt. Boogers geeft zijn ode aan de onbevangenheid zo urgentie mee, waardoor die het niveau van de naïeve ongekunsteldheid ruimschoots weet te overstijgen.

Ewoud Kieft