Dreiging extreem-rechts vrijwel weg

De wervingskracht van extreem-rechtse groeperingen is de afgelopen jaren afgenomen doordat een aantal van hun standpunten op de landelijke politieke agenda is gekomen. Dat stelt de veiligheidsdienst AIVD in een rapport dat vandaag is verschenen. In het integratie- en islamdebat zijn standpunten van extreem-rechts „aan de orde gesteld en bespreekbaar geworden”. Als voorbeeld noemt de dienst het „veronderstelde failliet van de multiculturele samenleving”.

De AIVD concludeert dat de dreiging van extreem-rechts en rechts-extremisme in Nederland gering is. De beweging is versnipperd en kenmerkt zich door een kleine achterban, onderlinge on-enigheid en ideologische verschillen van inzicht. Vooralsnog „lijkt in het geheel” geen sprake van een ontwikkeling naar terroristische dreiging. Dit sluit echter niet uit, stelt de AIVD, dat eenlingen uit deze hoek geweld gebruiken.

De veiligheidsdienst maakt onderscheid tussen extreem-rechts en rechts-extremisme. Extreem wil zeggen dat iemand binnen de wettelijke kaders van de democratische rechtsorde blijft, bij extremisme overtreedt iemand de wet – bijvoorbeeld door geweld toe te juichen, toe te passen of door systematisch haat te zaaien.

Het aantal actieve aanhangers van extreem-rechts en rechts-extremisme is „zeer beperkt”, aldus de AIVD. In 2007 schatte de dienst hun aantal op 600, van wie circa 400 rechts-extremisten. Doordat groepen uiteenvielen, zijn er nu minder dan 300, van wie circa 150 tot 180 rechts-extremisten.

De dreiging die van extreemrechts uitgaat is „nagenoeg verdwenen”, stelt de AIVD. Van de groeperingen die voortkwamen uit de Centrumstroming (Centrumdemocraten, centrumpartij, CP’86) rest alleen de Nationale Volksbeweging, maar die speelt „geen rol van betekenis”. De mate waarin rechts-extremistische bewegingen een dreiging vormen, verschilt. Niet alle groeperingen zijn bereid ondemocratische middelen in te zetten. De AIVD: „Intenties blijven veelal beperkt tot een mondeling belijden ervan.”