Dood Mulisch was even geheim

De NOS wist zaterdagavond al dat Harry Mulisch was overleden, maar maakte het pas zondag bekend.

Een terechte keuze?

Illustratie Ruben L.Oppenheimer

Je kunt primeurs organiseren, heet het. Maar je kunt ze ook wegorganiseren. Dat overkwam de NOS dit weekeinde met de dood van Harry Mulisch. De omroep had nieuws, maar bracht het niet (of maar heel even). Maar wel met een goede reden.

In journalistieke kringen deed vorige week donderdag plotseling het gerucht de ronde dat de schrijver stervende of zelfs al overleden was. Actualiteitenrubrieken begonnen direct zijn omgeving af te bellen; de toch al hevige slag om studiogasten exclusief in de uitzending te krijgen, was begonnen. De nieuwe media volgden. Op Twitter gonsde het vrijdag van het nonchalante gebabbel over het naderende einde van de schrijver („Is Mulisch nou dood of niet?”, twitterde een columniste. En: „Wel kut voor Harry Mulisch als hij dat gelul allemaal op zijn sterfbed nog moet meelezen”).

Mulisch overleed ten slotte zaterdagavond. Pas de volgende ochtend kort na 11.00 uur stuurde het ANP het alarmbericht rond dat de schrijver dood was. Nog geen half uur later zaten Adriaan van Dis en Marita Mathijsen zijn leven en werk te becommentariëren in het tv-programma Boeken met Brands.

Hoe was dat gegaan?

De NOS vernam zaterdagavond rond acht uur – tijdens het NOS Journaal – dat de schrijver was overleden, maar sprak met diens naasten af dat zijn dood zondag om 11.00 uur zou worden bekendgemaakt. Op dat tijdstip kunnen radio en tv ook nog volop aandacht aan het nieuws besteden.

Zo’n afspraak wordt vaker gemaakt op verzoek van de familie, uit medeleven of omdat zij nog anderen moet inlichten. Dat is fatsoenlijk, hoewel strikt genomen niet noodzakelijk. Primair is de journalistieke regel: je moet het zeker weten. Deze krant hanteert bijvoorbeeld de vuistregel dat de dood van een bekende of publieke persoon pas kan worden gemeld als die is bevestigd door de familie of een woordvoerder.

Een vergissing is natuurlijk ook meer dan pijnlijk, zoals de Volkskrant merkte toen die krant in 2009 door een misverstand op de redactie het onbevestigde bericht plaatste dat de econoom Jan Pen was overleden. Te vroeg, meldde Jan Pen vrolijk. Hetzelfde overkwam Teletekst met de Rotterdamse dichter Jules Deelder (in 2002 doodverklaard), en met de Utrechtse burgemeester Annie Brouwer-Korf (in 2006).

Toch lekte ook het nieuws over het overlijden van Mulisch uit. Rond half negen verscheen het op Teletekst. Marcel Gelauff, plaatsvervangend hoofdredacteur van NOS Nieuws, legt op zijn weblog uit wat er was gebeurd: „Door een misverstand bij ons op de redactie (had natuurlijk nooit mogen gebeuren) begreep een collega van Teletekst gisteravond dat het nieuws van de dood van Mulisch al gepubliceerd mocht worden. Niet dus.” Binnen een minuut of wat verdween het bericht weer.

Bij Nieuwsuur, waar de redactie het nieuws ook had gehoord (en in een eerder stadium had begrepen dat de dood van Mulisch een uur later zou worden bekendgemaakt), waren inmiddels de studiogasten opgetrommeld en op weg naar Hilversum. Toen de bekendmaking uitbleef, konden zij onverrichter zake weer naar huis. „We konden niet en zij wilden ook niet, zonder bekendmaking door de familie”, licht hoofdredacteur Carel Kuyl van Nieuwsuur toe.

Maar op internet ging het nieuws nu als een lopend vuurtje. Dus wat te doen? De NOS besloot zich aan het ‘embargo’ te houden. Gelauff: „We stonden toen voor de vraag om toch niet tot 11.00 uur vanmorgen te wachten, maar de wens van de familie vonden wij belangrijker dan de snelheid van het nieuws.”

Die keuze van de NOS vind ik terecht, al maakt het een onjournalistieke indruk. Er waren nu eenmaal afspraken gemaakt met de intimi van Mulisch – van wie dit nieuws tenslotte ook afkomstig was – en dan moet je die ook honoreren. Bovendien, over welke categorie nieuws hebben we het? Toch eerder over een bericht dat de media in de schoot geworpen krijgen dan over een ‘onthulling’ door noest eigen onderzoek. Geen reden voor hijgerigheid. Belangrijker dan het nieuws seconden na het intreden van de dood te kunnen melden, is ervoor te zorgen dat je er goed op bent voorbereid, zodat je de lezer (en kijker) het beste kunt bieden wat je hebt.

Wel een kanttekening: zo’n afspraak met de familie moet natuurlijk geen dagen gaan duren, dat gaat te ver. En ruim een nacht? Dat is al rijkelijk lang. De voorkennis van de NOS leidde nu al tot een bizarre mededeling in een uitzending op Radio 1, waar zondag kort voor elven werd gemeld dat de programmering van het tweede uur was aangepast, „en als u wilt weten waarom, luistert u vooral naar het nieuws”.

Gelauff vraagt zich af hoe het nu verder moet. Hij vreest dat de druk van media als Twitter zo groot wordt dat afspraken als deze niet meer kunnen. Stel dat er „iets gebeurt” met de premier „of een andere belangrijke politicus”, schrijft hij. „Dan zal toch heel snel de afweging zijn dat de nieuwswaarde en het maatschappelijk belang van het nieuwsfeit doorslaggevend moeten zijn.”

Ja, in die laatste gevallen zeker. Groot nieuws als de dood van een premier moet natuurlijk meteen worden gepubliceerd. Alleen in landen als Noord-Korea overlijdt een regeringsleider nog onder embargo. Maar deze keer ging het om een schrijver die behalve een beroemdheid toch ook een burger met familie is, wiens dood niet de politieke repercussies zal hebben van de dood van een premier.

Maar Gelauff heeft ongetwijfeld gelijk dat het onder druk van Twitter voor de omgeving steeds lastiger wordt om bij sterfgevallen van beroemde Nederlanders dit soort prudente afspraken te maken over het moment van publicatie.

Ik zou zeggen: blijf het proberen.

Marcel Gelauff over de bekendmaking van Mulisch’ dood: weblogs.nos.nl/hoofdredactie

Sjoerd de Jong is ombudsman van NRC Handelsblad. Reacties: ombudsman@nrc.nl