De regel als kunstwerk, het voorschrift als poëzie

Met de roman Vrijheid schreef de Amerikaan Jonathan Franzen een bestseller over een gezin in tijden van grenzeloze vrijheid. NRC Handelsblad schetst in een korte serie waar de vrijheid op andere terreinen begint en eindigt. Deel 3: regels in de kunst – kunstenaars beperken hun vrijheid zelf.

‘Ik rotzooi maar een beetje an”, zei Karel Appel in 1961. „Iedereen is een kunstenaar”, voegde Joseph Beuys daar aan toe. Kunde en kennis zijn niet meer nodig voor het maken van een kunstwerk en waren dat eigenlijk al niet meer sinds Marcel Duchamp in 1917 onder de titel Fontein een urinoir tentoonstelde. Het loeder.

Een gedicht hoeft niet te rijmen, een schilderij hoeft niets voor te stellen, een foto hoeft niet eens genomen te worden om toch kunst te kunnen zijn. Er zijn geen regels meer. Althans, geen regels die voor alle kunstenaars gelden. Want velen hebben bij gebrek aan algemene regels hun eigen regels uitgevonden. Dat hoeven ze van niemand; er is al lang geen officiële jury meer die bepaalt wie in de salon mag hangen. De kunstenaars beperken hun vrijheid zelf. Vrijwillig. Ze rotzooien niet, ze zuchten onder de druk die ze zelf gecreëerd hebben. Soms zijn de voorschriften zelfs nog mooier dan het resultaat ervan. De regel als kunstwerk, het voorschrift als poëzie. Vrijheid in gebondenheid.

Hieronder een opsomming van kunstenaars die zich aan hun eigen regels houden, voor één of meerdere werken, soms zelfs voor hun hele oeuvre. Het gaat om kunstenaars die in Nederland wonen of er geëxposeerd dan wel gepubliceerd hebben. De artiesten treden op in willekeurige volgorde. Sommigen komen twee keer op.

De Franse schrijver Georges Perec publiceerde in 1969 La disparition, een roman van 300 pagina’s. De letter ‘e’ komt er geen één keer in voor. Vorig jaar verscheen het eindelijk in Nederlandse vertaling onder de titel ’t Manco. Psycholoog Guido van de Wiel deed negen jaar over de vertaling. In een interview met het Belgische tijdschrift DW B zei hij: „In feite legt de roman bloot dat onze taal ook inclusief de e eigenlijk altijd beperkt zal zijn. Is het niet zo dat we bij allerlei belangrijke gebeurtenissen het gevoel hebben dat woorden tekortschieten? De lettercombinaties die ons ter beschikking staan, drukken op wezenlijke momenten nooit voldoende en exact uit wat ons gevoel werkelijk inhoudt. Dat is het manco van onze taal. Perec noemde het boek zelf „een waagstuk dat voortkomt uit blufspraak”.

De Australische kunstenaar Simon Linke schildert sinds 1986 alleen omslagen en bladzijdes uit de tijdschriften Artforum en Vogue na.

Voor de documentaire Super Size Me (2004) at de Amerikaanse regisseur Morgan Spurlock een maand lang alleen bij McDonald’s.

De Nederlandse kunstenaar Piet Mondriaan verbood zichzelf schuine lijnen en beperkte zich tot primaire kleuren.

De Nederlandse kunstenaar Armando is rechtshandig maar schildert met zijn linkerhand omdat zijn rechterhand het te goed kan.

De Franse filosoof Jean-François Lyotard bedacht een roman die verteld werd met louter citaten uit andere romans.

De Nederlandse fotografen Esther Kokmeijer en Henrik Jan Haarink reisden vorig jaar naar het geografische middelpunt van de 27 EU-lidstaten en maakten daar een foto. „Met deze dwarsdoorsnede is elk land van de Europese Unie belicht”, schreef Kokmeijer vorig jaar in nrc.next. „Dat bleek niet een beeld op te leveren dat ‘gemiddeld’ of ‘typisch’ was voor het land in kwestie. Keer op keer heeft het me verbaasd hoe trots mensen waren, toen ze van ons hoorden dat ze precies in het midden van hun land wonen. De glinstering in hun ogen zal ik nooit vergeten.”

De Thaise regisseur Apichatpong Weerasethakul mocht in zijn debuut Mysterious Object at Noon (2000) elke filmtruc maar één keer gebruiken. De film bevat bijvoorbeeld maar één close-up.

De schilderijen van de Canadese kunstenaar Agnes Martin zijn vierkant en maten tot 1993 altijd 72 bij 72 inch en vanaf 1993 60 bij 60 inch (152,4 bij 152,4 cm). Doeken van die grootte kon de ouder wordende kunstenares makkelijker verplaatsen.

De Duitse schilder Georg Baselitz schildert sinds 1969 alles op zijn kop. Daardoor wordt de compositie belangrijker dan de voorstelling.

De Nederlandse schilder Philip Akkerman schildert sinds 1981 louter zelfportretten. De schilderijen hebben een nummer als titel. 3000 is al gepasseerd. De portretten zijn in uiteenlopende stijlen geschilderd, je kunt met Akkerman kriskras door de hele kunstgeschiedenis. Om zichzelf te schilderen hoeft Akkerman niet meer in de spiegel te kijken, zo goed kent hij zijn gezicht. Akkerman had graag van de grote meesters zelf geleerd.

„Iedere schilder moet tegenwoordig steeds opnieuw het wiel uitvinden. Dat vinden wij goed, want daardoor zou de kunst spontaner zijn. De verbeelding aan de macht. Allemaal onzin, als je het mij vraagt. Wat wij maken is troep, en je kan er donder op zeggen dat ze onze schilderijen over 500 jaar nog steeds troep vinden”, zei hij een paar jaar geleden in een interview met deze krant.

In de Amerikaanse film Lady in the Lake (1947) van Robert Montgomery komt de hoofdrolspeler alleen in spiegels of spiegelende oppervlakken in beeld. Het publiek kijkt zogenaamd door zijn ogen.

Sinds 1968 schildert de Franse kunstenaar Daniel Buren alleen maar strepen van 8,7 cm breed. Meestal laat hij ze schilderen. Sinds 1939 schildert de Japanse kunstenaar Yayoi Kusama alleen maar stippen, op muren, mensen, meubels, bomen, gevels, auto’s.

De Amerikaanse componist John Cage gooide met dobbelstenen om zijn composities te bepalen. De Amerikaanse choreograaf Merce Cunningham gooide met dobbelstenen om zijn balletten te maken. In de jaren negentig verving Cunningham de dobbelstenen door een computerprogramma.

De Deense regisseurs Lars von Trier en Thomas Vinterberg stelden in 1995 een manifest op met regels voor het maken van films: Dogma 95. De regels moesten vooral het gebruik van special effects en andere trucs tegengaan. De eerste regel luidt: „De opnames moeten op locatie worden gemaakt. Rekwisieten en decors mogen daar niet heen gebracht worden. Als een bepaald rekwisiet nodig is voor het verhaal, moet er een locatie worden gekozen waar dat rekwisiet voorkomt.”

De eerste Dogme-film was Vinterbergs Festen, de tweede Lars von Triers Idioterne. De regels werden door andere filmers overgenomen. Er zijn tot nu toe 254 Dogme-films gemaakt.

De Japanse kunstenaar On Kawara schildert de datum op doek. Als On Kawara aan het schilderen van een datum begint, moet het schilderij ook op die dag afkomen. Als het niet dezelfde dag af is, vernietigt hij het. 26 oktober mag niet geschilderd worden op 27 oktober.

De Britse kunstenaar Richard Long moest in 1998 van zichzelf in 33 dagen 1.030 mijl (circa 1.761 kilometer) lopen, van het zuidelijkste naar het noordelijkste punt van Groot-Brittannië – van The Lizard naar Dunnet Head – en elke dag een steen neerleggen. Long noemt die stenen een tekening.

Drie jaar na La disparition schreef Georges Perec Les revenentes, een roman waarin de ‘e’ de enige klinker is. Correct zou zijn Les revenantes, de teruggekeerden. De letter e blijkt voor Perec een persoonlijk betekenis te hebben, die hij op de lezer weet over te dragen. Het verdwijnen van de e staat voor het verdwijnen van zijn Joodse moeder en alle andere Joden uit Frankrijk in de Tweede Wereldoorlog.

Alle foto’s voor het boek Hollandse taferelen maakte Hans Aarsman vanaf het dak van zijn camper.

De Franse kunstenaar Claude Closky zette in 1989 de nummers één tot en met duizend in het Engels in alfabetische volgorde. Het eerste nummer was acht (eight).

De Deense regisseur Lars von Trier liet in 2008 voor zijn film The Boss of it All de beslissingen over de camera-instellingen over aan een machine, de Automavision. Hoeveel er mag worden ingezoomd, of er een pan komt of een tilt – elke keer als hij met een nieuw shot begon, moest Von Trier een knopje indrukken en dan werden de camera-instellingen opnieuw bepaald. Als hij het niet goed vond, mocht hij opnieuw beginnen, maar dan moest hij wel weer op dat knopje drukken. En dan werd het misschien nog erger. Gevraagd of dat niet eerder een keurslijf dan een bevrijding is, zei hij tegen deze krant: „Met dit keurslijf kon ik de menselijke invloed op de beelden beperken. Ik wilde ingesleten esthetische gewoontes omzeilen. The Boss of it All bevat beelden die geen mens had kunnen bedenken. De beelden zijn zo raar aangesneden, daar zou echt niemand opgekomen zijn.”

De Nederlandse schrijver Sofie Cerutti vond in 2005 de ‘160’ uit, een gedicht dat precies 160 tekens lang is, het maximum aantal tekens van een per mobiele telefoon verstuurd tekstbericht. In 2007 verscheen Cerutti’s eerste bundel, 160 tekens, (inclusief wit). De 160 ontstond volgens Cerutti uit verveling, onrust, ergernis, esthetisch genoegen en onvermogen. „Omdat een sms’je, evenals een gedicht, een uiting van onvermogen is – zoveel communicatiemiddelen en toch zo moeilijk elkaar te bereiken”, zegt ze op de website precies160.nl.

De 160 is door andere mensen overgenomen. Zoiets moet ook ooit met het sonnet gebeurd zijn. Het ‘lipogram’ heeft ook school gemaakt. In het Nederlands niet, maar wel in het Opperlans van Hugo Brandt Corstius. Op de website van de Franse schrijversvereniging OuLiPo (Ouvroir de Littérature Potentielle – Werkplaats voor potentiële literatuur) staan nog meer voorbeelden van deze schrijfsels met maar één of zonder een bepaalde klinker. Misschien rijmen sommige ook nog wel.

Eerdere afleveringen in deze serie verschenen op 25 en 29 oktober.