Beschavingsoffensief: actuele miniopera's

Lang voor het aantreden van het kabinet-Rutte en de aankondiging van een culturele kaalslag, woedde er al een debat over het feit dat een breed televisiepubliek nauwelijks meer geconfronteerd wordt met topkunst. Dat onderwerp haalt immers lage kijkcijfers.

Programma’s over kunst en cultuur zijn verbannen naar de uithoeken van de zendschema’s, waar ze weinig kwaad kunnen. Op prime time zit nog wel Opium (AVRO), waar vaak wordt gekozen voor toegankelijke onderwerpen als cabaret, musical en popmuziek.

Zondagavond laat debuteerde, ook bij de AVRO, een kunstprogramma dat een tegengestelde strategie volgt. R.E.L: Romeyn en Lamoree bestaat uit in hippe stijl gemonteerde reportages, waarin Michiel Romeyn (voorheen Jiskefet) en Jhim Lamoree (voomalig kunstredacteur van HP/De Tijd) kunstenaars en hun werk inspecteren. Ze bezochten onder meer de tentoonstelling Infernopolis van Joep van Lieshout, het Van Abbemuseum, David Bade en galerie W139. Er komt in hoog tempo veel prikkelends voorbij, maar de twee in smetteloos witte kostuums van Frans Molenaar gestoken gastheren lopen een beetje in de weg. Vooral Romeyn moppert vaak dat hij het allemaal maar niks vindt en smaalt daarnaast over rechtse hobby’s als „Gerard Joling en kornuiten”. Hij vindt werk van vormgevers Tejo Rémy en René Veenhuizen wel mooi, maar moet er niet aan denken dat het bij volkszanger René Froger thuis zou staan. Dit soort snobisme zal niet snel tot een beschavingsoffensief leiden.

Toch is er hoop in bange tijden. De wereld draait door (VARA) gelooft nog in de ouderwetse sandwichformule. De meer dan een miljoen kijkers maken soms zomaar kennis met een jazzmusicus, een dichter, een harpist of een kenner van Rembrandt. Voor ze hebben kunnen wegzappen is het alweer voorbij en blijft er toch misschien iets van hangen.

Dit seizoen geeft het programma van Matthijs van Nieuwkerk opdrachten aan eigentijdse componisten voor opera’s van één minuut over de actualiteit. Na Micha Hamels De formatie („’t Wordt 1 juli/Ha ha ha”) en Met mijn oor op de grond van Michel van der Aa over de bevrijding van de Chileense mijnwerkers, werkte de hele zondagnacht Calliope Tsoupaki door aan Vesuvius 1927, een hommage aan Harry Mulisch. Het libretto van schrijver P. F. Thomése was veel sneller klaar.

Eigenlijk had de opdracht moeten gaan naar een van de componisten van Reconstructie, maar Tsoupaki is een leerling van Louis Andriessen. Haar favoriete tenor Marcel Beekman bezong met engelenvleugels de eeuwige leeftijd van Mulisch: opera voor het volk.