Wie wordt de nieuwe Mulisch?

Niemand kan Harry Mulisch vervangen.

Althans, niet in zijn eentje. Want de opvolger moet jonge hond, oeuvrebouwer én mythenbouwer zijn.

De 'opvolger' van Harry Mulisch: een combinatie van A.F.T. van der Heijden, Arnon Grunberg en Joost de Vries. Beeldbewerking Fotodienst NRC A.( Adri) F.Th.van der Heijden (1951),auteur. foto VINCENT MENTZEL/NRCH==F/C==Valkenburg, 28 juni 2007

De koning is dood, leve de koning!

Dat de koning van de Nederlandse letteren dood is, lijdt geen twijfel: de media-orkaan die sinds gisterochtend elf uur over Nederland trok was ongeveer even sterk als de aandacht na de dood van Hermans, Reve en Wolkers samen.

NOS-verslaggever Gerri Eickhof was voor een speciale Journaaluitzending naar het Leidseplein gekomen, net om de hoek van het huis waar de schrijver de vorige avond was gestorven – heel discreet. En de hele dag op radio, tv en internet leek de Nederlandse literatuur uitsluitend te bestaan uit Harry Mulisch, met de andere schrijvers als zijn trouwe onderdanen.

Of Mulisch ook de beste schrijver van Nederland was, doet eigenlijk niet zoveel ter zake; zijn aanzien was groter dan dat van wie dan ook. Hij was een Schrijver met hoofdletter S, de man die precies beantwoordde aan wat wij in een schrijver wilden zien: erudiet, kritisch, intelligent, geëngageerd, een tikje zelfingenomen en niet vies van de geneugten des levens.

De koning is dood, leve de koning!

Maar wie is de nieuwe koning dan? Wie is de schrijver die na Mulisch de maat der dingen zal zijn, degene tegen wie de jongeren zich in heimelijke bewondering afzetten. Je hoeft niet lang over die vraag na te denken om je te realiseren dat geen van de Nederlandse schrijvers in staat is om Mulisch in al zijn Mulisch-heid te vervangen. Daar zijn er minstens drie voor nodig, uit drie verschillende generaties:

Harry Mulisch de mythenbouwer: A.F.Th. van der Heijden

Harry Mulisch was een schrijver die naar zijn eigen tijd keek zoals een kathedralenbouwer naar een hoop stenen: materiaal voor een mythe, alleen nog wachtend op een mythenbouwer. En hij schreef zijn moderne mythen zo vanzelfsprekend op, dat het leek of hij de toestand in de wereld die ochtend bij de koffie had doorgesproken met zijn benedenbuurman Homerus.

Mulisch’ opvolger als mythenbouwer van zijn eigen tijd is natuurlijk A.F.Th. van der Heijden, een auteur met eenzelfde radicale schrijversblik, een man die alleen maar naar zijn omgeving kan kijken als naar een verhaal, als een reeks gebeurtenissen die een interne samenhang moeten vertonen – er is alleen nog een schrijver nodig om de juiste verbanden eventjes aan te wijzen. En om aan te wijzen dat toeval, als het al bestaat, eigenlijk altijd voorbestemd is.

Mulisch keek naar Dresden en het Amsterdam van de jaren zeventig (en zelfs naar Haarlem!) als decor van moderne mythen, Van der Heijden deed dat met Geldrop en het Amsterdam uit de tijd van krakers en, later, voetbalhooligans.

De Mulischiaanse kracht waarmee A.F.Th. zijn omgeving te lijf gaat blijkt vooral uit zijn cyclus Homo duplex, waarin Tibbolt ‘Movo’ Satink een moderne versie van de Oedipusmythe doormaakt: hij doodt zijn vader in de rellen tussen voetbalfans zoals die zich in 1997 in een weiland bij Beverwijk voltrokken – behalve Van der Heijden zelf had alleen Mulisch zo’n verband kunnen leggen.

En omdat de dingen nu eenmaal niet zonder voorbeschikking gebeuren, verscheen het kortste deel van die cyclus in de zomer van 2007 in een reeks hommages van schrijvers aan de tachtigjarige Harry Mulisch: Mim of de doorstoken globe.

Opgedragen aan Harry Mulisch – en het hoogtepunt van de cyclus tot nu toe.