Wantrouwen

Het ‘proces van de eeuw’ draait om haat zaaien. Maar die term past beter bij de tijdgeest van de jaren twintig en dertig, toen communisten en fascisten met bebloede koppen tegenover elkaar stonden. Wat er nu in Nederland gezaaid wordt, is minstens even giftig: wantrouwen.

Enkele Kamerleden grepen het debat over de regeringsverklaring aan om de vinger te leggen op deze sluipsloop van het onderlinge vertrouwen. Rutte beging zijn eerste misstap als premier toen hij het Turkse paspoort van een bewindspersoon wél reden tot discussie noemde en een Zweedse pas niet. Zo suggereerde hij dat hij de loyaliteit van Nederlanders met een Turks paspoort wantrouwt.

Femke Halsema sneed bij interruptie een andere bron van wantrouwen aan: het PVV-vertoog over takiyya. Er zijn in politiek Nederland geen ijveriger exegeten van islamitische teksten dan PVV’ers. Partij-ideoloog Martin Bosma gaat in zijn boek De schijn-élite van de valsemunters uitvoerig in op takiyya. Dit Arabische woord betekent volgens de Concise Oxford Dictionary of World Retligions zoveel als ‘vrees, verdediging, je beschermen tegen’. In de traditie van vervolgde islamitische minderheden, zoals shi’ieten, ismaëlieten en Druzen, geldt takiyya als geoorloofd gedrag: je geloof verbergen of loochenen onder druk of bedreiging.

In de geloofsgemeenschap bestaat onenigheid over dit principe omdat het aanleiding kan geven tot hypocrisie, veinzen en liegen. De belangrijkste stromingen binnen de islam keuren toepassing ervan af en verwijzen naar hadith (overleveringen over het leven en handelen van de profeet) waarin veinzen als doodzonde wordt aangemerkt. Volgens veiligheidsdiensten bedienen (ultra-)extremistische kringen in het Westen zich van deze omstreden gedragsregel door zich voor te doen als ‘geïntegreerd’ en ‘gematigd’.

De PVV put graag uit extremistische traktaten en zaait daarmee wantrouwen, ook tegen moslims die niets van takiyya moeten hebben.

Want je weet maar nooit.

Dirk Vlasblom