UITGEVER

‘Uw boek heeft mij voor grote moeilijkheden en problemen geplaatst’, schreef Geert van Oorschot in 1951 aan de jonge schrijver die hem een manuscript had aangeboden waarin prachtige passages stonden, maar ook veel slechte stukken. De jonge schrijver bedankte voor de openhartige kritiek, zou ook nog wel naar zijn boek kijken, maar wilde zich houden aan zijn werkprogram ‘dat ik mij voor mijn leven heb opgelegd’. En: ‘Met mijn filosofie, die ik zeer belangrijk acht, hoop ik dan eindelijk mijn individu te verlaten en in het kollektieve te treden, zodat het toch feitelijk mijn filosofie niet zal zijn.’ Twee maanden later zou De Bezige Bij archibald strohalm ongelezen accepteren. Van Oorschot schrijft vilein: ‘Het is tenslotte plezierig voor een schrijver wanneer hij een uitgever bezit, die zijn manuscripten ongelezen uitgeeft.’