Reizend circus kent geen crisis

De bedragen in het veldrijden zijn de laatste jaren explosief stegen.

Maar fietsen in de modder is alleen in België ontzettend populair.

Komt dat zien! Circus Cyclocross slaat zijn tenten op rond het prachtige parcours in Zonhoven, in Belgisch Limburg, voor de tweede wedstrijd om de Superprestige. Volop natuurlijk hoogteverschil, rul zand en dus spektakel. Bekende topveldrijders als de Tsjechische wereldkampioen Zdenek Stybar, die gisteren voor de achtste keer op rij dit seizoen won, de Belgische levende legende Sven Nys of de jonge held Niels Albert. En vooral: wat een entourage langs De Kuil op kroondomein Molenheide. Meer dan tienduizend toeschouwers, die tien euro voor een kaartje hebben betaald. Duizend vips in de dure sponsortenten, met arrangementen van 115 tot 7.500 euro. En een miljoen Vlaamse kijkers voor de televisie of via live stream op internet. VT4 betaalt 250.000 euro voor de uitzendrechten van acht veldritten om de Superprestige.

„Geef de Belg wat te eten en te drinken, zorg voor een leuke ambiance en het is altijd feest”, verzekert Hans van Kasteren, de Nederlandse organisator van de wedstrijd in Zonhoven. „Lekker in de buitenlucht, en de wedstrijden zijn kort en krachtig. Ideaal ook voor live-uitzendingen op televisie. Alles mooi in beeld gebracht en binnen een uurtje weet je wie er wint. Het kost je geen hele middagen zoals bij het schaatsen. Vanaf oktober is het reizende circus vertrokken en tot maart volgt er elk weekeinde een belangrijke wedstrijd. In Zonhoven zie je ook weer hoe gigantisch deze sport leeft. Daar ben ik echt trots op”, zegt Van Kasteren

Achter het decor van het sportieve spektakel is de 55-jarige Brabander Van Kasteren in financieel opzicht al twaalf jaar een belangrijke speler in het voornamelijk Vlaamse veldrijden. De voormalige motorcrosser sponsorde met zijn bedrijf VKS (asbestverwerking) de ploeg van Leontien van Moorsel, voordat hij in 1998 manager werd van de veldrijders van SpaarSelect. De sponsor ging failliet en Van Kasteren werd persoonlijk manager van Bart Wellens, die in 2003 en 2004 wereldkampioen werd en in zijn gloriedagen goed was voor de realitysoap Wellens en Wee op de Vlaamse zender VT4.

Inmiddels is Van Kasteren al acht jaar manager van Telenet-Fidea, de ploeg van Stybar en Wellens. Met zijn managementbedrijf ProContract behartigt hij daarbij zakelijke belangen van een groot aantal andere veldrijders, onder wie de sterkste vrouwen: Marianne Vos en Daphny van den Brand. „Ja, ik ben een grote speler in deze sport”, vertelt Van Kasteren. „Maar ik heb het veldrijden ook zelf groot gemaakt, met mijn bedrijf en mijn ploeg.”

Lachend rekent hij voor hoe de bedragen in het veldrijden de laatste jaren explosief stegen. „Twaalf jaar geleden was SpaarSelect een grote ploeg met een budget van 500.000 gulden. Nu is het budget van Telenet-Fidea 1,8 miljoen euro. In die tijd stonden de renners na afloop met z’n allen in een kleedlokaal onder de douche. Inmiddels heeft onze ploeg een wagenpark van 750.000 euro aan eigen campers voor de renners. Die van Wellens kost 200.000 euro, en Stybar heeft een nog nieuwere.”

Wereldkampioen Stybar verdient per seizoen tegen de miljoen euro. „Hij vraagt 8.000 euro aan startgeld in 35 tot 40 wedstrijden”, rekent Van Kasteren voor. „Dat is al drie ton. Doe er vier ton salaris bij, en prijzengeld. En hij komt uit in alle drie klassementen: Wereldbeker, Superprestige en Gazet van Antwerpen-trofee. Drie keer kans op extra premies. Stybar, Nys en Albert zijn de grootverdieners, maar ook de renners daar vlak achter verdienen alles bij elkaar veel meer dan een ton. Wegrenners hebben alleen hun salaris; veldrijders loon, start- en prijzengeld.”

Qua financiën is veldrijden ongeveer vergelijkbaar met schaatsen. Maar waar op het ijs de economische recessie voelbaar is, blijft fietsen in de modder floreren. Van Kasteren: „Van een teruggang is geen sprake, het wordt alleen maar meer. Schaatsen komt in Nederland wel veel op tv, maar ik betwijfel of het net zo in de cultuur zit als veldrijden in België. Hier staan mijn renners een paar keer per week in de krant. En we hebben verschillende toppers. Haal uit het schaatsen Sven Kramer weg en het wordt al wat minder. Wij hebben de eerste generatie kampioenen Nys en Wellens, de tweede generatie Albert en Stybar. En Lars Boom lijkt af te haken sinds hij voor de weg koos, maar niemand weet voor hoe lang.”

Boom, wereldkampioen in 2008, rijdt dit jaar ter voorbereiding op het wegseizoen hooguit zes veldritten. In Nederland raakte de sport de laatste jaren belangrijke wedstrijden kwijt: Zeddam, Pijnacker, Veghel en voor dit seizoen onlangs ook Surhuisterveen. „Ik heb het drie jaar geprobeerd in Veghel”, zegt Van Kasteren. „In Nederland moet je keihard werken om te zorgen dat het verlies niet te groot wordt. In België vechten de wedstrijden om een mooie datum op de kalender. Zonhoven werkt met een budget van 240.000 euro.”

Internationaal blijft het moeilijk volgens Van Kasteren, die zelf in 2009 vergeefs een bod van 1,5 miljoen euro deed op de televisierechten van de meer internationaal georiënteerde reeks van acht wereldbekerwedstrijden. „In Aigle waren 800 van de 1.000 toeschouwers Belg. Maar in Pilzen waren er vorige week toch 2.000 toeschouwers, onder wie veel Tsjechen voor Stybar.”

Begin dit seizoen trok het circus zelfs naar Las Vegas en er wordt gedacht over een wereldbekerwedstrijd in Amerika. Kansen genoeg, volgens Van Kasteren. Maar of hij er zelf bij betrokken blijft? „Dit is een klein wereldje met veel afgunst. Ik hoor nu weer dat ik dubbele petten op heb. Die kritiek ben ik zat. Ik heb alles gewonnen wat ik kon, verder stijgen kan niet. Ik denk aan stoppen, binnen een maand beslis ik.”