Poldermoskee: wel waardering, geen geld

De poldermoskee is niet meer. Te duur, en te weinig inkomsten. Geïntegreerde moslims vormen een minder hechte achterban.

De poldermoskee in het Amsterdamse stadsdeel Nieuw-West moet dicht door geldgebrek en stadsdeelvoorzitter Achmed Baâdoud heeft er niets op te zeggen. Dát zegt juist heel veel. Baâdoud is voorstander van een strikte scheiding van kerk en staat. Religieuze instellingen moeten zichzelf bedruipen.

Ook als ze symbool staan voor integratie. In de poldermoskee, die in 2008 van start ging, wordt consequent in het Nederlands gepreekt. Mannen en vrouwen kunnen in dezelfde ruimte bidden, gescheiden door een scherm. Maar er is ook een aparte vrouwenruimte. Het is een moskee voor álle moslims, of ze nu van Marokkaanse, Turkse, Indonesische of andere afkomst zijn. Niet-moslims zijn ook welkom. In de poldermoskee worden regelmatig discussie- en debatbijeenkomsten georganiseerd over uiteenlopende onderwerpen.

Iedereen is enthousiast over het concept en er komen mensen uit heel Nederland naar ons toe om te kijken en de sfeer te proeven, zegt voorzitter Yassmine El Ksaihi. „Maar de overheid en het bedrijfsleven schrikken terug als het om betalen gaat. Het steunen van een religieuze instelling ligt gevoelig. Het past ook niet in de tijdgeest. Ook al heeft die instelling een belangrijke maatschappelijke functie.”

De moskee heeft wel geld gekregen van verschillende sponsors maar het bleek te weinig om de maandelijkse vaste lasten te betalen. Stichting Academica Islamica, opgericht door islamdeskundige en initiatiefnemer van de poldermoskee Mohammed Cheppih, kampt met een fikse huurschuld. De stichting huurt het pand waarin onder meer de poldermoskee is gevestigd.

Giften uit het buitenland heeft de poldermoskee nooit willen ontvangen. Mohammed Cheppih zei daarover in een eerder interview: „Het is makkelijk, maar als we geld krijgen van een of andere rijke sjeik, levert dat onherroepelijk gedoe op. We moeten onafhankelijk zijn.”

We hadden ook geen concrete aanbiedingen, zegt voorzitter Yassmine El Ksaihi. „Als we nu een zak geld uit het buitenland zouden kunnen krijgen, waarmee we de moskee konden redden, had ik het meteen aangenomen.”

De moskee heeft een gemêleerde achterban van vooral jonge, in Nederland geboren en getogen moslims. Zij verstaan het Arabisch van hun ouders slecht, of helemaal niet. Ze horen graag een imam preken in het Nederlands, over onderwerpen die hen bezighouden.

De moslims die de moskee bezoeken zijn vaak goed geïntegreerd. Dat is een nadeel: de achterban is niet erg hecht. Zeker vergeleken met de achterban van andere moskeeën, gesticht door moslims van de eerste generatie die geld bij elkaar hebben geschraapt. Ze begonnen klein en konden pas later een ‘echte’ moskee betalen. Die achterban is trouw, gewend om geld te geven en zich in te zetten voor de moskee.

Achteraf hebben we ons daarop verkeken, zegt de voorzitter. „We hadden professionele leiding moeten hebben. Ons bestuur bestaat alleen uit vrijwilligers, die kun je niet blijven overvragen. ”

De poldermoskee sluit volgende maand na het Offerfeest. El Ksaihisluit een nieuwe moskee niet uit. „In een kleiner pand.”