Kunst elitair? Kijk eens naar je meubels

Mooi stuk van Bas Heijne (Opinie, 27 oktober). Een schrale troost: kunsthaat is van alle tijden. Rembrandt, die heel lang op zijn roem heeft moeten wachten, de impressionisten (ontstaan als scheldwoord) en Van Gogh, ooit belachelijk gemaakt, allemaal werden ze afgewezen door toenmalige Wildersen en Stef Bloks en het grote publiek. Victor de Stuers beschreef in Holland op zijn smalst (1873) hoe Nederlands beeldhouwwerk per kilo steenprijs werd verkocht aan het British Museum. Ook toen vonden de liberalen dat de overheid niks met kunst had te maken. En áls de waardering dan opdoemt, is het minimaal vijftig jaar later.

Maar er is nog iets. Het Bauhaus in Weimar in de jaren twintig trok belangrijke eigentijdse kunstenaars aan als leraar die onderwijs gaven in vormen voor architectuur, meubilair en textiel die een volledige vernieuwing teweegbrachten en die in afgeleide vorm alom terug te vinden zijn in de meubelwarenhuizen. De Nederlandse beweging De Stijl had eveneens grote invloed op vormgeving en architectuur, o.a. in de moderne arbeiderswijken van de jaren twintig en later. Kortom, vorm, kleur en ontwerp van onze dagelijkse omgeving is ervan doordrenkt. Mondriaan kon men terugvinden in de mondriaanjurken gedragen door vrouwen die nooit van Mondriaan hadden gehoord. Picasso werd belachelijk gemaakt, maar vijftig jaar later werden stoffen bedrukt met wat in de volksmond picassomotief heette.

Men kan kunst wel belachelijk en elitair vinden, maar kunst beïnvloedt in hoge mate onze dagelijkse omgeving en daarom hebben we haar nodig als voedingsbron. Dat schijnen maar weinigen in de gaten te hebben.

Dan van Golberdinge

Oud-museumconservator, IJmuiden

Amsterdam

    • Dan van Golberdinge