Krijgsheer Uruzgan verdedigd

De Australische legerleider Angus Houston heeft zaterdag de intensieve samenwerking met de Afghaanse krijgsheer Matiullah Khan in Uruzgan verdedigd. Volgens de luchtmachtgeneraal is Matiullah „onder omstandigheden een heel gulle man” en kan samenwerking „cruciaal” zijn voor de veiligheid van de Australische militairen in de Afghaanse provincie.

De Nederlandse missie mocht van Den Haag geen contacten onderhouden met Matiullah, wegens veelvuldige beschuldigingen van mensenrechtenschendingen.

Het afgelopen half jaar is hij uitgegroeid tot de machtigste man van Uruzgan. Matiullah verdient miljoenen aan de gewapende beveiliging van de weg tussen Kandahar en Tarin Kowt. Een deel daarvan geeft hij aan de armen in Uruzgan. Hij faciliteert een wekelijkse vergadering van stamleiders waar recht wordt gesproken.

Vrijdag werd bekend dat zes van Matiullah’s mannen in Australië een training van commando’s hebben gekregen. Hierop is ook in Australië – dat sinds 1 augustus samen met de VS de missie in Uruzgan leidt – discussie ontstaan over samenwerking met Afghanen van betwiste reputatie. Australië is in Afghanistan om het lokale leger op te leiden. Volgens de krant The Sydney Morning Herald is dat „nauwelijks te rijmen met een alliantie met een krijgsheer die zich gedraagt als een maffiabaas”. En: „Een tour langs de bases van special forces, waar donkere kunsten worden onderwezen, is een rare manier om de heropleiding van Matiullah Khan [..] te beginnen.”