Koerdische PKK verlengt staakt-het-vuren

De militante Koerdische beweging PKK, die door Turkije wordt beschouwd als een terreurorganisatie, verlengt het eenzijdige staakt-het-vuren dat de rebellenclub in augustus afkondigde. Dat meldt het Turkse persbureau Firat, dat intensief contact onderhoudt met de PKK. De PKK benadrukte opnieuw niets te maken te hebben met de bomaanslag van gisteren in Istanbul, waarbij zeker 32 mensen gewond raakte.

De Turkse autoriteiten wezen gisteren direct met de beschuldigende vinger naar de PKK, omdat het staakt-het-vuren gisteren officieel afliep. Vanmiddag zei de Turkse minister van Binnenlandse Zaken dat er ‘aanknopingspunten’ zijn gevonden in de jacht op de daders, maar dat het nog te vroeg is om conclusies te trekken. De PKK liet weten dat “…we kunnen zo’n actie niet uitvoeren op het moment dat we hebben besloten het staakt-het-vuren te verlengen.”

Het is onduidelijk hoe geloofwaardig de claim van de PKK is dat de organisatie niets met de aanslag te maken heeft. Volgens Carolien Roelants, buitenlandredacteur van NRC Handelsblad, geven bewegingen als de PKK vaak helemaal niet toe dat ze een aanslag hebben gepleegd, ook als later blijkt dat ze er weldegelijk betrokken bij zijn. “Je moet verzetsbewegingen nooit op hun woord geloven”, zegt Roelants.

Volgens de buitenlandexpert zijn er twee aanwijzingen dat de PKK wel met de aanslag te maken heeft: op de plek van de aanslag zijn ontstekingsmechanismen gevonden die bij eerdere PKK-aanslagen zijn gebruikt en de aanslag was gericht tegen de politie, een onderdeel van de door de PKK zo gehate Turkse overheid. Dat bij de aanslag veel burgers slachtoffer werden, kan volgens Roelants een indicatie zijn dat de rebellen er juist niets mee van doen hebben. “De PKK heeft vorige week nog gezegd dat ze geen burgers meer willen treffen.”