In rechts is niemand teleurgesteld

Ook rechts draait, maar komt daar gemakkelijk mee weg. Zie: de paspoortaffaire.

Links is te netjes, heeft een Fortuyntrauma en is bang de tijdgeest te missen.

Illustratie Sebe Emmelot

Iedereen kon het de afgelopen dagen met eigen ogen waarnemen: het onbeschaamde opportunisme van Wilders en het meewarige gestuntel van Rutte in de paspoortaffaire. Rutte was indertijd Wilders met zijn campagne tegen een Turks papiertje achterna gerend, en zweeg nu bij een Zweeds; toen hij na enig ronddraaien met een poging tot argumentatie kwam, slikte hij die weer half in toen hem dat op gehoon kwam te staan. Wilders verklaarde zonder blikken of blozen dat hij alleen indertijd een motie van wantrouwen had ingediend omdat het toen een fout kabinet betrof.

De wezenlijke kwestie van de aard van het staatsburgerschap werd hier voor eigen politieke spelletjes misbruikt: precies wat Wilders altijd de ‘Haagse kliek’ verwijt. Het is voor de geestelijke leegheid van de nieuwe premier, die op geen enkel moment heeft laten blijken te beseffen dat aan de samenwerking met een dictatoriaal georganiseerde ‘partij’ die een miljoen Nederlanders tot tweederangsburgers wil maken principiële bezwaren zouden kunnen kleven, veelzeggend dat zijn vlotte doe-het-zelf-peptalk juist op dit essentiële punt begon te haperen.

Wilders gaf nog in de verkiezingsnacht met een handomdraai zijn AOW-standpunt op. Op kleine schaal hetzelfde in de gemeente Den Haag, waar het raadslid De Mosch vanwege zijn Kamerlidmaatschap nu plots voor privatisering van de tram moest stemmen.

Toch komen ze er in de media mee weg. Net als Gerd Leers. Dat zou links eens moeten wagen: toen Wouter Bos zijn standpunt inzake de AOW herzag, werd hij door de CDA-spindoctors succesvol als draaikont weggezet. Vanwaar dit verschil?

1De rechtse pers neemt eerder politieke geestverwanten in bescherming dan de linkse. Dat komt zowel door het Fortuyntrauma (niet bijtijds de populistische onvrede herkend te hebben, zodat men nu extra kritisch naar links kijkt), als het feit dat men zélf van links meer verwacht. Links heeft immers ideële pretenties, terwijl rechts meer materieel belangenbehartiger is. Dan wordt de morele lat van standvastigheid hoger gelegd. Het is net als met Amerika en Rusland: we vestigen onze hoop op Obama, niet op Poetin, want we weten dat die niet deugt, dus valt hij ook niet tegen. Zo is ook niemand in Verhagen teleurgesteld, eenvoudig omdat niemand iets van hem verwacht. Bovendien geldt dat linkse journalisten op inhoudelijke gronden al snel minder boos zijn wanneer rechts een draai naar links maakt, dan omgekeerd.

2Links is te netjes, zowel politici als journalisten: de rioolpers – van De Telegraaf tot PowNed – is vanouds rechts. Maar tegen Wilders en Verhagen volstaan geen Kamervragen. Als links dan eens wél terugmept, heet dat plots ‘demonisering’ en ‘schoffering’ van het volk – en links laat zich daardoor intimideren. Enerzijds speelt hier het trauma van het gemiste tweede kabinet-Den Uyl een rol: de angst van gedram beschuldigd te worden – en dus komen de huidige rechtse drammers makkelijk weg. Anderzijds heeft links nooit een meerderheid en wil men dus met het oog op een volgende kabinetsformatie de rechtse partijen niet van zich vervreemden.

3De linkse angst de ‘tijdgeest’ te missen – de wind waait nu uit rechtse hoek. De publieke omroep valt sowieso snel voor de macht en is zo blij dat Wilders zich nu verwaardigt in de uitzending te verschijnen, dat Nederlands beste interviewster Clairy Polak daaraan wordt opgeofferd. Het ontbreken van een eigen kompas, mede op basis van een gebrekkig geheugen bij presentatoren die te veel op jeugdig uiterlijk worden uitgezocht, zorgt ervoor dat men zich laat inpakken door de eeuwig vrolijke grijns van Rutte. Niet de inhoud, maar de vorm regeert – en daarmee de leugen.

Ditzelfde gebrek aan geheugen en kennis bij de beeldbepalende tv, versterkt door de angst opnieuw de heilig verklaarde ‘stem des volks’ te missen en de ‘democratische’ misvatting dat elke mening even veel waard is, zorgt er vervolgens eveneens voor dat brutale windvanen als Arend Jan Boekestijn en paranoïde warhoofden als Bart Jan Spruyt, die eerst heel hoog van de ene toren blazen om dat vervolgens even hoog vanaf de tegenovergelegen toren te doen, steeds opnieuw als orakels van de tijdgeest in tv-rubrieken verschijnen, waar zij anders voor altijd van het scherm zouden zijn gebannen.

Thomas von der Dunk is cultuurhistoricus en publicist.