Hoe worden streepjescodes gemaakt en zijn ze uniek?

Voor zijn bijbaan als winkelmedewerker was Bastiaan Westerhout, student uit Leiden, streepjescodes aan het scannen. Hij vroeg zich opeens af wie al die verschillende codes bedenkt, en hoe ze voorkomen dat er per ongeluk de code van een al bestaand product gebruikt wordt.

Allereerst moet het onderscheid worden gemaakt tussen de barcodes die in winkels worden gebruikt en de codes die onder leveranciers en afnemers bestaan. Omdat de wereld van de streepjescodes zo groot en gecompliceerd is, beperken we ons tot de eerste categorie. Daarvoor is GS1 (Global Standards) wereldwijd de belangrijkste organisatie. Bedrijven sluiten zich bij die club aan om zo met andere bedrijven te kunnen communiceren via een gemeenschappelijke codering.

De EAN-codering (European Article Numbering) wordt op vrijwel alle verpakte producten in Nederland en België gebruikt. „Een centraal computersysteem genereert voor elk product een uniek nummer”, zegt Fred Bruijn van de klantenservice bij GS1 Nederland. „Het is dus onmogelijk dat een code van bijvoorbeeld een potje pindakaas van de supermarkt in een bouwmarkt wordt gescand met als resultaat de informatie van een schroevendraaier.”

De EAN-codes bestaan uit 13 cijfers. In theorie kan het dus dat de codes opraken. De eerste twee of drie nummers geven weer in welk land de code is aangevraagd. De Nederlandse combinatie is 87. De volgende vijf tot zeven cijfers staan voor het bedrijf van herkomst. Het is namelijk voor de wet verplicht, zeker in het geval van voedsel, dat producten tot aan de bron te traceren zijn. De overige cijfers gaan over het product zelf.

Een veel voorkomend misverstand is dat naast het land van herkomst en in welke fabriek het product is gemaakt ook de prijs in de code staat. Dat staat volkomen los van elkaar, zegt Micha Mirck van Bitmap Software. Zijn bedrijf leverde onder andere de software om barcodes te maken aan winkelketen Blokker. „Een scanner scant het product en het systeem van de winkel zelf linkt er de prijs aan. Want niet in elke winkel wordt dezelfde prijs gehanteerd”, zegt hij.

Maar hoe ging dat eigenlijk in de tijd voor de streepjescode? „Toen deed de caissière alles nog uit het hoofd”, zegt Mirck. „Met de nodige menselijke fouten.”

In 1948 werd de eerste barcode door een Amerikaanse universiteit ontwikkeld. Die bestond alleen nog niet uit lijntjes en nummers, maar uit cirkels.

Ivo Buigues Nieuwenhuizen