Hart van Istanbul doelwit van zelfmoordaanslag

Bij een zelfmoordaanslag in het hart van de Turkse stad Istanbul zijn gisteren 32 gewonden gevallen. De eerste beschuldigingen werden geuit tegen de PKK.

Eerst komt de klap, dan de paniek, dan de beschuldiging. „Een aardbeving”, denkt Mehmet Aslan die net zijn kar met Turkse kransbroodjes op het Taksimplein in het hart van Istanbul heeft geparkeerd als op zondagochtend een jonge man met een rugzak een van de bussen probeert binnen te komen van de mobiele eenheid. Als de politie hem probeert tegen te houden, blaast hij zich op.

Als Aslan opkijkt is het plein in rook gehuld en liggen rond hem kreunende mensen. Vijftien politieagenten en zeventien voorbijgangers raken gewond. Alleen de dader komt om het leven

Het had veel erger kunnen zijn. Naast zijn lichaam vindt de politie een pakket met 2,5 kilo van het explosieve materiaal A4. Het apparaat waarmee hij de bom had willen ontsteken ligt er ook .

Een minister waarschuwt niet te overhaast de schuldigen aan te wijzen. Het plein zoemt dan al van de geruchten en beschuldigingen.

De laatste dag van oktober is de dag waarop het staakt-het-vuren eindigt dat de militante Koerdische beweging PKK eind augustus eenzijdig had ingesteld. „Natuurlijk is het de PKK”, weet Ilme Karakigit, die op het plein Turkse zoetigheid verkoopt. Hij wil liever niet met een Europese journalist praten. „Jullie steunen de PKK.”

De PKK hervatte de strijd tegen het Turkse leger deze zomer uit onvrede over het afwijzen door Ankara van directe vredesbesprekingen met de beweging die al 26 jaar strijdt voor Koerdisch zelfbestuur. Bovendien is het explosief A4 eerder door de PKK gebruikt.

Maar zelfmoordaanslagen zijn niet de stijl van de PKK. Een zomer lang waren soldaten het doelwit van aanvallen met handgranaten, soms bommen. Slechts eenmaal in de afgelopen tien jaar blies een PKK’er zichzelf op in het verre zuidoosten, in 2007. Bovendien verklaarde een van de PKK-leiders deze week tegen de Turkse krant Radikal koste wat het kost burgerslachtoffers te willen voorkomen. Bij een aanslag op Taksim, verzamelplek van toeristen en winkelend publiek, zijn burgerslachtoffers onvermijdelijk.

Rechercheurs in witte pakken speuren urenlang op het plein naar aanwijzingen. Slechts meters van de aanslag staat het monument van Mustafa Kemal Atatürk, grondlegger van de moderne Repbliek Turkije. Juist in dit weekeinde wordt overal in het land de stichting van de Republiek, 87 jaar geleden, herdacht. Taksim is al decennialang de plek waar demonstraties beginnen en eindigen, en waar aanslagen worden gepleegd. In 2001 kwamen hier nog twee politieagenten om het leven.

In 2003 sloeg ook het terreurnetwerk Al-Qaeda toe in deze stad. Bij aanslagen op het Britse consulaat, een Britse bank en een joodse synagoge kwamen 57 mensen om het leven. Westerse doelwitten. De afgelopen week arresteerde de politie nog een tiental jongeren die worden verdacht in naam van Al-Qaeda te vechten in Afghanistan en Pakistan. Maar het doelwit van de aanslag op Taksim is niet het Westen maar de Turkse politie, de lange arm van de conservatieve regering-Erdogan. Mehmet Aslan heeft gebeden. „Ik hoop met God dat de staat krachtig zal reageren. Lang leve de Turkse vlag.”